De naam de Breede Sloot en de akte van scheiding op 31 oktober 1863 De notariële akten ‘Compascuum’ (bron; Herman Feringa). Een scheidingssloot, 2 ellen breed In notariële akten met de naam ‘Compascuum’ wordt voor het eerst geschreven over een scheidingssloot in het gebied tussen de grens en de latere Limietweg in Bargercompascuum. Op pagina 26 van het document, opgemaakt op 31 oktober 1863 wordt onder punt 2 de sloot genoemd. De scheiding tussen de contractanten ter eenre (dit zijn de Nederlandse eigenaren) en andere zijde (dit zijn de Duitse eigenaren uit Hebelermeer en Zwartenberg) moet zijn een scheidingssloot van minstens twee ellen (meter) breed en 1 el diep (zie kopie van de tekst).        Kopie van deel uit de notariële akte ‘Compascuum’. Compascuum en de wens tot verdelen Het Compascuum ligt midden in het Bourtanger moeras, ten oosten van de Hondsrug-Emmen en ten westen van de Duitse plaatsen Haren en Meppen. Het is heide – en weidegebied, deels onbegaanbaar. Het is in gezamenlijk gebruik bij de boeren van de marke Noord- en Zuid Barge en van de Duitse plaatsen Langen, Altharen, Wesuwe en Versen. ‘Compascere’ is Latijn en betekent samen beweiden. De boeren van Noord- en Zuid Barge willen hun gebied verkopen en te gelde maken. Vermogende Nederlanders kopen het maar moeten de weiderechten van de Duitsers afkopen. 4/ 15 deel van het Compascuumgebied komt in handen van de Duitse boeren uit het aangrenzende Hebelermeer en Zwartenberg. De genoemde akten beschrijven de verdeling. Heide –en weidegebied, deels onbegaanbaar (bron; Emsländische Moorkolonien, Bauer Heinrich Blanke). De notariële akten Op deze 31 oktober 1863 zijn aanwezig in het logement van Roelof Kuipers te Assen Jonkheer Meester Anne Willem van Holthe tot Echten, hij vertegenwoordigt een consortium maar is ook gemachtigt door Meester Cornelis Hiddingh, ridder van de orde van de Nederlandse Leeuw, consult generaal van de Oranje Vrijstaat in Zuid Afrika en wonende te Arnhem, Meester Jan Albert Gratama, procureur bij het provinciaal gerechtshof, wonende te Assen en Meester Lucas Oldenhuis Tonckens, burgemeester van de gemeente Emmen en wonende in Emmen. Zij zijn de aankopers van het Compascuum van de Marke van Noord- en Zuid Barge, volgens de akte van 19 maart 1860 (zij worden de contractanten ter eenre zijde genoemd). Ook aanwezig zijn Bernard Schulte, grondeigenaar en Heinrich Meijring, grondeigenaar, beide wonende te Wesuwe, koninkrijk Hannover, als mondeling gemachtigden van de markegenoten van Wesuwe. En aanwezig zijn nog Casper Cramer en Heinrich Wilken, beide landbouwers, wonende te Hebelermeer, als mondeling gemachtigden van de gezamenlijke kolonisten van Hebelermeer (de contractanten ter andere zijde). Beide partijen verklaren het geschil uit de weg te willen ruimen over het Noord- en Zuid Barger Compascuum, dat ontstaan is bij het Hannoveraans-Nederlands grenstraktaat van 1784 en van 1824. De weide( rechten) van de Duitsers in dit Nederlands grensgebied en waar sinds eeuwen gebruik van wordt gemaakt, zijn tot dan toe niet duidelijk vastgelegd. Meermaals leidde dit tot grenstwisten. Nu wil men overgaan tot scheiding van de gronden. De bemiddeling is voorbereid door de Nederlanders Meester Louis Graaf van Heiden Reinestein, kantonrechter te Assen en Tweede Kamerlid, Jonkheer Meester Johannes Albertus Sandberg, lid van de Gedeputeerde Staten van Overijssel en de Duitsers Louis Vezin, regeringsraad en woonachtig in Osnabrück en Carl Russell, beambte in het Ambt Meppen. De Duitsers krijgen toebedeeld een strook Nederlands grondgebied, evenwijdig en direct liggend aan de landsgrens vanaf het markegebied van Emmen en Westenesch (later Emmercompascuum) tot aan het Martelskanaal (Zwartemeer) in een breedte van 678 meter. Het heeft een grootte van ruim 452 bunders (hectare). De volgende personen ondertekenden de akte; A.W. van Holthe tot Echten, J.A. Willinge Gratama, L. Oldenhuis Tonckens (alle 3 kopers), Van Heiden, J.A. Sandberg (beide Nederlandse bemiddelaars), L. Vezin, C. Russell (Duitse bemiddelaars), J.H. Meijring, H.H. Husmann, H.H. Smitz, J.H. Strätker, J.B. Schulte, C. Cramer, H. Wilken, J. Stegen, H. Zegers, H. Schulte, J.G. Nögel, U.B. Muller (allen Duitse boeren uit de grensdorpen), L. Nuver, notaris klerk, G. W. Petersen, deurwaarder, J. Heppener, notaris. De sloot de Breede Sloot, nabij het smokkelpadje naar Hebelermeer (foto; eigen). De Breede Sloot De hiervoor beschreven scheidingssloot vormt de grens en wordt de Breede Sloot genoemd. Normaal is een sloot, die dient om het oppervlaktewater naar kanalen en wijken te lozen, één meter breed. Deze sloot is breder en dit verklaart de naam. Het loopt vanaf de N37 in Zwartemeer tot aan het Verlengde Tweede Groenedijk in Emmercompascuum en vormt de oostelijke achtergrens van de tuinen van de Limietwegbewoners in Bargercompascuum. Op bepaalde plaatsen loopt het nog kaarsrecht en goed zichtbaar door het landschap. Hoewel het niet meer de 2 meter breedte heeft. Op andere plaatsen is het verdwenen om een eind verderop als een smal afscheidingsslootje weer terug te keren. De Bredesloot Verwarrend is de straatnaam de Bredesloot. Het loopt in het Emmercompascumer gebied en is de verlenging van de Limietweg- Zwartenbergerweg, na kruising met de Verlengde Tweede Groenedijk, in noordelijke richting tot aan de Oostelijke Doorsnee. De straat de Bredesloot (foto; eigen).