De Runde…over haar oude loop en nieuw kansen door Gerard Steenhuis, voorjaar 2015 In oude schriften heet ze ‘de Aa’. Munsterschen laten hun schapen grazen tot aan de Aa. Op sommige kaarten staat geschreven ‘Rundiep’ of ook ‘Rondiep’ Plat is het ‘Rönne’. Wij kennen het als ‘de Runde’. De loop van de Runde komt plotseling tot stand door bijzondere natuurlijke en geologische omstandigheden. 500 v. Chr. moet het geweest zijn. Een warme periode na de laatste ijstijd zorgt voor neerslag en aangroei van veen in het Zuidoost Drentse moeras. Het veenmeer ‘Zwarte Meer’ raakt overvuld en een wallekant breekt door (Moorausbruch of veenuitbarsting). Met volle kracht stroomt het water in noordelijke richting en vloedt zich een weg door het veenland. De oude doorgang door de Hunzevallei is dichtgegroeid. Het water kiest zijn weg aan de oostkant van de Berkenrode en trekt een spoor naar de Ruiten Aa, naar het oostelijker gelegen Ter Apel. Dit gebeurde 2500 jaar geleden. De Runde is ontstaan en heeft zijn loop tussen het oorspronkelijke Hunze oerstroomdal aan de linker kant en de Duitse rivier de Ems aan de rechterkant. Maar er is meer! De Runde leek te zijn verdwenen maar staat sinds een tiental jaren hernieuwd in de belangstelling. Natuurgebied Bargerveen en het oude monnikenklooster van Ter Apel worden aan elkaar verbonden. Daar waar Veenpark en Veenvaart elkaar ontmoeten ligt de Runde, de oude ‘Aa’. Wandelaars en fietsers maar ook ‘bootjes’ ontdekken het gebied. In het land van de laatste grote veenafgravingen zijn nieuwe kansen.  Het ontstaan van het oerstroomdal van de Hunze, voorlaatste ijstijd In de voorlaatste ijstijd, de Saalien of Riss-ijstijd, ca. 200.000 v. Chr. wordt het landschap van Noordoost Nederland gevormd. Het is koud, en ijs van de noordijskap rukt in zuidelijke richting op. Uitlopers van de ijskap- gletsjers- drukken een deel van het Drents Plateau omhoog en maken in noordwest-zuidoostelijke richting een heuvelrug; de Hondsrug. Aan de oostkant ervan vormt zich een brede diepte; de Hunzevallei die evenwijdig met de Hondsrug meeloopt. Het loopt van Nieuw Schoonebeek tot voorbij Groningen en heeft een breedte van 10-20 km. Dit is het oerstroomdal van de latere rivier de Hunze. Het opdringende landijs brengt fijngemalen materiaal; zand, steen, grind, keien (hunebedden) en dergelijke uit Scandinavië hier naar toe en legt een niet doorlaatbare laag keileem neer. De temperatuur stijgt daarna en de ijskap smelt af. Het ijs trekt zich terug en smeltwater zoekt zich een weg in noordelijke richting, naar de lager gelegen Waddenzee, Dollard en Noordzee. Op meerdere plaatsen schuurt het water een weg in het keileemplateau. Beekdalen ontstaan met waterlopen, beken en riviertjes. Zo krijgt de rivier de Hunze zijn ligging pal ten oosten van de Hondsrug. Door het opdringende water stijgt de zeespiegel en dringt de oervallei van de Hunze binnen, waarbij in het Groningerland een pakket zand, zavel en klei wordt afgezet. Het brede Hunzedal grenst aan de westzij aan de hoger gelegen Hondsrug, terwijl aan de oostzij meer een vlakke begrenzing is. Het dal wordt in de erop volgende warme periode- de Eemperiode- gevuld met laagveenvorming. Dekzand ophoping, laatste ijstijd Tijdens de laatste ijstijd, Weichsel of Würm-ijstijd (90.000-8.000 v. Chr.) komt het landijs niet tot Nederland. Het stopt bij de Elbe, bij Hamburg. Er heerst een toendraklimaat waarbij het gehele jaar de temperatuur niet boven nul komt. Tijdens de warmere periodes ontstaat smeltwater en schuurt stromend water de beekdalen verder uit. De ondergrond blijft bevroren. Het is dan 11.000 v. Chr. Een smallere geul Hunzedal blijft over, 10 km breed en 10-15 meter diep. Tijdens de koude droge periodes is nauwelijks vegetatie mogelijk en verwaait de bovenste laag dekzand. De wind heeft vrij spel. Een laag dekzand van één-twee meter hoogte bedekt het gebied. Ook waaien delen van de stroomdalen dicht en hoopt zand zich samen tot dekzandkoppen. Hier ontstaan later de eerste bewoningen. Postweg en Berkenrode In deze Weichselperiode zijn dekzandruggen vanuit de Hondsrug dwars op de loop van het oerdal Hunze ontstaan. Deze dwarse zandruggen stremmen de waterloop vanuit het zuiden in noordelijke richting. Dit gebeurt bij Schoonebeek maar ook in de streek tussen het latere Nieuw Dordrecht en Barger-Compascuum. Hier ligt de Postwegdekzandrug (zie afb. 2). Op deze dwars op de Hondsrug liggende hoogte loopt later van west naar oost; de Herenstreek, het Karrepad, de Willem Albertsvaart en de Postweg. In de buurt van Klazienaveen-Noord, bij Sluis 2 is een brede diepte, een waterdoorgang. Hier stroomt water vanuit het zuidelijke Hunzegebied, het Bargerveen, in noordelijke richting (afb 2, pijl a). Evenwijdig met de Hondsrug en ten oosten van de Hunze ligt een andere in de Weichselperiode ontstane dekzandrug: de Berkenrode. Na deze laatste ijstijd wordt het warmer en vormt zich veen in het Hunzedal. Dit doet de doorgang in de Postwegrug nagenoeg sluiten. Een waterrijke periode zorgt voor stijging het grondwaterpeil. Het Zwarte Meer breekt op zijn slechtste oever en laat in één keer het water lopen. Dit heet Moorausbruch of veenuitbarsting: veen laat ineens zijn opgehoopte water los. De doorgang door het Hunzedal is gesperd. Het water kiest zijn weg in noordoostelijke richting: de Runde (afb 2, pijl b, noot 1). Afbeelding 2. Schets van het ontstaan van de Runde. Na de Moorausbruch- veenuitbarsting van het Zwarte Meer neemt het water niet de loop (a) door de Postweg naar het Hunzedal, maar (b), in noordoostelijke richting, de weg naar Ter Apel om daar uit te komen in de Ruiten Aa. Het is dan 500 voor Christus en de Runde als veenbeek is ontstaan. ND; Nieuw Dordrecht, Zw; Zwartemeer, BC; Barger-Compascuum, EC; Emmer- Compascuum, Ros; Roswinkel, Ma; (De) Maten, TA; Ter Apel, RB; Rütenbrock, Li; Lindloh, SB; Schwartenberg, Fe; Fehndorf en Hm; Hebelermeer (GS) De Runde Het water loopt ten oosten van de Berkenroderug naar de Ruiten Aa bij Ter Apel. Dit is 500 jaar v. Chr. en het beekdal van de Runde als noordoostelijke uitlaat van het Zwarte Meer is ontstaan. Het ontwateren van het Bargerveen via het Zwarte Meer is van 2000 tot 500 jaar voor Christus twee tot drie kilometer naar het oosten verschoven. De Runde is een feit (zie ook noot 2) Uit oude vertellingen is op te maken dat in de zomer, bij droogte het riviertje soms droog ligt en is het niet meer dan een smalle sloot. In de regenrijke periodes zwelt het water aan en is de ‘Runne’ soms wel honderd meter breed met hoogstaand en woest water. Op oude kaarten ontbreekt soms het zuidelijke stuk, de verbinding met het Zwarte Meer. Alsof het niet duidelijk is hoe het watertje heeft gelopen of zelfs uit meerdere beekjes heeft bestaan (zie afb. 3). Afbeelding 3. De knapzakroute Barger-Compascuum-Hebelermeer K 25 toont op blz. 17 deze kaart van W.U. Huguenin uit 1825. Het laat ons het grensgebied bij Zwartemeer, Barger-Compascuum en Emmer-Compascuum zien. De rode verticale streep is de landsgrens. De kronkellijn, in het midden, naar het noorden (boven) is de Runde, die vanaf het Zwarte Meer onduidelijk begint maar uiteindelijk een echte rivier wordt. De (gegraven) sloot ‘Het Kanaal van Martels’ verbindt het Zwarte Meer met het Duitse Hebeler Meer. Net over de grens zijn boerenplaatsen ingetekend. De knapzakroute K 25 gaat door dit gebied. Het begint en eindigt bij het Veenpark, neemt zijn route langs de Runde en steekt de grens over, bezoekt het kerkdorpje Hebelermeer en komt weer terug. Vanuit Duitsland is dezelfde route te beginnen in Hebelermeer om ook hier te eindigen (bron; Knapzakroute K-25) 1/5   Ga naar de volgende pagina