De Bredesloot in Emmer-Compascuum
De Bredesloot bij de brug over de
Oostelijke Doorsnee in het
overgangsgebied van Barger-
Compas-cuum naar Emmer-
Compascuum. In de verte ligt de
grens (foto; GS)
Wat vooraf ging- de Breede Sloot
In de 18de en 19de eeuw is de grens
tussen de gemeente Emmen in
Nederland en het Duitse Emsland
bepaald. In 1764 wordt het
grensconvenant tussen de Republiek
der Verenigde Nederlanden en het
Duitse Bisdom van Munster gesloten.
Met een pennenstreek van een
landmeter wordt de kaarsrechte
grenslijn op de tekentafel vastgelegd.
Van de kerktoren van Wietmarschen
tot een punt op de ‘Ubbenbarg’ in het
latere Schwartenberg. Grenspalen
worden geplaatst. Het moet een hele
klus zijn geweest om de palen in het
moerasgebied te plaatsen. In 1824
komt nogmaals een ‘Verdrag van Meppen’ tot stand, die ook nu nog geldt.
Tot aan de 18de eeuw is niemand geïnteresseerd in de exacte ligging van de landsgrens. Het is water, moeras en veengebied, onbewoonbaar en
nagenoeg onbegaanbaar. Boeren uit de aangrenzende zanddorpen laten hun schapen hier grazen.
In 1788 sticht de Bisschop van Munster veertien kolonies aan de westrand van het Duitse Boertanger moeras. De streek aan Duitse kant raakt
bevolkt. Greppels en sloten worden gegraven om het land te ontwateren. Het moeras laat zijn water los en het gebied wordt bewoonbaar.
Tegelijkertijd raken Nederlandse ondernemers geïnteresseerd in het veengebied aan de oostgrens van de provincie Drenthe. Ze willen het
veenland kopen, afgraven en de turf en bouwland verhandelen.
Ze zien het als belegging. Maar er is een probleem.
Duitse boeren uit de plaatsen Lathen, Nieder- en Oberlangen, Altharen, Wesuwe en Versen menen weiderechten te hebben in het aan
Nederland toegekende gebied bij het riviertje de Runde. Er doen zich conflicten voor en de beide landsregeringen bemoeien zich ermee. De
Duitsers- ze behoren van 1814, na Napoleon, tot 1866 tot het koninkrijk Hannover- worden in het
gelijk gesteld en de Nederlanders moeten een deel van hun land afstaan.
4/15 van het gebied komt in handen van de Duitsers. Boeren uit de grensdorpen Hebelermeer en
Schwartenberg worden eigenaar van de strook Nederlands grondgebied, die grenst pal aan hun dorpen.
Het ‘aan de Hannoveranen afgestane deel’ ligt van Zwartemeer in het zuiden tot Emmer-Compascuum
in het noorden, van het nog te graven Van Echtenskanaal tot de ‘Berg’ bij Zwartenberg. Het gebied
heeft een lengte van een kleine 10 kilometer. Op de kaart wordt de scheidingslijn ingetekend op exact
678 meter ten westen van de landsgrens.
Een scheidingssloot met een breedte van 2 meter wordt gegraven en krijgt de naam ‘Breede Sloot’. Het
is dan 1862 (zie kaart 1).
Stempel van het Koninkrijk Hannover. Officiële stukken uit het Emsland, zoals testamenten en
akten van verkoop worden in de jaren van 1814 tot 1866 bevestigd met een dergelijke stempel
(bron; Renate Rolfes-Schütte -Rütenbrock)
Kaart 1. Het grensgebied bij Emmer-Compascuum in de eerste jaren na 1900 (detail van de
kadastrale kaart no 226 Emmer-Compascuum, verkend in 1902 en ged. herzien in 1911)
Compascuüm
Het zuidelijke gebied, dat tot voor kort gemeenschappelijke weidegrond is van de boeren van
Zuid- en Noordbarge én Duitse boeren, heet voortaan Barger-Compascuüm. Het noordelijke
gebied, dat tot dan in gemeenschappelijk gebruik is bij de boeren uit Emmen, Westenesch,
Weerdinge en Duitsers, krijgt de naam Emmer-Compascuüm. Jus Compascuire is Latijn voor
gemeenschappelijk gebruikte weidegronden. Dit verklaart de namen van beide buurdorpen.
Eerst nog wordt het grensland verhuurd aan boekweitboeren, die op het veen boekweit
verbouwen, schapen houden en aan bijenteelt doen. Voor eigen gebruik graven ze turf.
Tientallen Duitse gezinnen, afkomstig uit het aangrenzende Hannover, na 1866 heet het Pruisen,
vestigen zich hier. Zij vestigen zich in dit onbekende gebied en worden later bestempeld als
pionieren. Hun keten zijn opgetrokken uit berkenbomen en veenkloeten. Het dak is van
heideplaggen en stro. De mensen en het vee huizen onder één dak, vaak in één ruimte.
Bij de kaart
De landsgrens is de verticale lijn, rechts, aangeduid met ++. Ten oosten hiervan ligt Duitsland,
dit is op de kaart uiterst rechts. Links, ten westen ervan, ligt Nederland. Vanuit het zuiden, op de
kaart onder, loopt de grens kaarsrecht in noordelijke richting.
De eveneens rechte lijn, hier links van, is de Breede Sloot. De afstand van grens tot deze sloot is
exact 678 meter. Het gebied tussen de Breede Sloot en de grens heet hier Zwartenbergerveen en
behoort tot Emmer-Compascuum. Zwartenbergerveen begint in het noorden ter hoogte van de
‘Berg’ bij Zwartenberg bij Grenspaal (GP) 165. Hier woont tientallen jaren de familie Over. In
het zuiden loopt het door tot de lijn, die uitkomt bij Grenspaal 163 IV. Dit is de Verlengde
Tweede Groenedijk. Het land hier ten zuiden van heet het Zwartenberger Compascuum, dat tot
Barger-Compascuum hoort.
Bij GP 165, Zwartenberg (Schwartenberg schrijft de Duitser) gaat de grenslijn met een kleine
hoek in oostelijke richting verder naar Ter Apel.
In het noorden ligt Munsterscheveld aan het Hoofdkanaal. Vanuit dit kanaal loopt de
Kalkovenwijk haaks in zuidoostelijke richting, die halverwege het Zwartenbergerveen naar het
zuiden afbuigt.
1/4
Ga naar de volgende pagina