Tekst op het gedenk-bidprentje van Maria Aleida Zaan, getrouwd Koop en later hertrouwt Amel (bron; Catrien Haan- Bruns) Hölscher, Zaan en Gerth In het Zwartenbergerveen woont ook de bekende klompenmaker ‘Aole’ Berend Hölscher (1856-1926), getrouwd met Anna Maria Zaan (1857-1893). Hölscher is geboren in Hebelermeer en woont op diverse plaatsen in het grensgebied. Anna Maria Zaan is geboren in Valtherveen, waar ook de jongste drie kinderen zijn geboren. Hun oudste zoon is evenwel geboren in Barger-Compascuum. In 1877 is deze familie ingeschreven in de gemeente Emmen. Bij hen in woont vader Geert Zahn (1818-1888), die geboren is in Herzlage en hier aan de Breede Sloot zijn laatste jaren slijt. Zijn echtgenote is Adelheid Rotterink (1816-1879). Het echtpaar Zahn- Rotterink krijgt meerdere kinderen, onder wie de hierboven beschreven Anna Maria (Hölscher) en de hiervoor beschreven Maria Elisabeth, getrouwd met Jan Hendrik Wolters ‘Grote Kneipe’, maar ook Maria Gretha, die trouwt met Johann Heinrich Hoffmann en de hierna te noemen Maria Engel, gehuwd met Frans Tiben. De familie Zahn woont hiervoor dus in Valtherveen, mogelijk Valthermond. Ook Berend Hölscher is stateloos en zijn huwelijk niet gewettigd. Zijn eerste vier kinderen hebben de achternaam van de moeder: Berend Hendrik (1878, blijft in de buurt), Geert (1881, idem), Maria Aleida (1883, Olleid verhuist naar Duitsland, trouwt met de Altharener Koop, later Amel, zie bidprentje) en Anna Maria (1888, trouwt met Franciscus Stanneveld uit Munnikemoer). Hölscher’s echtgenote overlijdt in januari 1893. Eind 1893 trouwt hij met Maria Adelheid Pranger (1871-1958). Ze is 16 jaar jonger en mogelijk na het overlijden van zijn eerste vrouw hulp in de huishouding. Ze wonen dan in Barger- Compascuum aan de Schoolweg-noord, op plaats 25, dichtbij het eikenbos van Jan Berend Wilken, de kerk en de school. De familie Pranger woont ook hier. Dit huwelijk is wel door de Staat erkend en de 12 kinderen uit dit huwelijk heten allen Hölscher. Aan de Breede Sloot woont ook Maria Engel Zaan (1864-1944), dochter van Geert Zahn. Ze is getrouwd met Frans Tiben (1867-1901), broer van Anna Helena Tiben die getrouwd is met Johan Alexander Gerth. Het echtpaar Gerth-Tiben ‘Scheper Johan’ woont van 1885 tot kort na 1900 eveneens aan de Breede Sloot. Johan Tiben verdrinkt in 1901 in één van de plaatselijke wijken, weet Herman Gerth, kleinzoon van ‘Scheper Johan’.  Altijd veel grensverkeer Er is vanaf eind negentiende eeuw voortdurend veel grensverkeer en omgang tussen de mensen van beide landen. Veel familie woont in Duitsland en jongens en meisjes uit Nederland werken als koeheerd op de grote Duitse zandboerderijen. Veel Nederlandse jongens dienen als knecht of meid in het Emsland. Als in Rütenbrock de jaarlijkse kermis is, bezoeken veel Nederlanders dit feest. Kinderen van Alexander Gerth bezoeken oma Alexandrina Bette in het armenhuis en krijgen hier suikerbrood getrakteerd. Aan het eind van de Kloosterweg in Emmer-Compascuum, de weg van het latere klooster naar de grens, staan meerdere kroegen. Sietse van der Sluis noemt: Barger Wessels en later Jan Pragt, Noldus Westen en aan de Duitse kant ene Schür. Barger Wessels moet zijn ‘Barger Wessel sien jongs’, dit zijn de gebroeders Thole (Geerdink, 1996). De kaart van Henk Hake eindigt met twee keer Thole. Het café ‘kneipe’ lag op een doorgangsweg van Duitsland naar Nederland. Hier wordt gesmokkeld en ook als later mannen vanuit Nederland gaan werken in het Duitse veen, bv in Fehndorf, passeert men hier de grens. Bredesloot Nog voor 1900 begint de veenafgraving. Kanalen en zijwijken leggen het gebied open. Kanaal- en veengravers uit alle streken komen het gebied binnen. In Emmer-Compascuum, op de oostoever van de Breede Sloot, ontstaat een woonlint en heet in de volksmond de ‘Bredesloot’. Deze streek staat bij oudere bewoners van Emmer-Compascuum bekend om zijn natte grond en zijn slechte toegankelijkheid, het smokkelen en drankmisbruik van vooral de in Duitsland geproduceerde foezel. Abeltje Rozema schrijft erover in haar ‘De leeuwerik jubelt, verhalen van drie generaties vrouwen in het veen’ (2003). Abeltje werd in 1913 geboren in Emmer-Compascuum, aan de Bredesloot. Zij groeit op in de grensstreek. Het leven is hard in de venen, fysiek zwaar werk voor man, vrouw en kinderen. Onzekere verdienste, verplichte winkelnering bij de veenbaas, slechte woonomstandigheden, hoge kindersterfte en weinig tijd en ruimte voor gevoel. Het leven moest door. De weg verlegd In latere jaren verdwijnt deze streek aan het lint. De grond wordt afgegraven en de huizen afgebroken. Door de vervening wordt het gebied anders ingericht. Ook de keten op het bovenveen in de streek ‘Achter de Breede Sloot’, tussen de Breede Sloot en de landsgrens, worden afgebroken. Hier aan de grens, maar ook her en der verspreid in het gebied, wonen de van oorsprong Duitse boekweitboeren. Vanuit de Kalkovenwijk wordt een kanaal in zuidelijke richting verlengd en heeft zijn ligging zo’n vijftig meter ten oosten van de oorspronkelijke Breede Sloot. Zijwijken worden in de richting van de grens gegraven om ook hier het veen te kunnen afgraven. Aan de westkant komt een straatweg te liggen die eveneens de naam Bredesloot draagt en gaat na de Verlengde Tweede Groenedijk over in de Zwartenbergerweg en vervolgens splitst de weg in Limietweg-Oost en Limietweg. Enkele huizen worden gebouwd aan de Bredesloot, aan de westkant van het kanaal of tegenover aan de oostkant. De weg maakt verbinding met de Oostelijke Doorsnee en met de Verlengde Tweede Groenedijk. Bij de Oostelijke Doorsnee ligt een brug. Nog verder naar het zuiden gaat de Zwartenbergerweg als ‘Hogebrug’ over de Steenhuiswijk. Emmer-Compascuum, Munsterscheveld en BB-buurt De Bredesloot grenst aan Munsterscheveld, dat vooral bewoond wordt door van oorsprong katholieke Duitsers uit het grensgebied. De bewoners van de ‘oude’ Bredesloot zijn afkomstig uit de Drents-Groninger Monden en van protestante gezindte. De huizen aan de Bredesloot zijn langzaam maar zeker opgeruimd. Als dan in Emmer-Compascuum, ten zuiden van de Kalkovenwijk, de volkswijk BB-buurt, genoemd naar Brederode Bouwbedrijf, gereed is met zijn De Muis & Winterhuizen, verhuizen veel bewoners van de Bredesloot hier naar toe. Ten oosten van Emmer-Compascuum en ten zuiden van de Kalkovenwijk loopt anno 2014 een forse sloot in noord-zuid richting. De ligging komt overeen met die van de ‘oude’ Breede Sloot. Waarschijnlijk is deze sloot een overblijfsel van de scheidingssloot uit 1862, dat hier zijn noordelijke eindpunt heeft. Een kleine tien kilometer zuidelijker eindigt de sloot in het Van Echtenskanaal in Zwartemeer. Rechts is de Kalkovenwijk, die loopt naar het Zwartenberg (niet zichtbaar). Links is de volksbuurt, de BB-buurt. De kerktoren van de katholieke kerk komt net boven de bomen uit. Daar waar de sloot in de verte eindigt, is aan de horizon een bos. Links in dit bos steekt een spits puntje omhoog. Dit is de toren van de Willehaduskerk van Emmer- Compascuum-Munsterscheveld. De Breede Sloot is soms een iel slootje dat met gras overwoekerd is. Dan is het honderden meters geheel uit het landschap verdwenen om verderop weer in zijn volle breedte te verschijnen. De sloot heeft een opvallend verloop met een bijzondere ontstaansgeschiedenis (foto; GS) 3/4   Ga naar de volgende pagina