Het geluk van Bargerveen vrijdag 11 december 2009 | Paul Straatsma Veen spreekt tot de verbeelding. Het is mysterieus, gevaarlijk en het ontzag voor het veen ligt diep verankerd in de genen van de bewoners van onze streken. In het Bargerveen, in de zuidoosthoek van Drenthe, kun je nog iets ervaren van de uitgestrektheid van de moerassen van weleer. Staatsbosbeheer zet alles op alles om het hoogveen weer te laten leven.   Midden in het Bargerveen, op een kruispunt van brede zandpaden, staat een vierkante zuil ter herinnering aan de vervening. Rondom mengen zich geruis en stilte. Met het kruispunt van paden, is het landschap opgedeeld in kwartieren. De kavels strekken zich uit als enorme bassins waarin – afhankelijk van het waterpeil – veenmos, pijpenstrootje en heide gedijen. Een rug met daarop een rij berken steekt boven het water uit. In de drassigheid heeft een aantal bomen het loodje gelegd. Hun wortels steken in de lucht alsof ze, in een uiterste poging zich te weren tegen de wind, een schild zochten om achter weg te kruipen. “Eeuwen geleden moet hier een enorme ramp zijn gebeurd. Alle boomstammen die we onder in het veen tegenkwamen lagen in een richting.” Piet de Lange (74) kan het weten. Hij en Harrie Scholte Aalbes (65) zijn gids bij het Veenloopcentrum en geboren en getogen Weiteveners. Piet heeft dertien jaar in de vervening gewerkt. Op 13-jarige leeftijd sloeg hij als beul de maat van de turven. Uit eigen ervaring kan hij vertellen hoe zwaar het was een met turf geladen schip te trekken. Harrie, op zijn beurt, kocht van de zonnedauw die hij plukte – zonnedauw werd gebruikt voor medicijnen – zijn eerste fiets. Bovendien weet Harrie hoe korhoen smaakt: zijn vader schoot ze op het veen. Tijden veranderen, wat is gebleven is de liefde voor het Bargerveen. Op deze plek in de krant wordt met regelmaat geschreven over het Bourtangermoeras: het enorme gebied dat zich vroeger uitstrekte tussen de stad Groningen, de Hondsrug en het stroomdal van de Eems. Het Bargerveen is een restant van dat gebied. In de genen van de Noordeling ligt het ontzag voor het veen diep verankerd. Voor de eerste bewoners van onze streken moet het moeras – getuige de offers die er zijn gevonden – een sacrale plek zijn geweest. Het moeras was mysterieus en gevaarlijk. Tegelijkertijd bood het bescherming. Na de middeleeuwen diende het als verdedigingslinie. Plaatsnamen als Nieuwe-, Oude- en Emmerschans wijzen daarop. Weer later telde vooral de economische waarde van het veen. Daarom werd vanaf de 17de eeuw het Bourtangermoeras afgegraven. Met zo’n honderd meter per jaar werd het veen vanuit het Noorden opgerold en ingeruild voor de Veenkoloniën. Het Bargerveen bleef over. Leeft het moeras daar nog voort? Op het verste punt van de wandeling liggen drie grote bulten met turf. De Norit-fabriek, de laatste vervener, heeft ze er gedeponeerd. Ze moeten ‘geloof, hoop en liefde’ symboliseren, maar Piet heeft ze herdoopt in ‘bloed, zweet en tranen’. Pas begin jaren negentig werden de machines stilgezet. Het gebied maakt de indruk alsof het werk niet is afgerond. Het is het geluk van het Bargerveen. Als Staatsbosbeheer niet vanaf de jaren ’60 de gronden had opgekocht, stonden we nu hier in een landbouwgebied, niet te onderscheiden van de Veenkoloniën. Inmiddels stelt de terreinbeheerder alles op alles om het hoogveen weer tot leven te laten komen. Als je weet dat hoogveen per jaar een millimeter groeit, dan weet je dat we in decennia moeten denken om weer van een echt hoogveengebied te kunnen spreken. Het veenloopcentrum in Weiteveen is gevestigd in de voormalige pastorie van het dorp. Elke rondleiding vangen de gidsen aan volgens een vast driedelig protocol. Eerst wijzen ze naar de lamp boven de kerkdeur, om te illustreren hoe hoog het veen reikte; door het ontwateren alleen al zakte het pakket twee meter. Eenmaal op het veen wordt uit een poel een pluk veenmos getrokken en leeggeknepen; als je weet dat veenmos voor meer dan negentig procent uit water kan bestaan, dan begrijp je wat het hart van hoogveen is. Daarna nemen de gidsen de bezoekers mee naar de twee meter hoge rand van een afgraving; het profiel laat de lagen zien waaruit het veen is opgebouwd (zie kader ‘Bodemprofiel’). Zoals veenmos uitpuilt van water, zo zitten Harrie en Piet boordevol kennis over het gebied: als je er iets in knijpt dan komt het naar buiten. Zo komen de verhalen over smokkelen, over de baltsvlucht van de nachtzwaluw – als je in je handen klapt komt hij vlak voor je even stil te hangen in de lucht -, over de armoede rond de keten op het veld, over de smaak van boekweitpannenkoeken, over ganzen die ‘s avonds een kilo zwaarder binnenploffen – ‘plofgans’ – dan dat ze ‘s ochtends vertrekken. Alle vermetele pogingen van Staatsbosbeheer ten spijt, met zulke verhalen komt het veen pas echt tot leven.   Hoogveen Het Bargerveen is een hoogveengebied. Het is 2000 hectare groot en bestaat uit het Meerstalblok, het Amsterdamsche veld en het Schoonebekerveld. Laagveen leeft van grondwater; hoogveen leeft bij de gratie van regenwater. Veenmossen zijn goed in staat water vast te houden, zo kan een hoogveen uitstijgen boven de grondwaterstand. Omdat regenwater arm is aan voedingsstoffen, biedt hoogveen een voedselarme omgeving en daarmee een rijke flora en fauna. Een voedselarme omgeving is wat heide en hoogveen gemeenschappelijk hebben. Daarom is er in het Bargerveen in de afgegraven delen veel heide vinden. Om te voorkomen dat die delen dichtgroeien met bomen graast er vee. Alleen in het Meerstalblok – het noordelijkst van de drie – is nog levend hoogveen te vinden. Een behoorlijk deel van het Bargerveen bestaat uit rustend hoogveen, niet afgegraven maar wel ontwaterd. Het grootste deel staat te boek als afgetakeld – afgegraven – hoogveen. Profiel Tijdens de wandeling laten de gidsen het bodemprofiel van het veen zien. Op het zand – een uitloper van de Hondsrug – liggen achtereenvolgens slikveen, elzebroekveen, bruinveen, bolster en als laatste de bonklaag bestaande uit heide en wortels. Aan de hand van het profiel wordt het proces van vervening duidelijk. De bonklaag werd terzijde geschoven; de bolster werd afgevoerd als strooisel voor stallen en grondverbeteraar voor de tuinbouw; het bruinveen – bruine goud – werd afgegraven als turf. Het elzebroekveen werd aanmaakturf. Daarna werd de bonklaag weer teruggelegd en vermengd met het slikveen; hieruit ontstond de dalgrond die de Veenkoloniën kenmerkt. Ganzentochten Er zijn veel mogelijkheden om te wandelen in het Bargerveen. Staatsbosbeheer heeft aan verschillende kanten van het gebied wandelroutes uitgezet. Wilt u wandelen met een gids dan kunt u contact opnemen met het Veenloopcentrum Weiteveen (Zusterweg 17, 7765 AX Weiteveen, tel. 0524- 541458, www.veenloopcentrum.nl). Onder begeleiding van een gids mogen bepaalde delen van het Bargerveen die niet vrij toegankelijk zijn, betreden worden. In de maanden december en januari organiseren de gidsen ganzentochten. Elke nacht verblijven duizenden ganzen in het veen, het is adembenemende gebeurtenis deze ‘s ochtends massaal te zien opstijgen.   Gepubliceerd in Dagblad van het Noorden