Langs de stille kant Geschreven door Paul Straatsma voor het Dagblad van het Noorden van 6 juli 2013 Onlangs opende de Veenvaart haar sluizen voor varend verkeer tussen Oost-Groningen en Zuid-Drenthe. Langs die route kun je ook prima fietsen. Een gang langs het Oranjekanaal en een doorsteek over de Hondsrug maken het rondje compleet.   Arm Oranjekanaal: je werd met hoge verwachtingen gegraven, zou bergen turf vervoeren, hoge winsten maken en koning Willem III verleende hoogstpersoonlijk toestemming voor je naam. Maar je kon de belofte nooit inlossen. Lijdzaam moest je toezien hoe er smalend werd gelachen wanneer je weer eens onvoldoende water had voor de schepen die je zo graag wilde vervoeren. Op het droge Drentse zand bleef je een vreemde eend in de bijt, hoe graag je ook anders wilde… Boven de brug over het Oranjekanaal in Schoonoord hangen de contouren van een turfpraam, vormgegeven in een kunstwerk. Het moet de herinnering levend houden aan de tijd dat schepen door het kanaal trokken, iets wat tot het verleden behoort sinds de vaarverbinding tussen de Drentsche Hoofdvaart bij Smilde en het Van Echtenskanaal bij Klazienaveen in 1976 werd gesloten. Het water onder de brug ligt tussen hoge oevers. Hier en daar is een trappetje in het talud gemaakt of daalt een paadje zigzaggend naar beneden, naar een plekje om te kunnen vissen of een roeibootje aan te meren. Die hoge oevers hebben alles te maken met de Rolderrug die ter plekke door de kanaalgravers doorstoken moest worden. Eigenlijk zou er ook een monument moeten komen voor al die mannen die het kanaal met de schop hebben gegraven, ze leverden een nauwelijks voor te stellen hoeveelheid arbeid. Bij de brug in Schoonoord trapt onze fietstocht af. Het zonnetje schijnt, er staat een loom zomers briesje; langs het Oranjekanaal gaan we op zoek naar de Veenvaart. De onlangs geopende vaarverbinding tussen Erica en Ter Apel vormt de aanleiding voor deze tocht. Maar het verhaal van de Veenvaart kan niet verteld worden zonder dat van het Oranjekanaal. Dat werd tussen 1853 en 1861 gegraven om de Bargervenen ten oosten van Emmen te ontsluiten. De Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij (DVMKM), opgericht in Dordrecht, voorzag hoge winsten. Het liep anders. Bij het laatste deel van de verbinding, tussen Oranjedorp en Nieuw-Dordrecht bleek de Hondsrug een maatje te groot. Het veen kon niet ontwaterd worden, waardoor het kanaal op zijn beurt te weinig water kreeg. Het Oranjekanaal werd geen succes, maar was wel van grote invloed op de omgeving onder andere door de stichting van nieuwe dorpen. De Bargervenen werden verveend door andere compagnieën. In Odoornerveen zoeken we de stille kant van het water, waar geen of weinig auto’s rijden. Je zou het lintdorp ‘schrale troost’ kunnen noemen. Op weg naar de Bargervenen was het voor de DVMKM mooi meegenomen dat dit veen, ingesloten tussen de Rolderrug en de Hondsrug, kon worden afgegraven. Je voelt dat het Oranjekanaal hier lekker in zijn jasje zit, je ziet het aan de boerderijen langs de vaarweg. Gestaag nadert Emmen. Het fietspad over de oever verrast, wat alles te maken heeft met de boomwallen langs het water en de afwezigheid van autoverkeer. Als een soort fietssnelweg blijkt het pad de ideale manier om Emmen snel te passeren. Na Zuidbarge – een oud dorp in een nieuwe stad – stuiten we op de Bladderswijk die het Oranjekanaal met het Van Echtenskanaal verbindt. Maar waar is die Veenvaart? Bij Oranjedorp steken we het water over, op de plek waar de DVMKM de doorgang naar de Bargervenen in gedachten had. Iets verderop ligt Nieuw-Dordrecht, waar aan de Herenstreek de huizen nog altijd ruim 50 meter van de weg af staan om het water doorgang te verlenen. Wat men destijds niet voor elkaar kreeg, is nu wel gelukt, zij het dat de doorgang een kilometer zuidelijker ligt. We fietsen ernaar toe. De oevers van het nieuwe kanaal zijn nog onbegroeid, het drie kilometer lange water is zo vers dat het bij de opening de naam van een nieuwe vorst kon meekrijgen. Dankzij het Koning Willem-Alexanderkanaal en het herstel van enkele aansluitende waterwegen, kan er weer gevaren tussen Oost-Groningen en Zuid-Drenthe. Dat gebeurt volop. Bij de sluizen liggen meerdere boten te wachten tot ze verder kunnen. Op een mooie zonnige dag als vandaag trekken ze veel bekijks. Er hangt een gemoedelijk sfeertje. Niemand heeft haast of maakt zich druk, met uitzondering van een sluiswachter die de verantwoording voelt voor bootjes die de kade of zichzelf schade kunnen aandoen. ‘Vijf meter hoogteverschil wordt hier overbrugd, in twee etappes’, weet een man, leunend op zijn fiets, te vertellen, ‘met elke lichting gaat er 500 kuub water doorheen.’ Hij wijst naar de sluisdeuren: ‘Als die openbreken, nou… berg je dan maar, dan is het kanaal in een keer leeg.’ We fietsen verder. Met het nieuwe kanaal is een fietspad aangelegd, het kreeg de naam IJstijdpad mee. Bij de graafwerkzaamheden zijn veel zwerfkeien tevoorschijn gekomen. Vroeger kon de aannemer die als bijvangst verkopen, tegenwoordig worden die keien als erfgoed beschouwd en moeten ze blijven liggen. Het IJstijdpad eindigt vlakbij het Veenpark. De bootjes kunnen daar doorheen, helaas geldt dat niet voor fietsers. Aan de andere kant van het park pikken we de vaarroute weer op. Dan is er het Oosterdiep in Barger Compascuum en zijn we definitief aan de andere kant van de Hondsrug. Nemen we dezelfde weg terug, of fietsen we door naar Ter Apel, met een doorsteek over de Hondsrug ter hoogte van Valthe? We kiezen voor het laatste.    Deze fietsroute kwam tot stand dankzij Gerard Steenhuis uit Barger Compascuum.