20. Dezelfde sloot maar dan genomen vanuit
zuidelijke richting. Rechts is de Kalkovenwijk,
die loopt naar het Zwartenberg (niet zichtbaar).
Links is de volksbuurt, de BB-buurt. De toren
van de katholieke kerk komt net boven de
bomen uit. Daar waar de sloot in de verte
eindigt, is aan de horizon een bos. Links in dit
bos steekt een spits puntje omhoog. Dit is de
toren van deze Willehaduskerk van Emmer-
Compascuum-Munsterscheveld (foto’s; GS)
21. ‘Melkveebedrijf Meervee’ is de naam van het bedrijf
van Gerard Meerkerk aan de Bredesloot 50 (foto; GS)
BB-buurt
De huizen aan de Bredesloot worden langzaam maar zeker
geruimd. Als de gemeente na de oorlog op steenworp afstand
in Munsterscheveld een nieuwe woonwijk bouwt, verhuizen de
bewoners van de Bredesloot hier naar toe. De volksbuurt heet
BBBuurt, genoemd naar Bredero Bouwbedrijf en is bekend
om zijn Muijs & de Winter’s woningen (Muwi) (noot 7).
De wijk Munsterscheveld is katholiek. De meeste inwoners
stammen af van katholieke boekweitboeren uit de Duitse
grensdorpen. De bewoners van de Bredesloot zijn van
protestantse gezindte en afstammelingen van Friese,
Groningse en Drentse kanaalgravers en veenarbeiders.
Huidige grondeigenaren aan de grens
Grondeigenaren hier aan de grens, nu, zijn van zuid naar noord: In het Zwartenberger Compascuum staat sinds enkele jaren de boerderij van
de uit Nieuw Schoonebeek afkomstige veeboer Harmes. Het bedrijf- met zonnepanelen op het dak- grens aan het fietspad naar Haren-
Fehndorf. Dan komt tot de brug over de Steenhuiswijk grond van Johan de Wilt. Noordelijker zijn de jongens van Mencke eigenaar; de neven
Stephan (van Jos) en Berend (van Herman), Ben en zoon Erik. Dan komen Tonnie Hospers en Erik Kaiser die hun boerderijen hebben aan de
oz ‘lands’ kant van het Oosterdiep. Dan komt ene Hoezen uit het Duitse Sustrummoor, Packtrick Buis, veeboer Gerard Meerkerk, Hospers
weer, Ellermann van het geslacht Katrol van de Kapellenstrasse uit het naburige Duitse Lindloh en Johan Over uit Munnikenmoer. Zijn grond
grenst noordelijk aan de kavel van zijn neef Johan Over, de bewoner van de ‘Bargh’. Mogelijk is de opsomming niet compleet.
Noten
1. Harm Meijering is zetboer voor Veldkamp. De vervener Veldkamp heeft in Eexterveen een eigen steenfabriek. Waarschijnlijk zijn de oranje-
rode bakstenen van het huis van Meijering afkomstig van deze steenfabriek. Ook is Veldkamp verwant met de houthandelaar-bouwondernemer
Lucas Postma uit Emmer Compas. Grote kans dat Postma het huis voor Veldkamp heeft gebouwd, aldus Wim Visscher (1948) kenner van de
Noord Nederlandse verveningsgeschiedenis.
2. Zoon Herman Heinrich Hölscher staat later bekend als Pot-Hinnek. Eerst woont hij aan de Breede Sloot in Emmer-Compascuum en later
aan het Verlengde Oosterdiep oz 54 in Barger-Compascuum. Hij trouwt met Wilhelmina Christina Stuurman. Zie de lijst Geerdink.
Zie; http://www.achterdebreedesloot.nl/zwartenbergerweg_p9.htm
3. Naast Hendriks, aan de Oostelijke Doorsnee zz staat het huis van boer Ko Buter, zoon van Lucas Buter, die aan het Oosterdiep wz woont.
Hendriks huurt zijn huis ook van deze Lucas Buter. De boerderij van Marcus van Bentum wordt gehuurd door zetboer Otto de Groot. Nu is dit
het pand van loonbedrijf H.B. Otten. In de volgende boerderij, eveneens van Van Bentum, woont zetboer De Vries. Later is dit de boerderij
van Geuko Omvlee. Dan wonen in arbeidershuisjes Stevens, Kip, Veen, Geert Mulder, Baron en Ottens. Mogelijk woonde eerder in het huis
van Ottens de familie Hendrik Scheve. Daarnaast staat de boerderij van Bolle Jan van Klinken, nu Johan Hoezen. Zie ook hoofdstuk 12
‘Vervening vanuit het noorden’ in het in 2013 door mij uitgegeven boek ‘Land op de schop’.
In de personeelsadministratie van vervener Joost Steenhuis (mijn opa) lees ik dat Hendrik Emmerink, O Doorsnee zz 18, in het voorjaar van
1942 bij hem werkt. Dit doet ook Johannes Bouland, O Doorsnee 22, in het najaar van 1945.
Tegenover, dus aan de noordzijde, wordt in 1955 de boerenschuur van Hendrik Leunge gebouwd. Nu woont hier camperhandelaar Klaas
Bosma. Daarnaast staat het arbeidershuisje van Harm Emmerink, later het gezin van Aaltje Hoogland en Evert Oost. Verderop het huis van
weduwe De Groot. Dan in een woonwagen het gezin van Remmers. Deze familie hangt een bijzonder zwaar geloof aan en accepteert geen
hulp van de dokter. Dan Ottens, Bruinsma en Eise ‘bokke’ Geertsema. Hij heeft een veevervoerbedrijf naar de Emmer markt en weer terug.
Dan weer Ottens en Salomons. Deze familie Salomons emigreert in de jaren vijftig naar Australië. Nog verder naar het Oosterdiep staat het
houten zondagsschooltje. Veel mensen uit de buurt bezoeken het kerkje, dat later opgaat in de Baptistengemeente. Hier moeten ook in 1940 op
nummer 7 Reindert, Jan en Wobbe Kuipers gewoond hebben. Dit lees ik in de personeelsadministratie van vervener Steenhuis. Dan loonbedrijf
J. Ottens. De telefoonlijst van 1950 vermeldt op Oostelijke Doorsnee nz 3 J. Ottens loondorswerker. In het brugwachtershuis aan het
Oosterdiep woont Peet Wendels en later een familie Trip. Tot zover Douwe Hendriks en zijn familie.
4. Berthus Langenburg vertelt: Moeder Langenburg-Kremer overlijdt kort na de Tweede Wereldoorlog. Vader hertrouwt. Hij kan het
niet goed vinden met zijn stiefmoeder en verlaat in 1947 het ouderlijk huis. Acht broers en één zus heeft hij.
Hij kan zich zijn jonge leven nog voor de geest halen. Het huis staat aan de westzijdekant van de Bredesloot en als buren, op een
afstand van 500 meter, hebben ze Ensing en Trip. Het huis staat met de voorgevel naar de grens. Hij maakt bewust de oorlogsjaren
mee. Zijn vader werkt als veenarbeider in Duitsland en helpt veel vluchtelingen de grens over. Het huis moet in de oorlog volledig
geblindeerd zijn. Toch verduistert vader Langenburg niet alle ramen om zo vluchtelingen uit Duitsland de weg te wijzen. Vaak is zijn
vader ervoor gewaarschuwd dat hij gevaar loopt. Op een avond hoort Berthus geklop op de ramen. Waarschijnlijk zijn het piloten van
een zojuist in de buurt neergestort geallieerd vliegtuig.
Berthus gaat naar de hervormde school aan de Schoollaan. Veel kinderen uit de buurt bezoeken de Openbare Lagere School II van
meester Alle Pijlman. De kinderen Langenburg kennelijk niet. Berthus kent de boeren Hoving en Van den Berg van de proefboerderij
aan het Oosterdiep en de familie Scheve aan de andere kant van de straat. Met een zoon van winkelier Hartman is hij bevriend.
Een buurjongen zit in het verzet en wordt later opgepakt. Nooit heeft de familie hem weergezien. Hij is overleden in Kamp Dachau.
Het lichaam is later herbegraven in Heiloo en bijgezet in het graf van zijn broer.
Berthus kent ook familie van dominee Douma. Ds. Rinze Douma, geboren in Friesland, werkt tijdens de oorlog in Emmer-
Compascuum. Hij doet veel in het verzet, maar moet onderduiken. In de stad Groningen is hij actief in de illegaliteit. Hij vervalst en
regelt veel identiteitspapieren. In 1944 wordt hij in Amersfoort gepakt. Hij komt in februari 1945 om het leven in Kamp Bergen
Belsen. Tijdens de 4 mei viering in 2015 op de openbare begraafplaats in Emmer-Compascuum wordt hij herdacht en een straat naar
hem vernoemd.
7/8
Ga naar de volgende pagina