Verder met Hebelermeer, boekweit en kunstmest De eerste jaren na 1788 heeft Hebelermeer een moeizame start. De bisschop van Munster verloot 12 ‘plaatsen’ (Duits; plaatzen) aan de oostkant van het Meer. Later wordt ook gebouwd op de oevers van het Meer. De plaatsen zijn elk 40 hectare groot en worden in erfpacht aangeboden. De huur is gering. De kolonisten moeten per jaar, per plaats de oorspronkelijke marke-eigenaren uit Wesuwe 12 Nederlandse guldens en de Hertog van Arenberg 6 Nederlandse guldens betalen. Meerdere families komen naar Hebelermeer, in 1821 zijn er al 143 inwoners. Allen bouwen ze hun keet ‘Moorkaate’ in het gebied, verdeeld over de 12 plaatsen. Dit bemoeilijkt op de duur ook het economisch rendabel maken van de huurplaatsen (Bechtluft, 1986).Vanuit het Meer loopt een beek, de ‘Mersbach’ in oostelijke richting naar de Eems. Het water zet een watermolen, dichtbij Haren, op het grondgebied van ‘Hebel’ in beweging. Zo komt dit dorp bij het Meer aan zijn naam. De bewoners verbouwen vooral boekweit, waarbij in het voorjaar de bovenste veenlaag in de brand wordt gestoken. Weidelanden zijn er niet, schapen houden is beperkt mogelijk en genoeg stalmest ontbreekt om producten als aardappelen en rogge te verbouwen. De schaap behoort tot de Heidschnucker- niet veel eisend, klein van stuk en niet te zwaar- en graast op de braakliggende boekweitvelden. Men leeft in de winter van de jacht op watervogels, wilde eenden en ganzen, die op doortocht zijn en neerstrijken in het Meer. Geweren zijn er niet in die beginjaren. De vogels worden gevangen door het plaatsen van lokvogels en vallen. Ook houden ze bijen, door de nektarrijke boekweit wordt veel was en honing geproduceerd. Vrouwen en kinderen zoeken in het voorjaar wilde eieren. Voor eigen gebruik wordt de turf gestoken (Ottens, 1963). Het boekweitland raakt opgebrand in de jaren na 1800 en weer is er nood in Hebelermeer. Velen vluchten in de drank en gaan bankroet (Bechtluft, 1986). Opvallend is dat 75 jaren later (1860) de nieuwe bewoners van Barger-Compascuum, ook kolonisten genoemd, dezelfde problemen kennen. Smokkelen, emigratie en Süd-Nord Kanal Ook verdienen de mensen bij met smokkelen. De eerste honderd jaren kan dit ongestoord. Pas vanaf 1888 komen grenswachten (Ausheer) de grens bewaken (Ottens, 1963). Tijdens de Eerste Wereldoorlog en de jaren tot aan de Tweede Wereldoorlog is smokkelen verboden, strafbaar. Er zijn zelfs personen tijdens het smokkelen dood geschoten. Rond 1825 emigreren veel gezinnen uit Hebelermeer naar Amerika, anderen huren boekweitland in Nederland oa. in de nabijheid van het Zwarte Meer en in de buurt van het riviertje de Runde. In 1865 wordt de katholieke kerk gebouwd, 430 inwoners heeft het dorp dan. Na 1860 verhuizen enkele Hebelermeerders naar het Nederlandse buurdorp Barger-Compascuum om daar een existentie op te bouwen. Medio 1865 wordt ‘Compascuum’ vrijgegeven voor permanente bewoning. Vanaf 1875 gaan veel gezinnen wonen in het Hebelermeerse Compascuum, in het Nederlands grensgebied, dat toegewezen is aan de boeren uit Hebelermeer. Zij gaan op hun ‘Compas’ wonen, zoals het bij de Burgelijke Stand beschreven is. Advertentie in de Emmer-Courant in 1928. De grond ligt in Barger- Compascuum, terwijl de eigenaresse in Hebelermeer woont. Familiebanden tussen beide dorpen blijven nog lang bestaan. Rond 1880 wordt het Süd-Nord Kanaal uitgegraven, hier vinden veel Hebelermeerse jongens werk. Maar ook de woonomstandigheden worden beter. Met een dergelijke grote kanaal door het gebied komt de afwatering beter op gang. Het voormalig Meer wordt drooggelegd. Goede begaanbare zandpaden worden aangelegd en hiermee is de toegankelijkheid verbeterd. Boeren verzekeren zich bij de Landschaftliche Brandkasse uit Hannover van brandverzekering tot ziektenkostenverzekering (foto; eigen) Kunstmest brengt welvaart Rond 1900 doet kunstmest zijn intrede. Over het water - door het Süd-Nord Kanal- wordt de kunstmest naar Hebelermeer verscheept. Kunstmest maakt het bovenveen echt vruchtbaar en nu kunnen ook producten als aardappelen, rogge, klaver en haver worden verbouwd. Het gaat de boeren beter. Grote ‘friesische’ stenen boerderijen, met funderingen tot op het vaste zand en omgeven door grote eikenbomen, worden op de oevers van het vroegere Meer gebouwd.  Een spreuk over Hebelermeer zegt; “Die ersten Siedler hatten nur den Tod, die zweite Generation hatte die Not, jetzt haben die Hebelermeerer wirklich das Brot”. Hebelermeer krijgt zijn eigen Bank en ook Warengenossenschaft. Het gaat de mensen beter en een woonwijk komt tot stand. Gasthof Robben in 1963, behalve caféhouder is eigenaar Robben ook nog boer (bron; Ottens, 1963) Nederlanders terug over de grens Na 1975 ontvolkt het Emslandgebied maar Hebelermeer groeit. Nederlanders kopen massaal de huizen op en gaan er wonen. Grondprijzen en woningen zijn goedkoper en er is voldoende ruimte. Ook maakt de Duitse regering met subsidies en ondersteuningen het voor Nederlanders aantrekkelijk om aan de andere kant van de grens te gaan wonen. De Nederlanders werken in hun eigen land maar wonen in Duitsland. De boerderij van Franz Bölle, achter in het eikenbos. Het gaat de boeren door de toepassing van kunstmest beter. Grote ‘friesische’ stenen boerderijen zijn gebouwd (foto; eigen) Bronnen Bechtluft, H.H., Die Historie vom Twist (Meppen/Ems 1977). Bechtluft, H.H., 200 Jahre Moorkolonien Twist (Twist 1986). Bechtluft, H.H., 1786-2011 Moor ohne Grenzen, 225 Jahre Twist (Twist 2011). Benedicts, C., Goose Sienken, Lebensgeschichte einer Verbrecherin im Emsland (Meppen 1986).   Berens, J.B., Werkstuk over de inwoners van Bargercompascuum tussen 1873 en 1900 (Bargercompascuum).  Boivin, B., Knapzakroute K-25 Bargercompascuum-Hebelermeer (Assen 2009). Dijck, F.A.,‘Feitelijkheden aan onze oostelijke grenzen’. Nieuwe Drentse Volksalmanak 1978 (Assen 1978).  Dijck, F.A., Barger-Compascuum in grootmoeders tijd (Zaltbommel 1991).  Koers, M., Hexenschwert  Historischer Roman (Meppen 2010). Ottens, B., 200 Jahre Hebelermeer-Wesuwermoor 1788-1988 (Werlte 1988).  Ottens, B., Festschrift zur 175 Jahrfeier der Hochmoorgemeinde Hebelermeer, Kreis Meppen/Ems (Twist 1963). Ottens, B. Schöningh sien Dörp 1876-1976  100 Jahre Schöningsdorf  (Schöningsdorf 1976). Posthumus, H., Op zoek naar grenspalen, wandeling langs de grens van paal tot paal (Groningen 2010). Steenhuis, G., 145 jaar Bargercompascuum, over buurten, bedrijven en bewoners (Bargercompascuum 2011). Tacke, B. en B. Lehmann, Die Norddeutschen Moore (Bielefeld und Leipzig 1926). Www.wikipedia.nl.  3/3 Ga terug naar het begin