Naar Zwartemeer In 1943 verhuist het gezin naar Zwartemeer en komt te wonen op het grenskantoor, Verlengde van Echtenskanaal zz 133. Nu heet dit de Eemslandweg. Kort na de oorlog, in de zomer van 1945 verhuist het gezin nogmaals. Vader promoveert tot dienstgeleider en ze verhuizen naar Verlengde van Echtenskanaal zz 96 naast het postkantoor van de familie Bults. Zoon Gerrit Bults laat een oogje vallen op zus Jo. Zij trouwen ook later. Nadat Bults met pensioen gaat, komt Willem Wehkamp te werken in het postkantoor. Hij fietst voorlopig elke dag vanuit zijn woonplaats Barger Compas naar zijn werk in Zwartemeer. In Barger Compas woont het gezin van Jan Willem Wehkamp (1899 BC-1964 Zmeer) en Anna Helena Hartmann (1898 BC-1993 BC) in het toenmalige postkantoor op Verlengde Oosterdiep oz 100. Hier zijn ze ‘bijna’ buren. Later verhuist de familie Wehkamp definitief naar Zwartemeer en worden de beide gezinnen ‘echt’ buren. Wehkamp wordt bevorderd tot kantoorhouder PTT Zwartemeer-Barger-Compascuum. Theun bezoekt in Zwartemeer de ‘School met den Bijbel’, de gereformeerde lagere school, die staat aan het Van Echtenskanaal nz, ten westen van de Brug van Zwartemeer en het huis van dokter Hoenders. De hoofdmeester is Hayo Schippers, die adders op sterk water zet. Theun zit in de klas bij meester Jonker. Jonker verzamelt alle soorten vogeleieren. Klasgenoten van Theun zijn Jacob Leffers ‘zoon van een rijke boer’ en de ‘pientere’ neven Bé en Berend Prins. De leerkrachten Schippers, Jonker en Stuit zijn gereformeerd evenals alle leden van het schoolbestuur. De jongere broers van Theun gaan later naar de hervormde school in het Barger-Oosterveen bij meester Dorgulo en juffrouw Catrien Brink. Theun heeft omgang met kinderen van Leffers, de boer die achter hen woont aan de Kamerlingswijk oz, de kinderen van meester Schippers en dominee Hoeksema, van boer Hospers en boer Groenewold. In het café van Santing moet vader voor zijn werk de hoeveelheid drank peilen. Moeder is er dan ook altijd bij. Naderhand schenkt Santing een borrel. Moet gezellig zijn geweest! De familie gaat niet naar de gereformeerde kerk van Zwartemeer, maar (lopend) naar de hervormde kerk van Barger-Oosterveen, het witte kerkje halfweg Zwartemeer-Klazienaveen met de dominees De Bruin en De Vrijer. Theun zit hier op de knapenvereniging ‘Obadja’, samen met Harm Hoving van de Zuidervaart wz en Henk Brink, die vlakbij de kerk woont. De hervormde gemeenschap van Zwartemeer bestond nog niet. In 1943 komt het gezin van Zanden te wonen bij het grenskantoor, op Verlengde van Echtenskanaal zz 133 Buurtschap Theun beschrijft de bewoners van hun stukje straat. Op de grens staat het Duitse grenskantoor met enkele woningen. Dan komt een stuk niets. Het eerste huis in Nederland aan de zuidkant is van bakker Tonnis. Dan komt Dokter. Dan het grenskantoor op 133, dan een twee-onder-een-kapper bewoond door Vos en Westen. Dan Nijland en bakker Deuling, die de as van zijn oven op de ‘wiekswalle’ uitstrooit. Dan kweker-groenteboer Van Os, dan de winkel van revueschrijver Hoiting, dan onbekend, dan de Végéwinkel van Wolters, dan Bruning, dan Brinks met een Duitse vrouw, dan een melkboer, dan Berend Alers en ene Prins, dan een gezin Pol met veel kinderen die in het veen moesten werken en niet mochten doorleren. Dan op 96 na de bevrijding Van Zanden, dan het postkantoor, dan Fietje, Bruning, Bick en dan komt de brug over de Kamerlingswijk. Jongensjaren in Zwartemeer In het kanaal dat achter hun huis aan het Van Echtenskanaal ligt leert Theun zwemmen o.a. met buurjongen Henk Vos. Waarschijnlijk is dit een zijwijk van boer Leffers. In het arbeidershuisje ten zuiden van Leffers woont vriend Van der Giessen. Met hem is hij veel in het veld tussen hun huizen en de grens. De jongens vinden adders die ze naar meester Schippers brengen. Opvallend is dat ten noorden van het Van Echtenskanaal geen adders te vinden zijn. In het veld ten zuiden wel. Na de oorlog, in de zomer van 1945 verhuist het gezin naar de Verlengde van Echtenskanaal zz 96. Hier wonen zij naast het oude postkantoor van Zwartemeer Eind 1944-begin 1945 wordt ook de oorlog merkbaar in het gezin van Van Zanden, zo zegt Theun. De mensen mogen niet meer openlijk slachten. Dit gebeurt dan heimelijk, clandistien. Van suikerbieten wordt stroop gemaakt en rogge en tarwe met de hand gemalen in een molen. In de tuin verbouwt de familie tabaksplanten die op zolder gedroogd worden. Duitse schepen varen door het Van Echtenskanaal in de richting van Schöninghsdorf. Het is bekend dat Duitsers Nederlandse kunstwerken over de grens brengen, maar ook metaal voor hun oorlogsindustrie. Op een gegeven moment komen Engelse jagers overvliegen en beschieten de boten. Theun en andere jongens maken dit van dichtbij mee en gaan direct plat op de buik liggen. Mevrouw Van Os komt in paniek schreeuwend het huis uit zetten om de jongens te waarschuwen. Als dan de oorlog bijna ten einde is, wordt het nog even spannend in dit buurtschapje. De Canadezen bezetten het Emsland en zijn in Hebelermeer aangekomen. Hier raken twee pantserwagens vast in het veen en heel de buurt loopt uit om het gevaarte los te trekken. Op dat moment wordt ook het Duitse grenskantoor door Hollanders geplunderd en leeggeroofd. Nederlanders vernietigen de administratie. Administratie met belastende informatie over Hollanders uit het grensgebied. Veel papier ligt op straat. Dan keren Duitse grenswachten kort terug en even is moeder Van Zanden bang dat zij hun gram komen halen bij het Nederlands grenskantoor, het woonhuis van de familie Van Zanden. Zover is het niet gekomen. De bevrijding beleeft de familie Van Zanden vanuit hun grenswachterswoning. Ze zingen luidkeels het Wilhelmus. De kinderen Van Zanden tijdens de oorlog. Vlnr; Theun, Lieuwe, zus Jo en Bert Direct na de oorlog Na de lagere school gaat Theun naar het gemeentelijk Lyceum in Emmen. Hij fietst dan over Klazienaveen- bij de Dortschebrug is het wachten op de anderen. En dan samen door naar Emmen. Via Nieuw Dordrecht, Barger-Oosterveld, het Oeverse Bos en Angelsloo. Samen met honderden andere scholieren uit de dorpen Zwartemeer, Schoonebeek, Weiteveen, Klazienaveen, Barger-Compascuum, Nieuw Dordrecht en Barger-Oosterveld fietst hij het bekende pad. Hij maakt mee hoe in Zwartemeer de industrialisering begint. De Hengelose Elektriciteits- en Mechanisatie Fabriek ‘Heemaf’ vestigt zich in 1946, schuin achter hun huis. Meisjes uit de buurt krijgen hier hun eerste baan. De NAM begint in Schoonebeek naar olie te pompen en doet ook in Zwartemeer seismografisch onderzoek. Eveneens in het veld achter hun huis. Theun oefent hier zijn op school geleerde Engelse taal. 3/4   Ga naar de volgende pagina