Verdieping van het artikel ‘Houten keten met stro op het dak, armoede’
Door Gerard Steenhuis, december 2025.
In twee bijdragen schreef ik over de voormalige bewoning aan de oostgrens tussen Barger-Compascuum en het Duitse Hebelermeer. In december 2024 in het artikel ‘D’r hef oltied veul volk woont an de Grenze’ handelde het over de bewoning bij Grenssteen 163 en in het voorjaar van 2025 in het artikel ‘Houten keten met stro op het dak, armoede’ over de keten zuidelijker bij Grenssteen 162, ten noorden van de Martelssloot. In het laatste artikel is een smalle strook, net ten westen van de grenssteen niet goed onder de loep genomen. Waarschijnlijk heeft zich hier veel afgespeeld, ook zeer trieste dingen. We zoemen in op dit deel van de kaart. Een paar veel zeggende foto’s kwamen boven water.

1.Jan Hermsen met bijnaam Biljan, afgebeeld in de Emmer-Courant van dinsdag 10 oktober 1961
De afbeelding rechts staat afgebeeld in de Emmer Courant van dinsdag 10 oktober 1961. Maker van deze potloodtekening (en nog een aantal meer) was Katharinus van der Meer. Van der Meer was rond 1900 belastingambtenaar/commies in het Nederlands Duits grensgebied in het rayon Klazienaveen, Zwartemeer en Barger-Compascuum. Als hoofdcommies was hij bekend met de streek van Klazienaveen tot de grens en met de bewoners. Naast hoofdcommies was hij verdienstelijk tekenaar, vaak in humoristische stijl. Zo tekende hij een karikatuur van ene Biljan. ‘Stucadorus bij den bouw van de R.K. kerk te Klazienaveen in 1903’, schreef hij erbij. Jan, alias Biljan moet in zijn tijd een befaamde smokkelaar zijn geweest. Hij was de commiezen vaak te slim af, maar toch hadden ze hem ook weleens te pakken. Een oude Klazienavener, die de tekening zag, wist onmiddellijk wie het voorstelde, aldus de krant.
Biljan, de officiële naam was Jan Hermsen. Zoon uit een uit het Duitse Rütenbrock afkomstige familie Hermsen, soms staat ook Harmsen geschreven, met huisnaam ‘Billen’. Het geslacht was, zoals zoveel families uit de dorpen tegenover Ter Apel deden, rond 1820 naar Nederland verhuisd. Het ouderlijk gezin trok naar (de) Maten, mogelijk om te helpen bij het uitgraven van het ‘nieuwe’ kanaal vanuit Groningen: het Stadskanaal. Daar was Jan in 1841 geboren, maar katholiek gedoopt werd hij in de kerk van Rütenbrock. Naderhand woonde de familie Hermsen nog vijf en twintig jaar in Exloërveen, 1ste of 2de Exloërmond. Waarschijnlijk hebben ze gewerkt als kanaalgravers en turfstekers. In 1874 werd het gezin ingeschreven in de gemeente Emmen. Ze woonden toen in het Barger-Oosterveen ten westen van de Runde. Dus in de buurt van de Westra’s wieke1. Naderhand verhuisde in elk geval een deel van de familie naar de nabijgelegen grens. Dit concludeer ik uit de namen geschreven op de uit 1906 daterende woning- en ketenlijst2. Vlak aan de grens en ten noorden van de Martelssloot, stonden rond 1900 meerdere keten en huizen dichtbij elkaar. De situatie in 1924 is beschreven in de Kroniek van afgelopen juni in de bijdrage ‘Houten keten met stro op het dak, armoede’. In de jaren die ervoor lagen verhuisden meerdere leden uit de familie Hermsen naar de grens. Hermsen, een familie die de weg kende aan beide kanten van de grens.
Jan Hermsen trouwde twee keer. In 1873 in Meppen met Anna Catharina Rolfes, afkomstig uit het dorp Hemsen bij Meppen. Ze overleed in 1882 in Schöninghsdorf. Het echtpaar moet een tijdlang in Hemsen gewoond hebben, de dochters Maria ‘Anna’ (1874 Hemsen-1946 BC) en Helena Adelheid ‘Lenie’ (1876 Hemsen-1956 BC) zijn daar geboren. Een tweede keer trouwde Hermsen in 1885 in de kerk van Barger-Compascuum met Euphemia Maria Schulte uit Haren-Dankern. Zij overleed in Barger-Compascuum in 18993.

2. Het Nederlands-Duits grensgebied bij Grenssteen 162 (GP 162), gezien vanuit Duitsland.
Gemeentelijke woning- en ketenlijst van 1906
De woning- en ketenlijst4 schrijft in het grensgebied ten noorden van de Martelssloot 21 woningen en keten. Het gaat om de volgende namen: J.H. Berendsen, J. Kracht, Wed. H. Robben, H. Kappen, Wed. J. Rass, J. Valke, J. Vos, J.H. Tieben, J.H. Lubbers, J. Harmsen, H.A. Hermsen, B.G. Kuhl, R. Pruim, G.H. Peters, Wed J.B. Linnemann, J.H. Kramer, J. Kroeze, H. Kuhl, J. Hartman, F. Kuik en H. Rink.
De namen J.H. Lubbers, J Harmsen, H.A. Hermsen en B.G. Kuhl
J. Harmsen moet onze Biljan zijn. Ook de oudste broer van Jan staat op de lijst, zie het overzicht van broers en zussen in noot 5. Het gaat om H.A. Hermsen: Herman Anton Hermsen. Ook wordt genoemd J.H. Lubbers; Johann Hendrik Lubbers6. Nog een opvallende naam kom ik tegen: B.G. Kuhl, Bernard Georg Kuhl7. J. Harmsen en H.A. Hermsen komen direct uit de familie Hermsen. Lubbers en Kuhl zijn door huwelijken van elk een zoon met een dochter van Jan Hermsen verbonden aan de familie Hermsen.
Inzoemen op de kaart
We nemen kaart 1 uit het verhaal ‘Houten keten met stro op het dak, armoede’ in de Kroniek van juni 2025, pagina 7 erbij en zoemen in op drie plaatsen, percelen direct ten westen van GP 162. Het gaat om plaats 1323 met het huis 24 erop. Zuidelijker liggen de plaatsen 1324 en 1325. Op plaats 1325 staan de beide huizen 25 en 268. De legenda van de betreffende kaart geeft weer dat 24 het huis is van Hendrik Harms, 25 het vroegere huis van Geert Kühl en 26 het latere huis van Geert Kühl.

Kaart 1. Kaart van de plaatsen, percelen ten westen van Grenssteen 162, zie ook afbeelding 10