3. De Viertorenbrug ván of kort vóór 1952. We kijken in de richting van de grens. Het onderschrift in de krant vermeldt dat deze brug in Barger-Compascuum (!, zie noot 16) binnenkort geopend wordt. Het huis links heeft nummer 116. Het huis rechts is afgebroken. Sinds de Veenvaart is de brug een draaibrug (herkomst krantenknipsel onbekend, staat anno 2016 op Facebook ‘historiebargercompascuum’ zonder bronvermelding) Schoonouders aan de Groenedijk Schoonvader ‘Aole’ Hinnek Husers (foto 2) komt eveneens uit de buurt. Hij is geboren aan de Dreef, het zandpad van de Viertorenbrug naar de Breede Sloot. Nu is dit stuk verhard en heet Verlengde Tweede Groenedijk (noot 26). De weg loopt door tot de overgang van de Zwartenbergerweg naar de straatweg Bredesloot, die naar Emmer-Compascuum loopt. Het huis van de familie Husers staat op het bovenveen ten zuiden van het pad. Het huis is gesloopt. Anno 2016 staat ten noorden van de weg de boerderij met koeienstal van boer Hesseling-Popping. Het adres is Verlengde Tweede Groenedijk 25. De vader van ‘aole’ Hinnek is Jan Husers (1860-1934) en is geboren in Exloërveen. Volgens mijn bron, Broer Berens (noot 9) wonen zijn ouders in 1867 aan de Runde, aan de Schoolweg-noord op plaats 17. Dit is ten oosten van de Runde en ter hoogte van de Springersbrug. Jan (foto 7) trouwt twee keer. In 1888 met streekgenote Maria Helena Nieters (zie noot 10) en in 1894 met de moeder van Hinnek: Maria Jansen uit Rütenbrock (foto 7). Ook vermeldt mijn bron dat Jan Husers verdronken is. En dit zegt Stientje ook ‘Hij is verzoopn bie de brugge’ maar het is gebeurd in haar geboortjaar dus heeft ze het van horen zeggen (noot 11). Aan de Dreef wonen in die tijd meer gezinnen. Dichter naar de Zwartenbergerweg bewoont  de vrijgezel Willem Martens een groene houten barak op het bovenveen. Nog in de jaren vijftig wordt in dit huis met open vuur gekookt. Dit zegt Harm Schoo (1940) die de mensen brood brengt (noot 12). Lemen vloer, turf in een kringetje op de grond, een ketel aan een ketting erboven en geen rookuitgang. Dus altijd rook in de keuken. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Ook woont de familie Geert Harm Fischer hier. De vrijgezellen Engel en Berend en hun broer Theodor Fischer. ‘Achter de zeer oude Lomke Bos woonde Husers’ zegt Stientje over de opa van haar man. Alle ondergrond is afgegraven en de huizen verdwenen. Schoonmoeder Jannigje de Vries is geboren is in Oranjedorp (foto 2 en noot 13). Haar ouders zijn Lute de Vries (1870 Odoorneveen-1950 Emmen) en Jennechien Kötterink (1872 Nw Adam-1936 Emmen). Zij is zus van Broer de Vries, die op Emmer Compas woont, Hilligje de Vries, echtgenote van Simon Huigen, Jantje de Vries, echtgenote van Kobus Wachtmeester en van de vrijgezelle Sijtse de Vries. Sijtse is vervener en huurt grond bij de Springersbrug. Als Sijtse ophoudt nemen jongens van Dokter, Limietweg 3, dit werk over (noot 14). Opa Jan Husers woont eerst waarschijnlijk in de buurt van de S-bocht in de Limietweg. De lijst van 1933 schrijft hier in de buurt : 277 J. Husers ‘keetwoning’ (noot 8). 4. Fedde Kroon (1872 Vmond-1952 EC) en Stientje Oost (1876 Exloermond-1936 EC) 5. Grafmonument van Stientje Oost op de openbare begraafplaats van Emmer-Compascuum (foto; GS) Moeder Alberdina Kroon bij de Bolwijnbrug De Dreef, de latere Verlengde Tweede Groenedijk, kruist het Oosterdiep bij de Viertorenbrug.  Vroeger heette deze brug de Bolwijnbrug, genoemd naar de familie Bolwijn die aan de westzijdekant eerst het brugwachtershuis op nummer 224 bewoont, en later een kruidenierswinkel heeft op nummer 222 (noot 15). Tegenover is moeder Alberdina Kroon geboren op Oosterdiep oostzijde 97. Ze komt uit een veenarbeidersgezin. Haar vader is Fedde Kroon en haar moeder Stientje Oost. Stientje is naar oma Kroon vernoemd. Brieven en post van voor de Tweede Wereldoorlog gericht aan deze familie schrijven soms Emmer-Compascuum, maar ook wel Barger-Compascuum. Het is de mensen niet duidelijk waar het ene dorp eindigt en het andere dorp begint (noot 16). Vervener Joost Steenhuis houdt een notitieboek bij ‘Zegels plakken 1940 1 mei’ en in dit boek kom ik meerdere gezinsleden van Kroon tegen: Aaldrik geboren in 1898 (van de kaart verderop), Teunis van 1907 en zijn latere vrouw Wiechertje de Vries van 1911 (zij wonen nadien op nummer 105), Jacob van 1910 en ‘jonge’ Fedde Kroon van 1916. Hij is vernoemd naar zijn vader. De meeste van de kinderen Kroon blijven vrijgezel en wonen samen met vader op de ‘aole stee’ (noot 17). Werken in het veen De genoemde personen zijn allen werkzaam in de vervening. Aannemelijk is dat Jan Ensing turf steekt voor Albert Hekman en na de oorlog voor vervener Ernst Meijer, die in 1964 van Emmer-Compascuum verhuist naar Barger-Compascuum. Hebben zo ook nog gewerkt voor huiseigenaar Muskee? In het notitieboek van mijn opa Joost Steenhuis kom ik zijn naam niet tegen. Mogelijk heeft hij gewerkt voor vervener-boer Aaldrik de Bruin of voor Piet Sutman, schoonvader van Kobus de Wilt. Jan en Stientje wonen vanaf hun trouwen ‘op’ boer H. Middel, waarschijnlijk dan hun werkgever. Middel (noot 18) verkoopt het land en huis aan boer Hendrik Hoving uit Zwartemeer. Het verbaast mij niet als Husers boerenknecht is voor Hoving. Zo hebben ze omgang met Gradus Sloots, knecht bij Hoving, die zijn ‘schaft’ nuttigt in het huis van Husers. Later kopen ze het huis van Hoving. ‘Voor 2000 gulden’, zegt Stientje. Ze vertelt ook dat Jan Husers evenals broer Hinnek op Zwartenberg werkt als zetbaas voor de Stadskanaalder grondeigenaar Jo Brands. 6. Aan de Verlengde Tweede Groenedijk staan voor de Tweede Wereldoorlog meerdere keten en huizen. De mensen werken in het veen. Het pad komt vanaf de Emmerschans en is in die tijd een doorgangsweg van en naar Duitsland, zie noot 26 (foto; GS) 2/8   Ga naar de volgende pagina