Noot 15. Al voor 1930 is Hillechien Bolwijn brugwach(s)ter van de latere Viertorenbrug. Dit huurhuis staat op de hoek van het Oosterdiep wz
met de Verlengde Tweede Groenedijk met huisnummer 224. Ze runt ook een winkel. Ze is gescheiden en heeft twee zonen: Harm en Ginus.
Ginus blijft in de buurt en trouwt met schippersdochter Trijntje Koops. Dan heeft moeder al de kruidenierswinkel met woning laten bouwen op
nummer 222. Het pand heeft zij in eigendom. In dit huis komen later Ginus Bolwijn en Trijn Koops te wonen. Zij doen de winkel, die later
aangesloten is bij de Végé. Oudere mensen kennen de brug als de Bolwijnbrug, genoemd naar deze familie. Bij de opening van de straat in 1952
schrijven ze ‘ De weg is fijn, maar de brug te klein’. Op huisnummer 223 woont boer Harm Middel, later Roef Middel. In de oorlog is het Café
Bergman en nog later Reurink, zegt Dreis Schulte.
Zie ook: http://www.achterdebreedesloot.nl/145_jaar_bc_hoofdstuk_6.pdf
In het brugwachtershuis op Oosterdiep wz 224 woont eerst Hendrik en Jantje Pruim, later De Jonge, dan Thomas Not en dan Sip Bruinsma. Het
sluiswachtershuis op Oosterdiep wz 236 wordt eerst bewoond door Jan en Ootje Hoving. Zij laten later een nieuw huis bouwen in Barger-
Compascuum, ten noorden van het buurthuis, op Verlengde Oosterdiep oz 38. Dan huren Lammert Koops en hun dochter Jantje Hoving, de
ouders van Trijntje Koops, het sluiswachtershuis. Als het echtpaar Koops-Hoving hieruit gaat, worden Douwe Pruim met Fennechien Middeljans
de nieuwe bewoners. Nu woont een familie Kuik hier.
De moeder van Jan Hoving komt uit de in Emmer-Erfscheidenveen veel voorkomende familie Schrik.
Volgens het notitieboek van Steenhuis woont op Oosterdiep wz 238 het gezin van Geert Koops. In het vrijstaande huis hier ten zuiden van woont
het gezin van Albert de Vries en Emke Bos. Zie uitleg foto 22.
Noot 16. Voor de Gemeentelijke Herinrichting in 1938 loopt Barger-Compascuum van de Verlengde Tweede Groenedijk in het noorden tot het
Van Echtenskanaal in het zuiden en van de grens in het oosten tot de Runde in het westen. Na de herinrichting is de noordelijke grens ter hoogte
van de Compascumersluis en de zuidelijke grens begint daar waar de Zuidervaart eindigt. Het dorp wordt dus minder langgerekt en Emmer-
Compas krijgt er een stuk bij en ook Zwartemeer. Dit verklaart ook de plotselinge teruggang in inwonersaantal in 1938. Wel wordt de Berkenrode
ten westen van de Runde en Klazienaveen-Noord tot het dorp gerekend. Later krijgt Klazienaveen-Noord zijn eigen naam en ook een eigen
postcode.
Noot 17. Op Oosterdiep oz 103 woont de familie Bos. Dit kort stukje weg aan de oostzijdekant tegenover de winkel van Bolwijn wordt door de
mensen de ‘Weversweg’ genoemd. De naam is afkomstig van een familie Wever die hier gewoond heeft. Meerdere leden van de familie Kroon
(op 97) werken bij vervener Joost Steenhuis, maar ook meerdere gezinsleden van de familie Bos. In het notitieboek kom ik de volgende namen
tegen: Andries (1893-1960), Emke (1912-1983). Zij trouwt met Albert de Vries (1907-1988), zie foto 16, Fokke (1919) trouwt met Klaaske
Bruinsma, Sipke (1921) en Grietje (1921-1996), die trouwt met de Barger-Compascumer Haan Ros (1921-1989).
Noot 18. Dr. J. Visscher schrijft in 1940 zijn geografische monografie ‘Emmen en Zuidoost-Drente’. Tabel 46 op blz 270 is een ‘lijst van
veeneigenaren die in 1935 groote stukken veen in de gemeente Emmen hadden liggen’. H. Middel, wonende in Emmer-Compascuum, heeft in
Barger-Compascuum 80 ha op zijn naam staan. Op het moment van schrijven, dus voor de herindeling, betreft dit grond net even ten zuiden van
de Verlengde Tweede Groenedijk. Nu zou dit Emmer-Compascuum heten. Harm Middel woont op de hoek Verlengde Tweede Groenedijk en
Oosterdiep op nummer 223, naast de Bolwijnwinkel. Naamgenoot Hendrik Middel heeft een manufacturenzaak aan het Oosterdiep wz. Hij
verkoopt confectie en kleding. Bekend is dat meisjes bij hem werken als naaister-coupeuze. Zo ook Angela Feringa uit Barger-Compascuum.
Middel is gehandicapt ‘heeft iets met zijn arm’. Dit zal de reden zijn dat hij niet in het boerenvak zit. Wolter Middel is kruidenier bij de sluis op
Oosterdiep oz 129, op 130 is de bakkerij van Woldring, op 131 boer Roef Middel, op 133 Jan de Vries en op 134 Hendrik Hekman (noot 3).
Noot 19. Zie Land op de schop, blz 89. Zes van de tien dochters en zonen van Thijs Wachtmeester (1873-1959) en Johanna van Essen (ongeveer
1875-1928) blijven op Barger-Compascuum. Ze wonen bijna allen aan het kanaal in noordelijke richting. Ze werken in het veen of bij de boer.
Enkele zonen uit de familie kiezen- tot in 2016- voor het schippersvak.
1. ‘Grote’ Jan Wachtmeester (1895-1979), getrouwd met Jantje Botter (1900-1988), woont in het huis naast garage ABS, de vroegere ‘School met
den bijbel’ op Verlengde Oosterdiep oz 68. Nu woont hier Dinie Jalving. Zoon Lucas (1923-1973) trouwt met Harmke Mulder (1923-1996) en zij
wonen in het zuidelijke huis van een 2-onder-1-kapper, op Verlengde Oosterdiep oz 54. Nu wonen hier dochter Ali met Henk Bijl. Eerder moet
hier een smidse gestaan hebben en noordelijk ervan een stelmakerij. Zie ook 5. ‘Kleine’ Jan Wachtmeester.
2. Jacob Wachtmeester (1901-1963), getrouwd met Jantje de Vries (1906-1993) woont in het tweede (meest oostelijke) huis tegenover Boerland,
op het bovenveen. Het huis is afgebroken. Nu ligt hier het voetbalveld. Hij bouwt later nieuw op Verlengde Oosterdiep oz 34. Nu Erik Hoving en
Linda Scheve.
3. Hendrik Wachtmeester (1907-1970), getrouwd met Jantien Visser (1907-?), woont in het eerste (meest westelijke) huis tegenover Boerland. Zij
verhuizen naar Amsterdam. Het huis staat op het bovenveen. Later woont ene Siegert Veenstra hier. In 1962, als de Jan Berendstraat wordt
aangelegd, is het huis nog niet afgebroken en ook de ondergrond niet afgegraven. Toch wordt begonnen met de aanleg van de straat en dit de
verklaart de bocht erin. Op deze locatie staat nu de patatzaak van Willie en Karin Brijan.
4. Johanna Wachtmeester (1911-?) trouwt met Klaas Visser (?-?) en woont op Verlengde Oosterdiep wz 9.
5. ‘Kleine’ Jan Wachtmeester (1915-?) trouwt met Grietje de Vries (?-?) en woont in het zuidelijke huis van deze 2-onder-1 kapper op Verlengde
Oosterdiep wz 10. Later wonen ze in het noordelijke deel van de 2-onder-1-kapper op Verlengde Oosterdiep oz 53. Nu wonen op dit adres Jan
Kuhl en Grietje Bouman.
6. Thijs Wachtmeester (1903-1983), getrouwd met Antje Alkema (1911-2002) woont aan de Verlengde Tweede Groenedijk zz, later op Oosterdiep
wz 236.
Noot 20. De familie Kracht, soms geschreven als Kragt, komt van de Grensweg 5 in Zwartemeer. Heinrich Kracht (1856 Werlte-1907 Zwmeer)
en Maria Elisabeth Büter (1850 Rbrock-1924 Zwmeer) komen uit het Emsland en hebben hier een boerderij, café en winkel. Zij verdienen goed
en bouwen het café dat later Kamerling heet en nu de Nachdwacht. Echt met een D! Drie zonen wonen later in de buurt. ‘Kracht sien Johan’,
‘Kracht sien Hinnek’ en ‘Kracht sien Berend’. Zo werden ze in de volksmond genoemd. Zie 145 jaar Bargercompascuum blz 30-32, de kaart van
Willem Arling.
De echtgenote van ‘Kracht sien Hinnek’ is Hillechien Pol en zij woont op oudere leeftijd in bij haar zoon Jo, getrouwd met Anna de Vries op
Verlengde Oosterdiep wz 10 en later bij dochter Leida Twickler-Kracht, getrouwd met Geert Twickler. De familie Twickler bewoont het
meesterhuis dat behoort bij de openbare school bij de Springersbrug met nummer wz 13. Volgens het notitieboek van Steenhuis woont op wz 12
een familie Groenewold- De Vries.
Noot 21. Harmannus Bakker koopt in 1940 het huis Westelijke Doorsnee nz 108. Dit huis staat dichtbij de klapbrug over het Westerdiep. Voor de
klapbrug woont Nieman, over de brug Hendrik Springer, Harm Siepel, Langenburg, Bakker zelf, postkantoorhouder Rondeboom en Trip enz.
Tegenover hen woont op de zuidzijde een gezin Trip. Piet gaat naar School II van Pijlman aan het Oosterdiep. Hier hebben ze huisarts Wouters
van Kanaal A. Ze gaan eerst naar de hervormde kerk aan de Runde zz. Later gaan ze naar de Vrije Evangelie aan de Oostelijke Doorsnee.
Boodschappen doen ze bij kruidenier Buimer, 300 meter ten zuiden van Scholtens-Kerkhof, het Vivowinkeltje van Pol, noordelijk van Scholtens-
Kerkhof of kruidenier Willem Hartman, halfweg Emmer-Compascuum.
Noot 22. Het Duitse deel aan de grens bij Fehndorf heet Aol Haske. Oorspronkelijk is dit markegebied van de boeren van Oud Haren (Altharen).
Het (zand)dorp Altharen ligt op de westoever van de rivier de Ems. Het markegebied, dat moeras en veen is, strekt zich uit in westelijke richting,
in de richting van de grens. Dit verklaart de naam Old Haske. Lang is dit gebied, bekend om zijn korhoenders en zonnedauw onaangeroerd
gebleven. Laat, pas rond de Tweede Wereldoorlog is het veen hier afgegraven. Niemand woonde er en dus was dit stuk van de grens uitermate
geschikt voor de smokkel. Pas in 1912 is het dorp Fehndorf, als laatste van de dorpen in het Nederlands-Duits grensgebied, ontstaan. Ook
meerdere families De Vries komen (na 1920) hier als veengravers te werken en te wonen. Ze geven als geboorteplaats voor hun kinderen Altharen
op. Waarschijnlijk wonen deze Nederlandse families niet in het dorp zelf maar in het markegebied. Dicht bij hun werk, in de nabijheid van het
Süd Nord Kanal. Daar waar later Fehndorf ligt. De meeste families De Vries verhuizen weer naar Nederland als het turfgraven ten einde is.
7/8
Ga naar de volgende pagina