Pagina 2
Verbindingswijk
Al sinds 1892 bestaat het waterschap Barger-Compascuum. Deze graaft in de eerste twintig jaar van de 20ste eeuw vanuit Emmer-Compascuum het Oosterdiep in zuidelijke richting. Ook graaft men in de Eerste Wereldoorlog achthonderd meter ten zuiden van de Viertorenbrug een verbindingswijk naar de grens. Een halve kilometer voor de grens mondt deze zijwijk 17 oost, genoemd naar de plaatseigenaar J.H. ‘Joost’ Steenhuis, uit in de Limietwijk13. Deze Limietwijk valt niet meer onder het waterschap Barger-Compascuum maar onder het veenschap Zwartenberger Compascuum14. Om toch alle veen tot aan de grens in turf om te zetten graaft men om de tweehonderd meter zijwijken of plaatswijken tot aan de grens. In totaal uiteindelijk 19 stuks. Het pad op de westelijke oever van de Limietwijk heet naar de oorspronkelijke grondeigenaren ‘Zwartenbergerweg’ en verderop Limietweg maar in noordelijke richting na kruizen van de Verlengde Tweede Groenedijk ‘Bredesloot’. Zie afbeelding 5.
Laat afgegraven
Door de afgelegen ligging is Zwartenberg pas laat verveend en ontgonnen. De centraler gelegen percelen, dichtbij het Oosterdiep en Verlengde Oosterdiep, worden in de jaren tijdens de Eerste Wereldoorlog al van hun laag veen ontdaan. Het laatste gebied ‘Zwartenberg’, de strook aan de grens, moet langer wachten. Pas als door de komst van de wijken het grondwater zakt, eind jaren twintig, begin jaren dertig, komt de veenarbeider. De meeste boerderijen en keten van de oorspronkelijke Emsländische bevolking van rond 1900 zijn dan al geruimd. De veenarbeider die in de streek aan het werk moet, gaat ‘tijdelijk’ met zijn gezin in de buurt wonen, ‘We verhuisden met het werk mee’ hoor ik vaker. In een met asfalt beklede houten keet met golfplaten op het dak of in een afgetimmerde deel van een net gebouwde boerenschuur. Soms nog op het bovenveen en anders op al afgegraven dalgrond. Andere verveners laten houten barakken of halfsteens arbeiderswoningen bouwen voor hun personeel. Als het even kan voorop de plaats, dichtbij het werk. Veenarbeiders met een sterke vrouw en veel kinderen. Zij allen werken mee in de vervening, de man bij het afgraven en met het kruien, de vrouwen en kinderen bij het drogen en bij het verschepen van de turf.

6. Zwartenberg met rechts het ‘Verlaten land’ en in de verte de windmolens. Links het enige nog bestaande huis Limietweg 3 (foto: GS)
Tien woningen
Bij de beschrijving van de woningen heb ik de woningkaarten uit het gemeentelijk archief gebruikt als leidraad en bron. De eerste notities zijn van mei 1936. Wat er voor die tijd aan huizen heeft gestaan en gezinnen hebben gewoond heb ik minder zicht op. Wat opvalt is dat ook niet van elk huis of elke keet een kaart is gemaakt. Een volgende bron vormen publicaties in kranten. Deze zijn op te zoeken in www.delpher.nl, maar ook particulieren hebben de nodige relevante krantenknipsels, documenten en kaarten verzameld15. Een bruikbare en mooie bron zijn de mondelinge overleveringen, oral history. Meerdere oudere personen, voormalige buurtbewoners, die tegen de negentig zijn of worden, heb ik gesproken over hun vroegere leven of dat van hun voorouders hier aan de grens. Een bijzondere bron of liever gezegd een zijdelingse link is het hiervoor aangehaalde boek van Derk Gort. Zie voor de afzonderlijke huizen afbeelding 5.
Het adres Zwartenbergerweg 1
Terug naar het begin. We staan aan het eind van de Verlengde Tweede Groenedijk en zien de windmolens. Aan onze rechterhand heeft op het bovenveen tot 1949 een arbeiderswoning gestaan. De gemeentelijke woningkaart schrijft Zwartenbergerweg 1. De eigenaar is de Emmer-Compascumer vervener Ernst Meijer16. Direct na de oorlog komt het gezin van Jan Ensing (1903-1976) en Dina Kroon (1902-1996), afkomstig van het Verbindingskanaal in Roswinkel, in het huis te wonen. Mogelijk eerder ook een gezin Baron. ‘Lange’ Jan Ensing werkt als veenarbeider voor zijn huurbaas. Het veengraven op deze plaats is ten einde, het huis wordt afgebroken en dalgrond komt in de plaats. De familie krijgt in 1949 door Meijer een nieuwe woning én werk aangeboden dichtbij de Hogebrug op het adres Limietweg 7. Zie verderop.
Zetboer Meijering op Zwartenbergerweg 4
Enkele honderden meters zuidelijker bouwt in 1947 de ‘NV Oud Schoonebeker Turfstrooiselfabriek en Veenderij’, Antonie Veldkamp uit Erica een boerderij. Deze staat op afgegraven grond aan de oostkant van het kanaal. Het adres is Zwartenbergerweg 4. Om er te komen moet men een ophaalbrug over. Achter het huis slaat een pad af in noordelijke richting en vervolgt zijn weg over een draaibrug naar het ernaast gelegen perceel. Voor de draaibrug staat een ruime schuur. Veldkamp koopt in 1929 voor 3600 gulden het twaalf hectare grote perceel van J.H. Arling uit Munsterscheveld17. De ondernemer bezit ook een kalkbranderij en steenfabriek in het Drentse Eexterveen. Aaldert de Jonge (1934, Limietweg 8) vertelt mij over zijn jeugd hier aan de grens. Hij weet nog dat Veldkamp rondom het huis en de schuur hopen steen heeft opgeslagen. Vermoedelijk komen de stenen van de fabriek uit Eexterveen. De eigenaar zal de turf van het land gebruikt hebben als brandstof voor zijn turfstrooiselfabriek maar ook voor zijn kalkbranderij en steenfabriek. De bij de Hogebrug aan het Verlengde Oosterdiep wonende Pieter Pruim is lange tijd veenbaas voor Veldkamp terwijl Harm Meijering19, getrouwd met Trijntje de Roo, twintig jaar zetboer is voor het bedrijf. Daarna woont de familie Van Rijswijk kort in het huis. Zij keren terug naar Barger-Compascuum. Op dat moment is boer Rieks Mencke eigenaar van huis en de grond. In 1970 volgt afbraak en mist dit uitgestrekte stuk achterweg tussen de beide Compascumen zijn karakteristieke en unieke ophaalbrug. Zonde dat deze afgebroken is.

