Skip to main content

Noten

  1. De benaming Zwartenberg is afgeleid van het Duitse woord Schwartenberg. Dit Schwartenberg is de zandhoogte op de grens bij Emmer-Compascuum. Daar waar aan de Nederlandse kant het huis ‘de Bargh’ staat van de familie Over, eerder Tholen. Het Duitse Schwartenberg is naast de zandhoogte ook de straatweg naar Rütenbrock. Deze Schwartenbergerstrasse loopt aan de Duitse kant evenwijdig aan de grens op 50 meter afstand ervan in noordelijke richting. Aan de straat staan ongeveer 35 huizen, waarvan 25 aan de westkant. Dit betreft veelal (voormalige) boerderijen die tot het einde van de oorlog hun grondbezit in het Nederlandse Munsterscheveld hadden. De plaatsen strekten zich uit tot aan de Runde. In 1862 krijgen deze boeren, als afkoopsom van eerdere weiderechten aan de Runde en bij het Zwarte Meer, Nederlands grondgebied, ten zuiden van de Schwartenberg en pal aan de grens, toegewezen. Het onderwerp van dit artikel ‘Verlaten land’ is een deel van deze streek. De weg Schwartenbergerstrasse is ongeveer 4 kilometer lang. In de loop der tijd zijn meerdere boerenhoeves verdwenen. Zie noot 12: de familie Haitel, Theder en Muller en noot 16: de familie Arling. Het betreurt de huidige inwoners van de straat dat de ‘opengevallen’ plaatsen niet worden opgevuld. Het geeft een wat desolate, inderdaad eveneens ‘verlaten’ sfeer. Maar nieuwbouw zo pal op de landsgrens wordt niet toegestaan.
  2. Verlengde Tweede Groenedijk betekent dat er ook een Eerste Groenedijk moet zijn. En dat klopt. Noordelijker ligt de Eerste Groenedijk. Dit pad komt vanaf de hoogte Emmerschans en gaat evenwijdig aan de Tweede Groenedijk in oostelijke richting.
    De kaart 226 Emmer Compascuum in de Historische Atlas Drenthe, Deventer 1990, geeft de situatie weer van 1911. Hierop is te zien dat niet de Eerste Groenedijk doorloopt tot aan de landsgrens maar juist de Tweede Groenedijk. Door de vervening en aansluitend hernieuwd inrichten van de ruimte is een compleet nieuwe situatie ontstaan. Dit klopt dan ook met de verhalen van vroegere bewoners van de buurt. De Emmerweg ging door tot in Hannover.
  3. Tot voor enkele jaren staat de paal met het straatnaambord ‘Zwartenbergerweg’ hier nog. Anno 2023 is de paal met bord verdwenen.
  4. Gerard Steenhuis, Roelf Feringa en Ollaid Hartmann, Barger-Compascuum 2019, p.5. Roelf Feringa noemt deze Verlengde Tweede Groenedijk ‘weg naar Ruskenslag’. Rusken is een Nederduits woord voor russchen, bies.
  5. Derk Gort, Verhalen van de Breede Sloot Crisistijd en mobilisatie, Uitgeverij Meitied 2021, p. 13. Op de veenplaats aan de Duitse grens was meer te beleven. Daar lag een enorme vlakte veen, nog niet aan snee; een groot heideveld, zover je kon kijken. De boekweitakkers vanaf Lindloh liepen schuin op de grens aan. Vanaf een wagenpad langs de akkers kwam iedere morgen een oude man met koeien en schapen langs, die hij weide voor de boeren van Schwartenberge en Lindloh. De oude man noemden ze koeheer.
  6. Gerard Steenhuis, Land op de schop, Barger-Compascuum 2013, 12. Het gaat om de kaart van Roelf Feringa en geeft de situatie van rond 1913 weer. In noordelijke richting zijn het de boeren H.H. Feringa, H.H. Gebben, Th. Albers, Katrol Harm (dit moet Harm Ellermann zijn), R Suelman ‘Keukn Roulf’ (zie noot 7), Hoezen, HH Hölscher ‘Pot Hinnerk’, R Heine (zie Limietweg 1), HH Kuhl (zie noot 7), Berken (dit moet Olde Barke zijn. Hij overlijdt in 1922, zijn echtgenote Elisabeth Conen een jaar eerder. Mogelijk woont zoon Herman nog op de oude stee), W Martens (zie Keetwoning van Martens), GH Fischer ‘Robben Geert Harm’ en Wolters ‘Grote Kneipe’.
  7. Zie boven Derk Gort, p. 24. Zeshonderd meter naar het zuiden ging de zandweg (GS: hieraan woont de familie Gort) over in een veenweg. Op het bovenveen, daar aan de lange veenweg die kilometers naar het zuiden liep en waar nog geen turf werd gegraven, stonden kleine boerderijtjes met strodaken en veel schuren eromheen. Daar op het hoogveen werd nog koren, boekweit en aardappelen verbouwd op akkers van tien meter breed en honderd meter lang; het strekte zich uit tot aan de grenssloot. De boerderijtjes stonden in sparren- en berkenbosjes. In de eerste boerderij woonde Koel Menne. Van de veenweg af kwam je zo op het erf en zag je naast de schuur de göbel (rosmolen), die door een paard getrokken, de dorsmachine in beweging bracht om het koren, de boekweit te dorsen of de boter te karnen. Zo’n paard trok de göbel rond, gelijk een mallemolenpaard. [ ]. Verderop woonde Suelmän die had net zo’n boerderijtje als Koel Menne. De koeien die op het bovenveen werden gehouden waren mager en schraal, de weidegrond op het bovenveen was immers ook schraal. Koel Menne verkocht de melk die hij over had aan de veenarbeiders uit de buurt.
    GS: Met Koel Menne wordt bedoeld Kuhl Minne. Minne betekent Herman(n) Heinrich. Dus Hermann Heinrich Kuhl (1854 Gross Fullen-1943 Weiteveen/ Veltmanstichting). Suelmän moet zijn Bernard Rudolf Suelmann (1860 Lindloh-1941 EC) met bijnaam Keukn (Kökn) Roulf. Bron: Collectie Broer Berens.
  8. In 1862 hebben de Duitsers dit land in eigendom gekregen. Zie noot 1.
  9. Geerdink en K.F. Geerdink, 100 jaar parochie ‘Sint Willehadus’ Munsterscheveld/Emmer-Compascuum 1895-1995, Emmen 1996, p. 137. Het gaat om de bewoners van de buurtschap Breede Sloot.
  10. Gerard Steenhuis, Land op de schop, Barger-Compascuum 2013, p. 41. De grondeigenaren in het Zwartenberger-Compascuum in 1929 zijn van noord naar zuid: J. Baron, B. Sassen, NV. Veldkamp, A. Wessels, E. Meyer, H. Heine, A. van Klinken, K. Salomons, E. Aardema, Halm, wed. J.H. Haitel, H.J. Oosting, P. Sutman, H. Schoo, Berg en Smit, J. Heinrich Robben, J.R. Kuhl, Boerland (Nw Pekela), J. Lingenaar, B. Herder, H.H. Veringa, de Graaf, J.B. Heller, B.H. Theder, J. Scholte Albers, J. Muller, G. Kars, J.H. Robben, F.H. Greve en H.H. Greve. Van deze lijst is de eerste helft relevant voor dit onderwerp Zwartenberg.
  11. Wim Visscher, ‘Antonie Veldkamp (1887-1960) een man met ondernemingsgeest’ in de Kroniek van juni 2011, p. 6-12.
  12. Haitel is bewoonster van de boerderij ten zuiden van die van Gerd Nögel op Schwartenbergestrasse 52. De boerderij is in 1970 afgebroken. De familie Haitel heeft als huisnaam Kück. Veel nazaten wonen in Barger-Oosterveld. De familie Bernard Heinrich Theder woont tot de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog aan deze straat (nabij nu 46). Doordat de Nederlandse staat de grond van deze familie in Munsterscheveld confisqueert, biedt Duitsland deze boerenfamilie grond aan in Sustrummoor en verdwijnt de naam Theder uit de straat. Zij hebben als huisnaam Neebuhrs. Met J. Muller wordt bedoeld de nazaten van Joseph Muller. Deze familie heeft tot rond 1960 een grote boerderij tussen de huidige adressen Schwartenbergerstrasse 34 en 36. Zij hebben wel twintig hectare grond in Munsterscheveld. Ook dit bezit is in de eerste jaren na 1945 geconfisqueerd. De familie Muller met huisnaam Wübbes of Wübbelt krijgt nieuw land aangeboden in Gross Fullen. De boerderij aan de Schwartenbergerstrasse is afgebroken. Met J.H. Robben wordt bedoeld het geslacht Robben op Hermann Gröningerstrasse 12 in Lindloh. Huisnaam is Burken. Nu woont hier Rudie Robben.
  13. De naam Limietwijk kennen de bewoners van de buurt niet. Deze haal ik van kaarten en van het internet. De buurtbewoners, boeren en turfarbeiders gebruiken in die tijd de namen Derde wieke, Bovenste wieke of Achterste wieke. Derde wieke: na Scholtenskanaal en Verlengde Oosterdiep is dit de derde wijk. Bovenste wieke: omdat westelijk ervan alle grond afgegraven en lager-onder is, ligt de grensstreek juist hoger-boven. Achterste wieke: het bewoonde deel van de streek aan het (Verlengde) Oosterdiep, bij de scholen, winkels en kerken heet in de volksmond voor en het gebied en kanaal dichtbij de grens achter.
  14. De grensstreek is verdeeld in drie gebieden. Noordelijk het Zwartenberger Veen, dan het Zwartenberger Compascuum en tenslotte het Hebelermeerse Compascuum. Elk gebied heeft zijn eigen veenschap. Een veenschap, zorgt net als een waterschap voor aanleg kanalen, wijken, sloten, wegen, sluizen en bruggen. Maar ook later voor onderhoud en dergelijke. In het gebied Zwartenberger Veen heet het veenschap Zwartenbergerveen, opgericht in 1902. Het Zwartenberger Compascuum heeft een veenschap met dezelfde naam. Dit veenschap is opgericht in 1915. Het Hebelermeerse Compascuum heeft als veenschap Barger Compascuum-grens. Deze is opgericht in 1932.
  15. Een van de veel gebruikte bronnen is de Catalogus Collectie Broer Berens.
  16. In een nooit uitgegeven familiekroniek in bezit van de familie Meijer De turvenfamilie 100 jaar geschiedenis van werkelijkheid en fantasie, Barger-Compascuum, 2001, p.26 lees ik dat vader Ernst Meijer samenwerkt met zijn schoonvader Roelf Bunt en dat ze een brandturfleverovereenkomst hebben met de glasfabriek in Nieuw Buinen. De fabriek eist brandturf met een hoge verbrandingswaarde. In al die jaren is het Ernst Meijer gelukt om aan deze voorwaarde te voldoen. Meijer en Steenhuis werken samen. Opvallend is dat Meijer geen samenwerking aangaat met zijn buurman Hendrik Middel.
  17. Deze familie J.H. Arling, wonende aan het Hoofdkanaal 109 in Emmer-Compascuum, komt van oorsprong van de boerderij Arling, met huisnaam ‘Sums’ van de er pal achterliggende Duitse straat Schwartenbergerstrasse. De familie ziet in de tweede helft van de negentiende eeuw betere kansen in Nederland en verhuist enkele kilometers naar het westen. De grond hadden ze immers al in hun bezit. Dit doen meer Schwartenbergers. De boerderij is afgebroken. Nu woont hier in een burgerhuis op nummer 60 een familie Wed J.H. Tholen.
  18. genealogieonline.nl. Anna Helena Jannink (1891 BC-1979 BC) is in 1891 ‘ergens’ aan de grens in Barger-Compascuum geboren. Niemand kan me vertellen waar precies. Haar ouders zijn Johann Bernard Jannink uit Twist en Elisabeth Schulting, geboren in Barger-Compascuum, maar woonachtig in Neuringe. In 1894 wordt in Barger-Compascuum een broer geboren en in 1897 en 1901 in Emmer-Compascuum nogmaals twee broers. Het gezin verhuist naar het Duitse Fehndorf. Süd Nord Kanal staat vermeld als in 1910 een broertje wordt geboren. Rond die tijd begint daar de vervening. Fehndorf is in 1912 opgericht. Beide laatst geborene zonen overlijden op zeer jonge leeftijd. Lene moet als oudste meisje voor haar broertjes zorgen. Ze gaat niet naar school. In 1911 trouwt ze met Rudolf Heijnen (1890 Wmond-1979 BC), die op dat moment in Munsterscheveld woont. Het burgerlijk huwelijk wordt voltrokken in Emmen, maar voor de kerk trouwen ze in Hebelermeer. In het ene oorlogsjaar 1916 overlijden haar ouders en haar broers. Waarschijnlijk aan tbc. Lene is op dat moment van het gezin de enige overlevende. Het echtpaar Heijnen-Jannink krijgt drie kinderen: Johan (1913 EC-1965 E), Lies (1915 BC-1986 BC) en Leida (1924 BC-2006 E). In 1927 zijn ze kort in Limburg, Voerendaal. Dit bevalt ze niet en ze keren terug naar Barger-Compascuum. Een tijdlang wonen ze in het huis op Limietweg 1, maar in 1939 bouwen ze aan het Verlengde Oosterdiep in het centrum van Barger-Compascuum. In 1941 bouwt dochter Lies met meester Engelbertus van Vliet naast het echtpaar eveneens een nieuw woonhuis. Van Vliet is zijn leven lang onderwijzer aan de katholieke St. Theresiaschool van Barger-Compascuum. Lene Jannink heeft nooit leren lezen en later leest Rudolf Heijnen haar de krant voor. ‘Toch kon ze zich redden met het geld bij het winkelen’, aldus kleindochter Christa.
  19. Over de familie Salomons. Arie Brouwer e.a., Parenteel Salomons 1650-199 deel I, Emmen 1999, p. 422. De in Barger-Compascuum aan de grens/Limietweg en in Emmer-Compascuum aan de Oostelijke Doorsnee /Bredesloot wonende familie Salomons stamt af van Otto Jans de Beij Salomons (1838 Gnijeveen-1931 Nw Adam) en Trijntje Broeksema (1845 Nw Buinen-1920 Emmen). Zij zijn voorouders van een omvangrijk nageslacht met vertakkingen in Australië, Canada en Zuid-Afrika. Otto Jans is landbouwer en vervener, eerst in Exloërmond en later in Emmer-Compascuum. Daarnaast is hij een tijdlang visser. Hij is zeer gelovig en leest elke dag in de Bijbel. Het gezin woont aan de Oostelijke Doorsnee en vlakbij staat het vergaderlokaal van de Vergadering der Gelovigen. De familie gaat hier naar toe omdat de hervormde kerk ver weg staat. Otto Jans’ zonen Jan en Klaas sluiten zich aan bij deze Vergadering der Gelovigen, zie ook noot 22. Klaas Salomons (1880 Musselkanaal-1959 EC) trouwt in 1902 met Trijntje Hommes (1882 E-1948 EC) en naderhand met Katriena Oost. Mogelijk zijn ze rond 1910 op Zwartenberg- ik denk dus Limietweg 4- gaan wonen. Hun dochter Annie (1916 BC-1943 Heerlen) trouwt met haar buurjongen Herman Heine (1915 E-1989 Heerlen). Ze wonen op het –denk ik- adres Limietweg 2. Zij verhuizen naar Limburg. Annie overlijdt vroeg en Herman Heine hertrouwt. Het enige nog bestaande huis Limietweg 3 wordt bewoond door Otto Salomons (1901 Exloërveen-1990 St. Catharines Ontario Canada) getrouwd in 1922 met Jantje Hekman (1900 EC-1990 E). Hij is zoon van Otto Jans’ zoon Jan. In 1949 verhuizen ze naar Canada. Hun oudste drie kinderen keren terug. De jongste ervan is Johan (1929 EC), hij trouwt met Geziena Meijering (1929 Zmeer), dochter van ‘schuin tegenover’ zetboer Harm Meijering en Trijntje de Roo. Diens oudste broer Jan Salomons (1923 EC-2018 EC) is de laatste vervener uit het geslacht Salomons. Tot 1984 is hij vervener, op het laatst nog in Zwartemeer. Hij steekt de turf op de ouderwetse manier met de hand, zo schrijft het boek op pagina 428.
  20. Het pand van Evert Aardema is in 1910 gebouwd door Piet Sutman. Het is in die tijd een zeer fraai hotel met meer verdiepingen en draagt de naam Aurora. Zie Historische werkgroep Emmer-Compascuum, Van veenhuisje tot dorpspaleis Emmer-Compascuum 2015, p. 106. Veel jonge vrouwen uit Emmer-Compascuum en omringende dorpen werken voor hun huwelijk als coupeuse bij Aardema. Zie afbeelding 15.
  21. Volgens Aaldert de Jonge graaft de familie Kroon het perceel van Aardema af. Niet met een persmachine, maar gewoon met stikker, oplegger en krooie. Zij wonen met meerdere volwassen personen onder één dak aan het Weverspadje. Dit is in Emmer-Compascuum, het deel van het Oosterdiep oostzijde, ten noorden van de Viertorenbrug. Zij werken voor vervener Joost Steenhuis en vormen als familie een ploeg. Ze doen alle werk zelf, van turf graven, drogen tot schepen. Maar wel in hun eigen tempo. Als ik in het notitieboek van Joost Steenhuis (1940 zegels tellen) kijk kom ik de namen Fedde (1916-1980), Jacob (1910-1964), Teunis (1907-1990) en Wiegertje Kroon- de Vries (1911-1984) tegen. Aaldert de Jonge weet meer. Steenhuis heeft zich in die tijd kennelijk over het gezin Kroon ontfermt. Naast de genoemde gezinsleden werken ook de vrijgezelle broers Harm (1912-1987) en Aaldert (1898-1989), en zus Harmke (1899-1978) op de plaats van Aardema. Laatste drie hebben zo hun beperkingen en kunnen niet vol als veenarbeider meekomen. Dit zal ook de reden zijn dat zij niet in het boek van Steenhuis vermeld staan. Andere families, met zoveel werkers, huren een veenput, waarbij (1942) de prijs rond 1000 gulden per jaar goed op te brengen is. Zus Alberdina Kroon (1902-1996) is getrouwd met ‘Lange’ Jan Ensing (1903-1976). Zie:  https://www.achterdebreedesloot.nl/tussen_viertorenbrug_p1.htm. De familie Kroon verzamelt bentewortels om bezems van te maken. Bente (Duits is Bunte) is een ander woord voor pijpenstro. Bente, samengedraaid tot bundels, wordt in eerdere dagen ook gebruikt om ruimtes en gaten tussen dakpannen van binnenuit op te vullen zodat het dak minder wind, regen en sneeuw doorlaat. Bente is taai en wordt door muizen minder snel aangevreten dan bijvoorbeeld stro. Daarom wordt voor pijpenstro gekozen, aldus Wim Visscher.
  22. Ik heb meerdere mensen gesproken over deze Vergadering van Gelovigen. Opvallend veel bewoners van de streek tussen Emmer-Compascuum en Barger-Compascuum hebben regelmatig een bijeenkomst bijgewoond, zeker uit de niet katholieke veenarbeidersgezinnen. Het internet geeft wel uitleg. Het is een groen geverfde barak met een puntdak, aldus buurtbewoner Willem Bruinsma (1947). Helaas heb ik niet een foto van het houten gebouwtje aan de Oostelijke Doorsnee kunnen bemachtigen. Misschien één van de lezers? De groep gaat naderhand op in de Baptisten die in Emmer-Erfscheidenveen hun diensten houden.
  23. Pieter Albers. ‘Wesuwe Kamp VIII’ in Gevangen in het veen. De geschiedenis van de Emslandkampen, Groningen 2005, p. 73-83.
    In het boek staat foutief geschreven Kamp VII. Het moet zijn Kamp VIII. Nico Kip en Wietske Wever-de Jonge hebben het over een kamp met vooral buitenlandse vrouwelijke gevangenen. Deze gevangenen zijn daags in het veld aan het werk, maar slapen in barakken die staan ten oosten van het Süd Nord Kanal, tegenover de beide families Kip en Seubers.
  24. Er is over de bewoning van de familie Heine op Zwartenberg meer geschreven (dank aan Jan Wanders). In een politieverslag over krotopruimingen in de gemeente Emmen uit de jaren 1924 tot 1930 wordt geschreven dat het huis van Herman Heine, BC 240 niet bewoond is en er wordt op aangedrongen spoedig over te gaan tot afbraak. Politie Idema is wezen kijken. Dit moet gebeuren op dinsdag 10 mei 1927. Twee timmerlieden en veldwachter Engbers zullen erbij zijn. De heer Heine woont sinds korte tijd in Limburg, Heerlen. Ook wonen een zoon en een dochter in het huis. Er groeien aardappelen op het land en als deze in het najaar gerooid zijn, wil de rest van de familie ook naar Limburg. Uiteindelijk wordt de woning niet afgebroken. Heine vraagt of de woning als gereedschapsschuur voor zijn buurman mag blijven staan. Vanaf half 1928 wordt de keet betrokken door Rudolf Wolters uit EC 319, aldus veldwachter Waldstra. Herman Heine (1875 Odoorn-1963 Kerkrade) is oudste broer van Rudolf Heijnen en vader van Herman die later trouwt met zijn buurmeisje Annie Salomons. Dit huis op naam van de oude Herman Heine moet gestaan hebben dicht bij de Verlengde Tweede Groenedijk, dus aan de Zwartenbergerweg. Het latere huis van zijn zoon Herman Heine staat zuidelijker op zoals geschat Limietweg 2.
  25. Dit zegt Wilhelmina Christina ‘Mien’ Brijan-Hölscher (1924 BC-2015 BC). Ze vertelt over haar ouders Hölscher-Speller en grootouders Speller-Fischer die ‘op Zwartenberg’ gewoond hebben. ‘Nog voorbij Griet Mulderij’ zegt ze. Op het moment dat haar moeder zwanger van haar is wonen haar ouders in bij haar grootouders aan de grens. Het huis is dan al zwaar vervallen en bij een storm en noodweer komt het dak naar beneden. Haar zwangere moeder blesseert zich hierbij ernstig aan haar been. Haar grootouders en ouders besluiten hierop te verhuizen naar familie aan de Oude Zwarteweg in Barger-Compascuum. Kort erop is ze geboren. Dus tot 1924 heeft dit huis hier gestaan.
  26. Hier en daar is aan de grens nog te zien dat het zwarte veen aan Nederlandse kant is afgegraven en aan de Duitse kant niet. Een Duitse boer vertelde me dat als hij van zijn land in Duitsland op het land van zijn Nederlandse buur wilde komen, hij zich een kleine twee meter naar beneden liet glijden, waarbij de grenssloot slechts een kleine meter diep was. Niet langs de gehele grenslijn is dit zichtbaar omdat ook in Duitsland (Schwartenberg bij stukken, Fehndorf en Schöninghsdorf) de Nederlandse methode is toegepast.
  27. Ernst Meijer (1891 Alteveer-1979 BC) getrouwd met Albertje Bunt (1894 Oude Pekela-1989 BC). Josephus Hermannus ‘Joost’ Steenhuis (1888 Tripscompagnie-1968 EC) getrouwd met Aleida Johanna Wortelboer (1889 Vlagwedde/Munnekemoer-1960 E). Petrus Bernardus ‘Pieter’ Sutman (1880 Nw Buinen-1961 E) getrouwd met Johanna Henderika Joosten (1882 Kalkwijk-1937 E) en sinds 1941 met Johanna Maria Steggink (1896 Reutum-1973 Stadskanaal).
  28. In 2016 wijst Emmen in de gemeente drie gebieden aan voor plaatsing van windmolens. Dit zijn Pottendijk in Emmererf (14 stuks), de N34 bij Westenesch (max. 7 stuks) en Zwartenberg aan de grens. Op Zwartenberg moesten de 7-8 Nederlandse molens één geheel gaan vormen met de zestien molens in het Duitse Fehndorf. Op 22 november 2023 maakt wethouder René van der Weide evenwel bekend dat de locatie Zwartenberg tot nadere orde afvalt. Het Dagblad van het Noorden geeft als argumentatie aan dat de oostkant van Emmen al zwaar belast is met windturbines. Denk aan Pottendijk, Ter Apel en de molens in het Duitse Lathen, Fehndorf en Twist. Aan de N34 worden wel molens geplaatst. Wel zet Emmen meer in op zon-op-daken-energie.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6

Leave a Reply