Skip to main content

Door Gerard Steenhuis, december 2024

Op zich was de grens een dunbevolkte streek. Moest ook wel want er gold sinds het Verdrag van Meppen in 1824 een woningbouwverbod1. Toch kende het grensgebied van Ter Apel in het noorden tot Twist in het zuiden enkele woonconcentraties. Aan de Duitse kant stonden in Schwartenberg tientallen hoeves een vijftig meter vanaf de grens. In Nederland stonden- daar waar nu het Bargerveen ligt- meerdere keten aan de Grensweg. Ditzelfde deed zich voor ten noorden van het Verlengde van Echtenskanaal, daar waar de Martelssloot de lijn overstak. Ook de Nederlandse kant bij Grenssteen 163 was de eerste helft van de vorige eeuw drukbevolkt. Na elkaar vertrokken de bewoners, soms (terug) naar Duitsland, soms verder Nederland in. Wat is het verhaal van dit laatst genoemde woongebied tussen Barger-Compascuum en Hebelermeer?

Vraag oudere bewoners van Zwartemeer en Barger-Compascuum wie ‘eerder’ aan de grens woonde. In vier van de vijf gevallen krijg je het antwoord ‘Albert Brinkman’. Vraag dit ook aan bewoners van Hebelermeer en je krijgt hetzelfde antwoord. Brinkmann’s Albert woonde met zijn echtgenote Miene Gustin, oma Helena Brinkmann-Fischer en later zoon Berthus in het huis op het bovenveen nog geen honderd meter vanaf de grens. Zijn verschijnen was opvallend. Hij haalde met pony en wagen en met zijn keeshondje Puckie naast zich aardappelschillen en oud brood. Nooit droeg hij een jas en zijn overhemd miste de bovenste drie knopen. Van hem werd verteld dat hij één keer in de katholieke kerk was geweest. En vanaf die tijd nooit meer. ‘Hij geloofde de pastoor wel’. Hij hoefde niet weer heen. De familie leefde half in Nederland en half in Duitsland. Zoon Berthus ging in Barger-Compascuum naar school, winkelen deden ze in Zwartemeer, bij de winkels aan de Limietweg en zeker ook in Hebelermeer. Veel verwantschap kwam uit Hebelermeer. Oma’s broers, zussen, neven en nichten Fischer woonden in het Duitse grensgebied. Ze was zelf geboren in Wesuwe en Miene was telg uit de familie Gustin uit Schöninghdorf.

Albert Brinkmann met pony, kar en twee honden op pad door de buurt (foto: Lenie Dijck-Veringa)

Het huis van de familie Brinkmann2 aan de grens

 

De mensen praten nu nog met een bijzonder gevoel over het huis, zo dichtbij Grenssteen 163. Het vervallen huis op het bovenveen, opgetrokken uit rode baksteen en belegd met pannen, was omringd door hoge berkenbomen. In de bomen huisden meerdere uilenfamilies, vertelden jongens uit de buurt. Grondbezitter, boer, winkelier en caféhouder Robben in Hebelermeer, had eind jaren twintig van de vorige eeuw het huis laten bouwen. Vanaf het begin was de familie Brinkmann op dit adres Limietweg 125 huurder. Aan de zuidkant van het huis lag het pad vanaf de Limietweg naar de grens. Evenwijdig aan de grens liep aan de Nederlandse kant de Grensweg. Vanuit het huis was de grens te overzien en vanuit dit huis werd ook veel gesmokkeld. Buurtbewoners, verliefde stelletjes, liepen op zondagmiddag over de Grensweg. ‘Alsof ze over een kade flaneerden’. Zo kregen jongens uit de noordelijker gelegen grensstreek verkering met meisjes van de Grensweg in Zwartemeer. Het huis werd door heel de buurt bezocht, vooral jeugd. In het huis hingen aan de wand meerdere koekoeksklokken en ‘candy’ sexboekjes lagen verspreid door de kamer. Op de grammofoon werd muziek gedraaid. Vast wel schlagermuziek.

Grenssteen 163 (foto: GS)

Buurman aan Duitse kant, de vorig jaar overleden, Franz Bölle (1938-2023) heeft Brinkmann en zijn familie zeer goed gekend. Brinkmann liet een koe en een sik aan de lijn grazen op land van Bölle, op zijn koeweide. Brinkmann paste goed in deze buurtschap, gevormd door de families Bölle (D), eerder Backs (en inwonend tussen 1938 en 1955 de familie Conen Bernd) en Robben Heinrich (E), aan de Grüntalstrasse. Boer Bölnn Franz was erg vernederlandst. Zijn meeste grond lag tussen de Limietweg en de grens. Hij kreeg de zaterdageditie van de Emmer-Courant van zijn Hollandse achterbuurman. Hij praatte geen Duits, geen Nederlands, maar het dialect van de Limietweg. Het huidige adres is Grüntalstrasse 48.

De boerderij van Robben (E) op Grüntalstrasse 46 heeft een opmerkelijke geschiedenis. Tot aan 1889 woonde hier de familie Casper Thole(n). In oude papieren wordt voor de Grenssteen op deze locatie de duiding ‘163. bei Tholenplaatze in Hebelermeer’ gebruikt. De familie had hier een boerenbedrijf maar ook een café. De Veenweg vanuit Emmen naar Hebelermeer passeerde de grens en menig reiziger stapte naar binnen. Al voor 1800 had Casper Thole zich gevestigd op deze boerderij. Maar de tijden waren zwaar, het boekweitverbouwen bracht steeds minder op. In 1883 mislukte de oogst. De kleinzoon, die eveneens Casper heette, overleed te vroeg. De weduwe redde het niet en in mei 1889 stond het bedrijf, gebouw, inboedel en grond met vrucht te koop. Het waren zeer zware tijden voor de Hebelermeerse boeren. In 1894 emigreerden nog twaalf gezinnen naar Amerika. Zes jaar later kreeg Heinrich Robben, uit het geslacht van Gasthof Robben de boerderij met grond op naam. Zo heet in de volksmond deze boerderij ‘Robben Heinrich’, hoewel de huidige bewoner de voornaam Bernard draagt. Ook weer typisch Duits. En de familie Thole? Zij waren toe aan een nieuwe bestemming. Zij verhuisden van het uiterste noordwesten naar het uiterste zuidoosten van Hebelermeer. Ze werden pachtboer op de eerste boerderij vanaf het Süd-Nord-Kanal. Hun pachtheer heette Ferdinand Schöningh Paderborn. Ook nu nog is de familie Schöningh eigenaar. De boerderij heet in de volksmond Kruessel-Thole. Het verleden blijft lang hangen in de Emsländische dorpen.

De omgeving van de Grenssteen 163 eind zomer 2024. We kijken in noordwestelijke richting. Links (ten westen) van de steen, de mais en de eerste bomen stonden rond 1925 meerdere huizen en keten (foto: GS)


Knipsel uit de lokale krant; Ems- und Haseblätter van 5 mei 1889. Gedwongen verkoop op donderdag 9 mei 1889 van de inboedel van weduwe Casper Thole in Hebelermeer. Aangeboden wordt 1 paard, 1 koe, 2 runderen, 1 stierkalf, 1 kalf, zeug met 11 biggen, 1 zeug, 2 biggen van 25 weken oud, 1 haan, 20 kippen, 1 akkerwagen, 1 muurklok met kasten, 6 stoelen, meerdere tinnen en porseleinborden, 7 schilderijen en 3 stukken spek.


Fragment van een kaart van de grensstreek3 (1850-1884). Zie www.topotijdreis.nl. De verticale lijn is de landsgrens. Pl 164 is fout, dit moet zijn Pl 163. Vanaf links (westen) zien we een pad naar de grens lopen. Dit is de Veenweg naar Kolonie Hebelermeer4. Zie; https://achterdebreedesloot.nl/145-jaar-bc/03.pdf. Het pad komt uit op het erf van de boerderij op de Tholenplaatze, nu Grüntalstrasse 46 en loopt na passeren van de beide gebouwen door in oostelijke richting. Boven (ten noorden) deze café-boerderij is de hoeve later van Backs en Bölle, Grüntalstrasse 48.

Het Smokkelpad naar de grens, anno 2024. Bij de hogere bomen links (noorden) stonden in eerdere dagen meerdere keten en woningen. Rechts stond nog het huis van de familie Hermsen en nog verder zuidelijker dat van weduwe Heine (foto: Annelies Möhlmann)

De Kaart
Meerdere personen sprak ik over de streek tussen Limietweg en grens, het Hebelermeerse Compascuum of ook Hebelermeersche veen genoemd. Buurtbewoner, jager en visser Mans Egbers vertelde me dat er veel gezinnen woonden daar Achter de Breede Sloot. ‘D’r hef oltied veul volk woont an de Grenze’. Als jongen kende hij de buurt. Ze woonden aan de Limietweg-zuid (14) en hij bezocht de school daar. Hijzelf en zijn vader Harm werkten (in de oorlog) bij boer en caféhouder Stephan Esders in Hebelermeer. Esders had ook een plaats, perceel grond in Nederland, zie (5). Mans kwam na de oorlog als constructietekenaar te werken op kantoor bij de Purit. In 2009 sprak ik voor het eerst met hem. Hij schetste op enkele vellen papier het grensgebied en tekende de huizen en de namen van de bewoners in. Opvallend is dat hij over de buurt waar hij geboren en opgegroeid was (14) heel gedetailleerd is.

De buurtkenner-bij-uitstek is de amateurhistoricus J.B. ‘Broer’ Berens. Hij laat een met de hand geschreven kaart na, die anders dan andere kaarten de bewoning in dit gebied direct aan de grens laat zien. De kaart is van +/-1910 en er staat bijgeschreven ‘incompleet’. Helaas, jammer! Op de kaart tekende hij de namen in van noord naar zuid. Na Gerrit Schiphouwer komt Hendrik Borgman, Wed. Tholen, Berend Esders, fam. Hermsen (Billen) en fam. Kasper Heine.

De Bonnekaart No 243 Nieuw Dordrecht Verkend in 1902 en Ged. Herzien tot 1924 laat het grensgebied zien. Met dank aan Gerben Dijkstra voor de verbeterde versie. Direct aan de grens zijn meerdere huizen te zien. Ik zet de huizen met hun (vermoedelijke) bewoners op een rijtje. Van noord naar zuid. Andere huizen die relevant zijn in dit verhaal heb ik eveneens genummerd. Nogmaals, in enkele gevallen ben ik niet zeker. De nummers 2 tot en met 10 blijven aannames. In dit artikel staan achter de genoemde families en beschreven huizen een letter of nummer tussen haakjes. Deze kunt u terugvinden op Kaart 1.

Kaart 1. Fragment van bonnekaart No 243 Nieuw Dordrecht Verkend in 1902 en Ged. Herzien tot 1924

Legenda 
A Limietweg. B Breede Sloot. C de grens. D in Duitsland, boerderij van de familie Backs en inwonend Conen Bernd, later Bölle. E in Duitsland, boerderij van de familie Robben Heinrich. 1 Schiphouwer. 2 Lijken twee huizen, Borgmann en mogelijk Zaan. 3 Huis op plaats van Jan Berend Backs. 4 Wed. Tholen en Hermann Poker. 5 Plaats van Stephan Esders. 6 Klompenmaker ‘Aole’ Berend Hölscher, later gezin van ‘Buul’ Berend Robben en Ibeltje Kuipers. 7 Roef Trip. 8 Johan Oosterrood. 9 Harm en Berend Sandman, later Jan de Jong. 10 Elisabeth Oosterrood-Hüsers, later met Jan Ras. 11 Albert Brinkmann. 12 Hermsen (Billen). 13 Weduwe Heine. 14 Groepje huizen, vnnz; Willem Brijan jr. met inwonend Harm (en zoon Mans) Egbers, Willem Brijan sr5. en (naderhand gebouwd) Jan Willem Bauerhuit. 15 Harm Cramer (Klenen). 16 Willem Scholte.

Schiphouwer
(1) Gerrit Schiphouwer en later zoon Wilhelm waren boer op deze locatie. Het huis stond ten noorden van het bos en de hoge eiken van de boerderijen aan de Grüntalstrasse in Hebelermeer. De weg die uitkomt bij Grenssteen 163. De woning, op honderd meter afstand vanaf de grens, had zijn voordeur en ramen gericht op het oosten, op Duitsland. De weg ernaar toe kwam vanaf de Limietweg en maakte een ruime omtrek. Ten zuiden van de kavel van buurman Tubben liep een pad in oostelijke richting, bij de grens sloeg het linksaf in noordelijke richting. Na ruim honderd meter ging het toegangspad terug in westelijke richting, naar het huis van de Schiphouwers. Het latere adres is Limietweg 105. Zoals de kinderen Schiphouwer beschrijven lijkt deze boerenhoeve ouder dan de andere woningen en keten in de buurt.

Het echtpaar Gerrit Schiphouwer en Anna Gezina Schoenmaker (foto: Geert Schiphouwer)

Bij de bouw van de boerderij waren degelijke eiken balken gebruikt, aan elkaar verbonden met pengat verbindingen. De achterkant van de grote schuur had een grote baanderdeur. Op het hof stonden meerdere schuren en bijgebouwen. Het geheel was omringd door eiken bomen die wel een diameter van een meter hadden. Deze bomen, gekapt in de jaren zestig, waren niet vijftig jaar oud maar zeker meer. De familie Schiphouwer was tussen 1908 en 1911 hier komen wonen. Oude kadasterkaarten laten zien dat rond 1900 de plaats op naam staat van J.H. Wilken6. Mogelijk al eerder. Het gaat om Johann Heinrich Wilken, die in 1854 in Hebelermeer was geboren. In Hebelermeer kom ik zijn naam in 1882 nog tegen, halverwege de Grüntalstrasse, het pad op de noordelijke oever van het meer7. Hij liet zich in 1896 inschrijven in de gemeente Emmen. Rond 1910 verhuisde hij met zijn derde echtgenote Maria Gesina Pöttker naar het Duitse Friesoythe. Bouwde Heinrich Wilken voor 1900 op Duitse manier hier een boerenhoeve? En deed hij grond en boerenhoeve rond 1910 over aan de familie Schiphouwer. Het lijkt er wel op. Broer Berens noemt Schiphouwer8. Mans Egbers tekent net ten zuiden van Schiphouwer het logement van Stoet Anne9 in. ‘Ze hield ook een geit bok’, schrijft hij erbij. Als vaste klanten had ze Scheel Harm en Rooie Berend. Zwervers, negotiekerels en bakkielopers waren het. Hij meent ook dat ‘Buul’ Berend Robben en Ibeltje Kuipers daar een tijdje onderdak gevonden hadden. Broer Berens schrijft10 ‘Annechien Smeman overleed op 15 mei 1936. Ze woonde toen aan de grens in de buurt van haar zoon Gerrit’.

Mid jaren zestig werd het huis van Schiphouwer aan de grens afgebroken. De huisplaats diende daarna als wei voor paarden, koeien en kalveren. Ook werden de eerste jaren de fruitbomen niet gerooid. De waterput voorzag het vee van drinkwater. De familie Tubben huurde enige tijd de vrijgekomen grond. Hier testen kinderen uit deze familie de waterput (foto: Jan Tubben)

Een beeld van de keet en logement van Annechien Smeman ‘Stoet Anne’. Lange tijd leefde zij aan de Runde, maar de laatste jaren van haar leven woonde ze aan de grens, dichtbij haar zoon Gerrit Schiphouwer. Naast de hond staat ze met andere kant naast zich Ibeltje Kuipers en haar man ‘Buul’ Berend Robben. Anderen menen dat de man met snor de Emmer-Erfscheidenvener Pieter van Vondel is, reiziger en handelaar die toevallig in de buurt was. Bij de bouw van een keet werd allerhand tweedehands hout gebruikt. Zelfs de deksel met een karakteristiek gat in de midden van een voormalige plé. Deze foto vond ik geplakt op een stuk hardboard bij de kringloopwinkel ‘Het Goed’ in Klazienaveen.

 

Borgmann
Hans Fischer woont anno 2024 in Hebelermeer. Hij weet te vertellen dat zijn moeder Catharina Borgmann in 1913 was geboren aan de Runde in Barger-Compascuum. Haar ouders waren Hendrik Borgmann en Anna Helena Cramer. Zij woonden aan de grens (2), maar omdat daar alleen ‘zwarte’ moorwasser was verhuisden zij in de tijd dat de geboorte van Catharina zich aandiende tijdelijk naar het ouderlijk huis van Hendrik, dichtbij de Runde. Hun dochter ging naar de school in Barger-Compascuum en kon later net zo goed Nederlands als Duits spreken, én schrijven. Ik denk dat ze naar de hulpschool aan de Limietweg-zuid is geweest. Deze opende de deuren in het najaar van 1919. De hiervoor genoemde kaart van Broer Berens situeert Hendrik Borgman aan de grens. Waarschijnlijk op een plaats, kavel die in eigendom was van hun familie J.J. Borgmann11. Oma Cramer mocht niet graag in Nederland zijn. Ze miste haar familie. Ze verhuisden later, zo rond 1922, naar Duitsland om enkele jaren later in Wesuwermoor aan het Süd-Nord-Kanal, een boerderij te beginnen.

Catharina Borgmann die in Hebelermeer in 1938 trouwde met Franz Fischer (foto: Hans Fischer)

Thole(n)
Zoals hiervoor beschreven verhuisden nazaten van Casper Thole naar de andere kant van het dorp. Johann Bernard Thole, getrouwd met Anna Helena Fenslage moeten enkele jaren gewoond hebben in Nederland (3)12, 13. Dit was nog voor de eeuwwisseling. Drie kinderen werden er geboren. Zoon Johan Casper (1893 BC -1915 soldaat) en de dochters Maria Helena ‘Lene’ (1896 BC-1973 Hmeer) en Maria Angela (1900 BC-1964 Hmeer). In 1901 zijn ze teruggekeerd naar Hebelermeer, schrijft Broer Berens. In 1911 betrokken zij de pachtboerderij van Schöningh, dichtbij het Süd- Nord-Kanal. In 1924 trouwde dochter Maria ‘Angela’ met Heinrich Krüssel (Kruessel) uit Segberg. Krüssel Heinrich ‘trouwde’ in op de boerderij Thole. Onlangs kwam ik met diens zoon in gesprek. Hij, eveneens Heinrich van jaargang 1929, vertelde me dat zijn moeder Angela geboren was in Nederland. In haar pas en ook in die van haar zus Lena staat als geboorteplaats ‘Berger-Cumpascum (Holland)’. Heinrich’s oudere broer Bernard (1925-2021) vertelde me dat hun moeder nog naar de lagere school in Barger-Compascuum was geweest. Dit moet dan de openbare lagere school I zijn geweest. Deze stond in het oude centrum van het dorp. De hulpschool van de Limietweg dateert van najaar 1919. Op de vraag waar ze dan gewoond hadden in Nederland zei Heinrich ‘Bie Backs Janberend’. Hij wist alleen niet op grond in Nederland of bij de boerderij in Duitsland (D). Deze familie staat afgebeeld op de laatste foto van dit document.

In haar pas, Ausweiss van Helena Thole staat dat ze op 27 januari 1896 geboren is in Berger-Cumpascum (Holland) (bron: Helmut Krüssel Hebelermeer)

Wed. Tholen
De aan de Limietweg geboren Gré ten Velde-Bauerhuit (1947) heeft van haar moeder Leida Bauerhuit-Poker veel verhalen over het leven aan de grens gehoord. Leida was geboren in het huis (4) pal achter hun woning (14) aan de Limietweg. Het oude adres was Limietweg 117 en bestaat niet meer. Het huis stond ongeveer veertig meter vanaf de grens op het bovenveen. Het was een enkel huis opgetrokken uit steen met pannen op het dak. De ramen waren gericht op Duitsland. De westelijke achterwand bestond uit opgestapelde veenkloeten. Er was geen schuur bij en rondom groeiden half hoge bomen en struiken. Het huis was niet omgeven door hoge berken of eiken, zoals bij andere woningen en keten hier in de streek het geval was. Franz Bölle bevestigde bovenstaande beschrijving. Mogelijk was dit hetzelfde huis waar ook de oma van Leida Bauerhuit-Poker tot 1948 had gewoond. Op de kaart schrijft Broer Berens haar naam Wed. Tholen.
Tot in de jaren zestig heeft het huis hier gestaan daarna is het gesloopt. De ondergrond was van de Hebelermeerse boer Franz Wilken, beter bekend als Exels Franz. Gré heeft in haar jeugd de keet- inmiddels toen niet meer bewoond- vaker bezocht. In de kersttijd zochten de kinderen Bauerhuit daar mos voor in de kerstkribbe. Met Wed. Tholen wordt bedoeld weduwe Maria Aleida Thole-Koop. Ze overleed in 1948 en ligt begraven op het kerkhof van Barger-Compascuum. Vanaf eind jaren twintig woonde het gezin van dochter Maria Anna met man Hermann Poker bij haar in. Zij keerden na de Tweede Wereldoorlog terug naar Duitsland.

Het grafmonument van Maria Aleida Thole-Koop op het kerkhof van Barger-Compascuum. De steen is vijftien bij twintig centimeter groot/klein (foto: GS)

Berend Esders
Ten zuiden van de kavel van Franz Wilken lag de plaats van de Hebelermeerse boer en caféhouder Stephan Esders. Diens zoon Johann Bernard ‘Berend’, getrouwd met Maria Adelheid Thole, moet in de eerste jaren na 1900 hier ergens in het grensgebied gewoond hebben. Op 26 februari 1907 deed Berend Esders als naaste buurman (5) aangifte van het overlijden van Anna Maria Bauerhuit/Mulderij-Rohling op het gemeentehuis in Emmen. Hij deed dit samen met andere buurman Rutger Jonker. In 1910 woonde het echtpaar Esders-Thole nog in Nederland. Op 30 november van dat jaar overleed in Barger-Compascuum jongste zoon Wilhelm op zevenjarige leeftijd. Het gezin keerde terug naar Duitsland. En inderdaad Maria Adelheid Thole kwam ook van de boerderij op de Tholenplaatze.

Klompenmaker Berend Hölscher
In 2011 bezocht ik in verzorgingstehuis de Melde in Klazienaveen Sinie Gerdes-Hölscher (1915-2013). In 1923 verhuisden haar ouders klompenmaker ‘Aole’ Berend Hölscher en Ollaid Pranger met hun gezin van het oude centrum in Barger-Compascuum naar een huis aan de grens. De ondergrond van hun huis in Barger-Compascuum werd afgegraven en de familie Hölscher moest verhuizen. Sinie was toen 7, 8 jaar. Ook zij bezocht de school aan de Limietweg en speelde met de meisjes van winkelier Cramer (15). Ze kon zich tijdens mijn bezoek nog haarfijn haar woonbuurt voor de geest halen. Ze vertelde me gedetailleerd over het huis (6), de weg van school naar het huis en wie er nog meer woonde tot aan de grens. Tussen hun kavel en die van Esders liep een pad naar de grens. Zie de kaart. 
‘Wij woonden op de plaats die eigendom was van de eigenaar van het café Robben in Hebelermeer. Het huis was een boerderijtje op het hoge met een stenen fundering, stro op het dak met een voorkamer, achterkamer en keuken en de deel. De ramen waren gericht op de grens. Vader was boer, verbouwde aardappelen, rogge en haver. We hadden beesten, onder andere sikken. Daarnaast was vader nog klompenmaker. Soms moest ik boter halen in de winkel van het café Robben. Wij woonden als enigen op onze plaats, maar op de plaats ten zuiden van ons, dus aan de andere kant van de sloot, stonden meerdere keten, barakken en huizen. Voorop, zo ongeveer honderd vijftig meter vanaf de Breede Sloot woonde het gezin van Roef Trip (7). Tegenover ons, aan de andere kant van de sloot, stond de wit vierkanten boete van Johan Oosterrood14,15,16 (8). Verder naar de grens woonden in een stenen huis (9) de gebroeders Harm en Berend Sandmann. Later beroepssoldaat Jan de Jong. Nog verder oostelijker, dicht bij de grens stonden de kloeten keten (10) van de oude vrouw Elisabeth Oosterrood-Hüsers17,18, die samenwoonde met Jan Rass en van de stoelenmatters Lubbert en Levert Hollander. De beide jongens Hollander moeten ook nog een tijdlang gewoond hebben in de kippenschuur bij de boete van Johan Oosterrood’.

Trip- Oosterrood- Sandman- Elisabeth Oosterrood-Hüsers
Mans Egbers maakt hetzelfde rijtje, maar meent dat Harm Sandman en Jan Dolfing in keten nog pal aan de grens hadden gewoond. Nadat de weduwe van klompenmaker Berend Hölscher vertrokken was naar haar nieuwe onderkomen in Barger-Compascuum tekent hij ‘Buul’ Berend Robben met Ibeltje Kuipers en hun kinderen Berendina, Petronella, Aaffien en Berend in dat huis 19.

Het gezin van Johannus Everhardus Oosterrood en Johanna Korsina Meijer. Vlnr, achter; tante Anna Louwes-Oosterrood met zoon Karel Louwes op de arm, Rika en Hendrik Oosterrood. Voor; Jans. Tinus en Annie Louwes, Lies Oosterrood, Vader Johan Oosterrood met zoon Jan op schoot dan moeder Anna Meijer met links dochter Carolien en rechts zoon Jans (foto: Tekla Oosterrood-Heller, getrouwd met Jans Oosterrood)

Brinkmann
In 1929 bouwden de jongens van Gasthof Robben het huis van Albert Brinkmann (11). De naam kom ik niet tegen bij Broer Berens. Zijn kaart is immers ook van eerdere tijd. Veel is al geschreven in de inleiding. Toch nog een opmerkelijk verhaal20. Soms kwam een dame even kort op bezoek. Het was Gabina ‘Beentken’ Brinkmann, geboren in 1888 en de moeder van Albert. Ze was altijd te voet en vertrok zo de grens weer over. Vaak ging ze aan bij haar tante Adelheid Hollen in Hebelermeer om te kijken wat daar de pot schafte. Ze viste de beste stukken vlees uit de pan en verdween weer in de richting van Haren. Daar woonde ze. 

Minne Veringa en Anna Gepken op de fiets door de grensstreek. Mijn bron weet het niet zeker, maar mogelijk staan ze hier in het bos bij het huis van Albert Brinkmann en is de dame onder de boom oma Brinkmann (foto: Lenie Dijck-Veringa)

Hermsen (Billen)
Enkele honderd meters zuidelijker stond lange tijd de woonkeet (12) van Tone, Joop en Engel Hermsen, beter bekend als de Billen Jungs. Broer Berens en Mans Egbers tekenen beide de namen in.

Joop en Tone Hermsen in de nazomer van 1951 (foto: Bernard van der Meer)

Een beeld van het huis van de familie. De dame, die beschutting zoekt in de schaduw kan Engel Hermsen zijn, maar ook haar dochter Griet (foto: Bertus Bruinsma)

Mauer Heine
Nog zuidelijker en eveneens dicht aan de grens woonde jarenlang weduwe Anna Margaretha Heine-Heidotting met haar dochter Griet. Ze was getrouwd met Kasper Heine. Buurtgenoten kenden haar als Mauer Heine. Het huis (13) was geen keet. Stenen muren en pannen op het dak. Wel met het gezicht naar de grens. Dit gezin Heine heeft veel nazaat. Pater Jan Heine was hun kleinzoon. Op de kaart van Mans Egbers kom ik de naam niet tegen. Broer Berens schrijft fam. Kasper Heine.

Weduwe Margaretha Heine-Heidotting, door de buurt aangesproken als Mauer Heine bij haar huis op de grens in de jaren 30 (foto: Anna Margaretha Kocks-Heine)

Tholenplaatze21
De familie Thole verhuisde van het noordwesten van het dorp Hebelermeer naar het uiterste zuidoosten. Van bij Grenssteen 163 naar de boerderij dichtbij het Süd-Nord-Kanal. Enkele jaren ervoor woonden ze nog in Nederland. In 1911 verhuisden de ouders van Lene en Angela naar deze pachtboerderij van Ferdinand Schöningh. In 1924 trouwde Heinrich Krüssel in op de boerderij met adres Hebelermeer 5. Onderstaande foto laat het gezin zien. De foto dateert van voor 1943, het jaar dat de oorspronkelijke boerderij door eigenaar Schöningh was herbouwd. De foto laat nog de oude baanderdeur zien.

Vlnr; opa Heinrich Krüssel, Heinrich, Mia, tante Lene, Bernard, Aloys, uroma Lene Fenslage, Lene met voor zich Liesbeth, oma Angela Thole met op haar arm Georg en voor zich Hans (foto: kleinzoon Helmut Krüssel)

De kaart
De kaart toont linksonder, ten noordoosten van de School en ten oosten van de Breede Sloot meerdere huizen. Deze stonden een aantal honderden meters vanaf de grens. Bij de keus van de locatie hielden de bouwers en de eigenaren wel rekening met het Verdrag van Meppen uit 1824 om niet binnen een afstand van 376 meter vanaf de grens te bouwen. Het wonen binnen de ‘verboden zone’ werd kennelijk door de overheid gedoogd. De gebruikte materialen,  heideplaggen, bolsterturf, hout, stro, riet, stenen, dakpannen gingen niet tientallen jaren mee. De houten of stenen funderingen verzakten in het veen, de woningen waren tijdelijk en zouden binnen afzienbare tijd weer worden afgebroken. Zo moet gemeente en provincie gedacht hebben. Alle huizen in dit Hebelermeerse Compascuum zijn inderdaad afgebroken. Brinkmann, Schiphouwer en Hermsen waren zo ongeveer de laatsten22. Sindsdien hebben de boeren het land in bezit genomen. Soms haalt de eg of ploeg nog stenen of flinten naar boven. Dan weet de bestuurder van de trekker dat hij of zij over een voormalige huisplaats is gereden.

Kadaster en gezondheidscommissie Emmen 1906
In het kadaster zijn geen gegevens over deze drukke bewoning ‘direct’ aan de grens te vinden. Kennelijk waren de bewoners niet bij de overheid bekend omdat ze geen belasting betaalden. Daartoe was hun inkomen te gering of hadden ze er tekort gewoond. Met dank aan Jan Wanders voor het uitzoeken. De Gezondheidscommissie gemeente Emmen stelde in 1906 een woningonderzoek in. Er werd vooral gekeken naar factoren die invloed konden hebben op de gezondheid van de bewoners. Zoals aantal personen, aantal kamers, aantal ramen, aantal ramen die open konden, materiaal vloer, plaats wc, afvoer afvalwater, drinkwatervoorziening, onderhoud woning, zindelijkheid van de bewoners, materiaal muren en dak. In de streek tussen Limietweg en grens tussen de verlenging van de Postweg tot het huidige Smokkelpad werden 23 huizen gewaardeerd. Vnnz: JB Linnemann, HH Heller, G. Buss, W Jansen, R Hake, JW Tieben, JH Wilken (genoemd), Wed Thole (genoemd), HO Borgmann (genoemd), JH Wielage, A Santen, G de Jonge (genoemd), J Ras (genoemd, leeft bij Elisabeth Oosterrood-Hüsers), R Jonker (genoemd), L Bouwhuis (genoemd, sinds de familie Bauerhuit/Mulderij vanuit Duitsland naar Nederland is verhuisd wordt de naam Bouwhuis ook gebruikt), MA Pranger, J Oost, Wed. Veenstra, JH Menke, J de Graaf, BH Mensen, GH Kuiter en M Westen.

Nog een paar dingen- Rikken Geert en Rikken Leine
Het valt buiten het bestek van dit verhaal, toch wil ik nog een huis meer en de bewoners ervan noemen. Enkele honderden meters ten noorden van Schiphouwer stond eveneens dicht bij de grens het huis van Gerhard Heinrich Wübben en Maria Helena Linnemann. Dit moet zijn in de tijd van na 1906. De mensen kenden hen als ‘Rikken Geert’ en ‘Rikken Leine’. Rikken Geert boerde op zijn land, maar de mensen hadden het niet breed. Via dit huis ging veel waar naar de andere kant van de grens. Beide kanten op. Ook werden in de oorlog vluchtelingen uit de kampen in Duitsland naar het huis van Wübben gebracht. Dit vertelde me Bé Reuvers. Wübben zorgde ervoor dat de mensen in contact kwamen met de evangelist van de hervormde kerk en die zorgde weer voor contact met de ondergrondse. Ergens jaren zestig is het huis met adres Limietweg 88 gesloopt.

Gerhard Heinrich Wübben en Maria Helena Linnemann ‘Rikken Geert en Rikken Leine’ eind jaren veertig (foto: familie Ottens-Wübben, Hebelermeer)

En Hinnek Zaan
Volgens Franz Bölle moet een man Zaan ‘wel’ vijftig jaar aan de grens gewoond hebben. Waarschijnlijk doelt hij op Berend Hendrik Zaan (1878 BC-1955 BC). Hij was oudste zoon van klompenmaker Aole Berend Hölscher met zijn eerste vrouw Elisabeth Zaan. Albert Eggens schrijft over deze Berend Hendrik Zaan in Leven langs de grens op pg. 324. ‘Zo moest het echtpaar Berend Hendrik Zaan en Anna Angela Amel uit Barger-Compascuum in april 1918 het in staat van beleg verklaarde gebied verlaten, samen met hun acht minderjarige kinderen, waaronder een baby van nog geen half jaar oud. Zo’n beslissing werd niet lichtvaardig genomen en vaak bleken de betrokken volwassenen dan ook al heel wat op hun kerfstok te hebben gehad. Zaan was voor zijn uitwijzing bijvoorbeeld al enkele keren veroordeeld geweest wegens smokkel en ook zijn vrouw had zich op dat vlak niet onbetuigd gelaten’.

Hinnek Zaan, zo was de man hier bekend, trouwde twee keer. De eerste keer met Anna Angela Ameln en een tweede keer met de twintig jaar jongere Duitse Maria Anna Bartels. Uit zijn eerste huwelijk werden negen kinderen geboren, uit zijn tweede geen kinderen. De eerste twee kinderen waren nog geboren in 1902 en 1904 in Barger-Compascuum, Het derde en vierde kind in 1906 en 1908 in Duitsland-Wesuwe. En vanaf 1911 tot en met 1920 vijf kinderen in Barger-Compascuum. Hij stond bekend om zijn alcoholgebruik. Ik heb begrepen dat Zaan met Anna Angela Ameln in de woonbuurt direct aan de grens ten zuiden van Schiphouwer woonde. Mogelijk in het huis naast Hendrik Borgmann. Maar niemand van de ondervraagden wist het precies. En nu? Niemand weet er nog van. Na 1935- en dat is zeker- woonde hij met Mina Bartels (met haar zoon Gerard, die door de mensen Gerard Zaan werd genoemd) in één van de onbenoemde huizen ten noordoosten van de School en de winkel van Scholte. Het leven van Hinnek Zaan was Duits en Nederlands. De grens zal voor hem geen barrière zijn geweest.

Berend Hendrik ‘Hinnek’ Zaan en Mina Bartels op een afbeelding uit 1949
(foto; Marietje Arling-Menzen)

Smokkelen en Tommy Wieringa
Waarom gingen de mensen daar wonen? Zo dicht tegen Duitsland aan. Zelfs nog in de verboden zone. Een mogelijke verklaring is dat de mensen door de Duitse overheid gezocht werden. Jonge jongens moesten na 1866 in de lange, driejarige en zware Pruisische dienst. Bismarck was streng in zijn protestante geloof. Hij had het niet op met de katholieke bevolking van het Emsland. Veel jongens deserteerden en gingen de grens over. Soms nog even snel trouwen in de kerk van één van de grensdorpen. Anderen hadden mogelijk schulden uitstaan bij de Pruisische overheid. Ik denk aan personen en boeren die failliet ‘zwangsverkauf’ waren gegaan. En dat kwam veel voor rond 1900. Zie de familie Thole. Ook om andere redenen werden bepaalde personen in hun land gezocht. Door te verhuizen naar Nederland onttrokken de mensen zich aan de gerechtelijke macht van de Duitse overheid. De Duitse politie en grensbewaking mocht in Nederland geen arrestaties verrichten. Zoals de Nederlandse politie en marechaussee ook geen aanhoudingen mochten doen op Duitse bodem.

Schrijver Tommy Wieringa produceerde in 2013 de 6-delige TV serie ‘De Grens’ voor de VPRO. Hij zegt daarin dat mensen houvast ondervonden van de grens. Houvast, oké, maar de grote reden om daar te wonen lijkt mij toch echt het smokkelen. Daar wonen en dan ook nog in een huis dat zicht had op de grenslijn was ideaal voor het smokkelen. De mensen hadden ook veel familie in de Duitse grensdorpen. De gang over de grens was niets bijzonders. Je ging net zo goed naar Hebelermeer, naar je familie of het café als naar Barger-Compascuum of Zwartemeer, naar de winkel of school. Dit makkelijk leven in beide landen maakte het smokkelen zeer laagdrempelig.

Drie bronnen

Links: Johan Bernard ‘Broer’ Berens (1916-2013). Midden: Mans Egbers (1920-2013) en rechts: Annemarie Schulte (1935-2012)

Noten

  1. Dit gold voor beide kanten van de grens op een afstand van 100 Rhijnlandse roede, dat is exact 376,60 meter.
  2. Leraar Bernard Ottens Festschrift zur 175 Jahrfeier der Hochmoorgemeinde Hebelermeer Kreis Meppen/Ems 1963 (Hebelermeer 1963), pg.45.
  3. www.topotijdreis.nl 
  4. https://achterdebreedesloot.nl/145-jaar-bc/03.pdf
  5. Het is het huis van Willem August Brijan beschreven in Albert Eggens Van daad tot vonnis (Assen 2005), pg. 117 en 118, 174.
  6. https://fjmblom.home.xs4all.nl/collectie_broer_berens/nieuwe_bewoners_1873-1900/nieuwe_bewoners_van_bc_en_zwartemeer_1873-1900_198.html
  7. De burgemeesters van Hebelermeer hielden vanaf 1825 tot ongeveer 1925 een lijst bij van de boerderijen, woningen en andere gebouwen van hun dorp. De lijst heeft 82 objecten. Op deze Gebaudeliste (GL) van Hebelermeer hebben de ouders van Johann Heinrich Wilken het nummer GL 35. De boerderij van Franz Bölle nummer GL 25, Robben ‘Heinrich’, de Tholenplaatze nummer GL 26, Hüsers nummer GL 35 en de boerderij Krüssel-Thole nummer GL 2.
  8. De plaats, perceel, waarop het huis van Schiphouwer stond is een opvallend hoge plaats. Van voor tot achter is nooit het veen eronder weggegraven of bezand. Het perceel ligt dan ook ongeveer een meter hoger dan de aangrenzende percelen. De oplettende kijker ziet het vanaf de Limietweg tussen de beide huizen met nummer 103 en 107. 
  9. Gerard Steenhuis 145 jaar Bargercompascuum, 1ste druk (Barger-Compascuum 2011), pg. 128.
  10. https://fjmblom.home.xs4all.nl/collectie_broer_berens/nieuwe_bewoners_1873-1900/nieuwe_bewoners_van_bc_en_zwartemeer_1873-1900_081.html 
  11. Gerard Steenhuis Land op de schop (Barger-Compascuum 2013), pg. 29.
  12. De locatie is een aanname. Gebaseerd op het feit dat Heinrich Krüssel zei ‘Bie Backs Janberend’.
  13. https://fjmblom.home.xs4all.nl/collectie_broer_berens/nieuwe_bewoners_1873-1900/nieuwe_bewoners_van_bc_en_zwartemeer_1873-1900_178.html  
  14. Albert Eggens Van daad tot vonnis (Assen 2005), pg. 174. 
  15. Johannes Everhardus Oosterrood (1892 BC-1945 BC) had als bijnaam ‘de schrik van ’t Compas’. Hij was nergens bang voor en was ook degene die in 1923 bij de bouw van de katholieke St Josephkerk van Barger-Compascuum naar boven klom om het haantje op de spits van de toren te plaatsen. In 1916 was hij in Emmen getrouwd met Johanna Korsina Meijer (1893 E-1984 Klazienaveen). Ze hadden zeven kinderen. 
  16. In de Kroniek van september en december 2014 schrijft Lambertus Bouwers over zijn werkzaam leven. In het tweede deel beschrijft hij zijn ervaringen met Johan Oosterrood. Bouwers werkte voor het Oosting Instituut opgezet door burgemeester Bouma in het interbellum. Het Oosting Instituut, genoemd naar de notarisfamilie Oosting uit Emmen zette rond 1927 een project op ter bevordering van de pluimveeteelt en ander kleinveeteelt in de gemeente Emmen. Dit, zodat de arbeider van de gemeente Emmen die een zeer karig bestaan leidde, aan eierenverkoop een kleine bijverdienste had. Op pg. 11 schreef hij. ‘In Barger-Compas hadden wij ook een klant zitten. Daar kwam ik nogal eens vaker. Deze man, een veenarbeider, had een groot gezin (tien kinderen) en wilde graag wat bijverdienen. Hij had 300 kuikens van het Oosting Instituut gekregen en toen moest ik deze man wat begeleiden bij de opfok van zijn kuikens. Ik kwam daar om eens te zien hoe hij de kuikens grootbracht. Hij zag mij aankomen en kwam mij buiten al opwachten. Ik zeg tegen hem ‘Oosterrood, waar heb je de kuikens?’ Er was geen schuur, er was niets dan een vervallen woning, een krot. Ik dacht al: ‘Daar zal wel niets meer van leven’. ‘Kom maar binnen’, zei hij, ‘dan zal ik je wat laten zien’. Wij kwamen door een gangetje in de woonkeuken-, de enige woonruimte; daar had hij de kachel branden. Hij had gaas in een ronde boog om de kachel gespannen en in die ruimte om de kachel liepen 300 kuikens. In dezelfde ruimte moesten ze wonen, eten en slapen. Hoe bestaat het en toch is alles goed gegaan. Intussen vertelde ik het hele verhaal aan de burgemeester en die kwam er zo van onder de indruk, dat hij direct opdracht gaf deze man aan een kippenhok te helpen. Dat gebeurde al spoedig en wat deze man blij was, nou en of!’
  17. Albert Eggens Van daad tot vonnis (Assen 2005), pg. 204. Hij schrijft ‘Veelplegers waren regelmatig afkomstig uit dezelfde familie. Zo stonden niet minder dan zevenentwintig vonnissen op naam van twee broers en een zus uit de familie Oosterrood te Barger-Compascuum’….‘De bovengenoemde drie beklaagden waren niet de enigen in het gezin die voor de rechter werden gebracht. Hun moeder had zich in 1918 schuldig gemaakt aan de smokkel van een arsenaal aan goederen en daarnaast had ze in het steekjaar 1906 turf gestolen. Haar verwanten, de familie Hüsers komen regelmatig voor in de rechtbankarchieven’. 
  18. Het gezin van Johann Heinrich Hüsers en Gabina Robben kwam van Hebelermeer (GL 34). Ze braken in 1880 hun woning in Hebelermeer af en verhuisden rond die tijd naar Barger-Compascuum. In het noordelijke Hebelermeerse Compascuum waren ze eigenaar van een plaats. Daar woonden zij. Alle tien kinderen zijn in de periode 1850-1875 nog in Hebelermeer geboren. Elisabeth Oosterrood-Hüsers als zevende in 1868.
  19. Het gezin van Buul Berend en Ibeltje Kuipers bracht per kruiwagen aardappelen en haver naar de winkel om er levensmiddelen voor terug te krijgen. Dit zullen ze bij Cramer en Scholte gedaan hebben. Bron: Annemarie Schulte en Leida Berens-Hake (1927-2016).
  20. Het eerste deel van dit verhaal heb ik van Annemarie Schulte. Zij kende de buurt, ze heeft lange tijd gewerkt in de winkel van haar vader Willem Scholte. De mensen die op ‘t hoge tussen Limietweg-Breede Sloot en de grens woonden kwamen in hun winkel. Het tweede deel van het verhaal heb ik van Maria Robben-Hollen (1935-2021). Zij is geboren in het genoemde huis aan de Grüntalstrasse.
  21. Op de schets gemaakt naar aanleiding het Verdrag van Meppen in 1824 Croquis von der Königliche Hannoversch Niederländischen Grenze Amt Meppen (12/9/1825) wordt de boerderij van Casper Thole ‘Casp. Tole oder Insel Casper’ genoemd. Waarom? Staat de boerderij alleen, alsof het op een eiland staat of is het omdat de naam Thole(n) geassocieerd wordt met het Zeeuwse eiland Tholen. Dit laatste is echter nog niet bevestigd. 
  22. In 1966 vierde Barger-Compascuum het honderdjarig bestaan. Uit dit jubileum ontstond het Veenmuseum, later overgegaan in het Veenpark. Veel inboedel en materiaal van het woonhuis en boerderij van Schiphouwer kreeg een tweede leven in het Veenmuseum. Evenals de dorsmachine, de gaobel en veel gereedschap van de familie Hermsen.

Leave a Reply