Theorie
Oorspronkelijk is het de bedoeling om vanuit Nederland een kanaal te graven door het centrum van
Hebelermeer en dit verbindingskanaal in Wesuwermoor aan te sluiten op het Süd-Nord Kanal (noot 6). Is de
Nieuw Echtense Veen Compagnie in samenwerking met de Duitse Linksemssische Kanaalgenossenschaft van
plan geweest gebruik te maken van de loop van de Martelssloot en het riviertje de Mersbach. Was het hun
plan de Martelssloot te kanaliseren en in het verlengde hiervan ook- tot aan het Süd-Nord Kanal- de
Mersbach? Om zo niet door het diepe en natte land van Schöninghsdorf te hoeven. Een kanaal graven door
een dergelijk stuk veenland vergt veel tijd en moeite. De oevers verzakken steeds en glijden af naar binnen.
Uit kostenoverweging ligt een keus door het land van de Hebelermeerse boeren voor de hand.
Heeft met dit vooruitzicht de NEVC het land ten zuiden van de Martelssloot alvast gekocht? Niemand kan het
me zeggen. Zelfs Wim Visscher niet.
Verzet
De boeren van Hebelermeer verzetten zich tegen het plan om door hun dorp een kanaal aan te leggen. Ze zijn
bang dat het kanaal hun land te zeer uitdroogt en dat er ‘brandgevaar’ dreigt. Waar kwam deze angst
vandaan? In 1858 en 1863-1864 staat de heide van Wesuwermoor in brand. Een felle oosterwind jaagt beide
keren het vuur naar Hebelermeer. De inwoners van het dorp zien met angst in de ogen het vuur op hun dorp
afkomen. Water om te blussen is er niet. Maar…beide keren draait de wind van richting. Daar waar later het
Nord-Süd Kanal komt is de ommekeer. De angst voor de heidebrand zit er goed in bij de bewoners van het
dorp (noot 7).
Een volgend plan wil het kanaaltraject langs de zuidgrens van de plaatsen van de Hebelermeerse boeren laten
lopen. Maar ook hiermee gaan de Hebelermeerders niet akkoord. Dan oppert Eduard Schöningh (1825-1900),
stichter van Schöninghsdorf en eigenaar van het land, het idee het kanaaltraject zuidelijker over zijn
grondgebied aan te leggen. Na de grens maakt het Hoogeveen-Kanal een bocht naar het zuiden en loopt linea
recta naar het Süd-Nord Kanal. Hier ligt Schöninghsdorf ‘Schöningh sien dörp’.
Kaart 1903-1911
Fragment van de kaart Nw Dordrecht 1903-1911.
De landsgrens loopt midden door de kaart van onder (zuid) naar boven (noord). Links (west) is
Nederland en rechts Duitsland. De rode streep is de weg van Zwartemeer naar Schöninghsdorf die met
het kanaal meeloopt. In Nederland nog Van Echtenskanaal, maar in Duitsland Hoogeveen-Kanal.
Het douanecomplex ten zuiden van de ‘oude’ weg Zwartemeer-Schöninghsdorf is nog niet gebouwd. De
kaart is van 1911. Pas in 1914 gingen de grenzen dicht.
Op de noordzijde van het kanaal staat wel het brug- en sluiswachtershuis met schuren.
Verder naar het noorden staat aan de grens een M geschreven. Hier moet de molen gestaan hebben. De
grensmolen! Ten noorden hiervan is Grenspaal 161 met aan de Duitse kant een behuizing met bos
‘Mullers Busch’.
Grenspaal 162 staat bij de kruising van de landsgrens met een lijn die vanuit het zuidwesten in
noordoostelijke richting loopt. Dit is de Martelssloot met evenwijdig eraan een pad. Beneden de sloot is
een stuk van de Krommewijk te zien. Ten noorden van de sloot is het land verdeeld in horizontale kavels,
‘Plaatsen’ zeggen de mensen hier. Tientallen huizen staan hier aangegeven als rode puntjes.
Beneden de weg Zwartemeer- Schöninghsdorf staat Grenspaal 160 V. Verwarrend is dat Gp 160 V van
deze kaart de huidige Grenspaal 160 VII is. Kennelijk zijn later de grenspalen opnieuw ingedeeld en
genummerd
Het brug- en sluiswachtershuis
In de beide jaren voor 1900 komt de waterverbinding bij de grens tot stand. In 1898 is de sluis gereed. Een draaibrug wordt aangelegd voor
lokaal verkeer van Hebelermeer naar Schöninghsdorf en vice versa. Vooral boeren uit Hebelermeer maken, om op hun land ten zuiden van het
kanaal te komen, gebruik van de brug. In het jaar erop bouwt de Linksemssische Kanalgenossenschaft het woonhuis voor de brug- en
sluiswachter. Dit huis staat op de noordwal van het kanaal op grond dat oorspronkelijk van de Hebelermeerse familie Wübben (huisnaam
Rikken) is. Deze familie is eigenaar van de plaats aan de grens en woont noordelijker, dichtbij Grenspaal 162 op Hebelermeer 123. Het gezin
van Heinrich Herbers uit Fehndorf is de eerste pachter van het brug- en sluiswachtershuis. Vrouw en kinderen bedienen de sluis en brug (en
winkel), terwijl Heinrich het land dat erbij hoort, bewerkt. Later is dochter Maria met de Schöninghsdorfer Bernard Ströer de huurder. Tot
1936 staat het eerste huis hier, dan volgt nieuwbouw. In 1946 brandt het achterste schuurdeel af, ‘door hooibroei’, zegt Bernard Hüsers. In
1974 wordt het geheel afgebroken om plaats te maken voor de snelweg.
Beeld van de voormalige sluis in het kanaal bij de grensovergang
Zwartemeer-Schöninghsdorf (foto; Hans Fischer)
Verdwenen molen
Op de kaart is een kruis met letter M ingetekend. Hier heeft voor 1900
een molen gestaan! Aan de grens, een honderd meter ten noorden van
het kanaal. Jongere kaarten, van na 1900, tonen nog steeds deze molen.
Dit is fout. Voor 1900 is het al afgebroken.
Dat Hebelermeer een molen heeft, weten we. Eigenaar is Gerhard
Schröer, molenaar en ‘Schwarzbrot-bäkker’, roggebrood dus. 50 jaar
hebben ze naast de molen een winkel. ‘Wir hatten alles, nur kein frisches
Fleisch, dass hatten die Bauern selbst’, zegt Angela Schröer-Falke
(1928), echtgenote van de bakker. De replica van de molen staat op de
oorspronkelijke locatie tegenover het alsmaar uitdijende Gasthof
Robben bij de kerk in het centrum van het dorp. Maar een tweede molen
heeft gestaan pal op de landsgrens en net noordelijk van het ‘latere’ Van
Echtenskanaal.
Uit mondelinge overleveringen blijkt het bestaan van deze wind-
korenmolen. De eigenaar moet een Nederlander zijn geweest (noot 8). De naam is onbekend. Hij ziet hier mogelijkheden voor zijn
korenmolen. Zijn klanten zijn boeren uit Hebelermeer, Schöninghsdorf, Barger-Compascuum, Zwartemeer en zelfs Weiteveen, zo wordt
gezegd. Zij laten hun rogge en boekweit hier malen.
Hans Fischer (1951) uit Hebelermeer, wiens moeder Katharina Borgmann (1913-2006) nog
gespeeld heeft op de ruïneplaats van de voormalige molen, meent dat de molen aangedreven
wordt door waterkracht. Een aflopend watertje uit het Zwarte Meer, dat uitmondt in de Mersbach
en zijn loop heeft langs de molen, zet een rad in beweging. Hierop draaien de molenstenen van de
‘Grenzmühle’. Het watertje loopt een aantal tientallen meters ten zuiden van de Martelssloot en is
een natuurlijk riviertje. Dit in tegenstelling tot de Martelssloot, die gegraven is in opdracht van
Martels, de eigenaar van Schloss Dankern.
Als na 1890 het Van Echtenskanaal hier is gegraven loopt het Zwarte Meer leeg en valt het
watertje droog. De molen draait niet meer en wordt dan ook afgebroken, zo meent Hans.
Op 15-12-1897 meldt de lokale krant ‘Ems und Haseblätter’ de verkoop de ‘Back’sche
Colonieplaatz’ met woonhuis en windmolen, groot 6.69.93 hectare groot. De verkoop is op
maandag 20 december om 11 uur in de Robben’schen Wirtschaft. Helaas vermeldt de krant niet
wie de koper is.
In 2015 staat op deze locatie Grenspaal 160 XI. De paal ligt verscholen onder onkruid in de
grenssloot. Op de kaart van 1903-1911 wordt (verwarrend!) 160 VI geschreven.
Maria Backs-Bölle (foto; E. Leuschner-Heidotting)
2/6
Ga naar de volgende pagina