Over Katharina Borgmann Katharina Borgmann is op 9 oktober 1913 in Barger-Compascuum geboren. Volgens zoon Hans Fischer wonen zijn grootouders: Hendrik Borgmann (1876 BC-1965 Wmoor) en Helena Cramer (1879 Hmeer-1954 Wmoor) in Nederland aan de grens. Maar omdat hier slechts ‘moorwasser’ is, verhuist het stel in verband met de geboorte van Katharina voor een aantal weken naar de Runde, de ‘Rönne’. Hier is beter drinkwater. Mogelijk trekken ze in bij de ouders van Hendrik. Sinds 1865 woont in Barger-Compascuum op plaats 34, ten westen van de Schoolweg-zuid maar ten oosten van de Runde, het gezin van Hermann Heinrich Borgmann (1812 Altharen-1892 BC) en Anna Angela Wilken (1808 Lathen-1893 BC) en hun kinderen (noot 9). De kinderen zijn geboren in Wesuwe. De lokale krant ‘Ems und Haseblätter’ van 2 maart 1858 vermeldt ‘den Conours de Gläubiger des Krämers Hermann Heinrich Borgmann zu Wesuwe’. In dat jaar, 1858 wordt alle bezit van het paar verkocht. Zeven jaren later, in oktober 1865, pachten zij op Compascuum plaats 34, tien bunder met de verplichting er een woning op te bouwen. Waarschijnlijk blijft oudste zoon Johan Joseph (1841 We-1919 BC) op de oude stee wonen. Oude kaarten vermelden hier zijn naam. Hij trouwt in 1872 in Rütenbrock met Maria Catharina Reis (1845 Lindloh- 1910 BC). Hun oudste zoon Otto Borgmann (1873 BC-1931 BC) trouwt met Margaretha Muller (1878 Bveld-1967 BC). Zij wonen aan de grens, dichtbij Greve, Linnemann en Speller, in het noordelijke deel van het Hebelermeerse Compascuum. Hun zoon Heine woont nog lang met moeder op het bovenveen maar bouwt in 1955 nieuw ‘beneden’ op Limietweg 70 (noot 10). Tweede zoon Hendrik Borgmann trouwt in 1907 in Emmen met de Hebelermeerse Anna Helena Cramer. Zij zijn de ouders van Katharina en zij moeten ‘ergens’ aan de grens wonen, maar verhuizen in 1913 voor korte duur naar de Runde (Waar hebben ze gewoond?). Moeder Katharina vertelt Hans over haar leven. Ze gaat in Barger Compascuum naar de school (GS, de ‘grijze’ houten school aan de Postweg, noot 11). Het moeten de jaren voor 1918 zijn. Ze vertelt dat ze in de buurt van Hendrik Harms ‘Appel Hinnek’ bij grenspaal 162 woont en dat ze speelt op de ruïne van de voormalige molen. Wat is hier aan de hand? Hendrik Harms en Marie Heidotting komen pas in 1928 aan de grens te wonen, volgens dochter Sinie Tieben-Harms (1930). Bidprentje ‘Totenbildchen’ van Katharina Fischer-Borgmann (foto; Hans Fischer) Moeder Helena Cramer heeft heimwee. Ze komt van Hebelermeer, uit het huis Hebelermeer 29, vlakbij de huidige Gasthof Robben. Rond 1918 verhuist het gezin naar Wesuwermoor. Hier is broer Hermann in 1918 geboren. In Wesuwermoor wonen ze eerst in een plaggen keet op het bovenveen, een tweehonderd meter ten oosten van het Süd-Nord Kanal. In 1935 wordt aan dit kanaal een nieuwe stenen boerderij gebouwd, op dezelfde kavel op Hasenstrasse 2. Katharina krijgt omgang met Franz Fischer (1910 Hmeer-1978 Hmeer). Het stel komt te wonen op Hebelermeer 99 bij het oudere kinderloze echtpaar Johann Bernard Hake (1880 Hmeer-1946 Meppen) en Marie Adelheid Leisdon (1875 Hmeer-1956 Hmeer). Na hun overlijden erven Katharina en Franz de boerderij, het land in Duitsland en Nederland. De boerderij staat aan de ‘Pallards End’ niet ver van de Nederlandse grens, bij de grenspalen 161 en 162. Moeder vertelt Hans dat de molen een watermolen is. Een zijbeekje uit het Zwarte Meer drijft het rad aan, loopt door tot het Hebeler Meer en loopt als Mersbach verder. Zij moet hierover gehoord hebben. De molen is al voor 1900 afgebroken en ze is zelf geboren in 1913. Mullers Busch bij Grenspaal 161 Een honderd meter noordelijker van de gemeende locatie van de molen is een bosje met een huis. Op de grens ‘in de sloot’ staat Grenspaal 161. Oudere personen uit de buurt noemen het bos ‘Mullerken Busch’ of ‘Backs Busch’. Ze kennen het nog of hebben erover gehoord. In het huis woont Johann ‘Bernard’ Backs (1866 Meer-1944 Hmeer), in Hebelermeer bekend als ‘Backs Opa’, ‘Backs Muller’ of ‘Lutke Mullerken’. Hij is getrouwd met Maria Adelheid Bölle (1866 Meer-?Hmeer) en molenaar op de verdwenen molen. Van hem is bekend dat hij ten tijde van de Eerste Wereldoorlog de molen van bakker Schröer- in het centrum van het dorp- bedient en heel de buurt van meel en brood voorziet. Dochter Maria Adelheid Backs (1896-1972) trouwt in 1917 met de Zwartemeerder Jan Berend Heidotting (1895-1970). Het jonge paar woont bij haar ouders in het huis in het Mullers Busch. Hun dochter Elfriede Leuschner-Heidotting, nu woonachtig in Schöninghsdorf, is bekend met de verhalen over de molen, de grens en haar grootouders. Haar grootouders kennen elkaar van het grensgebied. Mogelijk werkt de ‘Hollander’ Berend Heidotting als jonge man al in Hebelermeer. Hij moet tijdens de Eerste Wereldoorlog onder Nederlandse wapenen, maar trouwt in 1917 in de katholieke kerk van Barger-Compascuum met Maria Adelheid Backs. Bewoners uit dit grensgebied behoren tot 1938 tot Barger- Compascuum en katholieken tot de St. Josephparochie daar. Na zijn diensttijd werkt Heidotting bij de boeren van Hebelermeer.  Bernard Backs met paard aan de teugel bij het huis in Mullerken Busch. Hij is molenaar op de grensmolen Links: Linker persoon (met blauw ingetekende kruis) is Berend Heidotting. Hij is soldaat in het Nederlandse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog Rechts: Maria Adelheid Backs (foto’s; E. Leuschner-Heidotting) Ketel aan een ketting en witbrood Sinie Tieben-Harms (1930) is dochter van Hendrik Harms en Marie Heidotting. Hendrik heeft als bijnaam ‘Appel Hinnek’. Ze wonen in Nederland schuin tegenover het Mullers Busch, aan de andere kant van de grenssloot op Grensweg 3. Ze heeft als kind het huis in het bos wel bezocht. ‘Het huis had een schouw met rookkanaal. De schouw liep door tot beneden de vloer. Daar kwam turf en heel veel hout in. Het vuur verwarmde het vertrek maar ook werd erop gekookt. Een ketel hing aan een ketting. Ik geloof dat ze veel stamppot aten’. De hiervoor genoemde Angela Schröer-Falke is geboren op Hebelermeer 117. Haar ouders zijn Geert Falke (1866 Meer-1934 Hmeer) ‘Pallard Geert’ en Maria Helena Gepken (1867 Boveld-1938 Hmeer). Zij hebben land in Nederland en als kind moet zij hier koeien hoeden. Ze vertelt dat ze soms de winkel van Willem Scholte of Cramer bezocht voor lekkere wit brood ‘Weissen Stuten’.    3/6   Ga naar de volgende pagina