De protestante school van Barger-Compascuum. De
foto is gemaakt in 1977. Theun van Zanden is dan
even terug in het dorp uit zijn jeugd en maakt
meerdere opnames
Oorlog
Dan dreigt de oorlog. Bij het huis van brugwachter De
Jonge is een mitrailleur geplaatst die door soldaten wordt
bediend. Eén ervan heet Lautenbach, herinnert Theun
zich. Op zondag 10 mei 1940 valt Duitsland Nederland
binnen. De Brug wordt opgeblazen. Iedereen moet naar
de hervormde kerk. Tinus Pragt brengt meerdere
buurkinderen met de bakfiets naar de kerk. Theun moet
aan de hand van Herman Pragt lopen. Nog voordat ze bij
hun bestemming zijn aangekomen vliegt de Brug al de
lucht in. Ze keren snel terug.
De voorkant van het café van Boerland is vernietigd. De
ramen bij Pragt- ook de grote winkelruit- zijn
gesneuveld. Het huis van Van Zanden heeft betrekkelijk
weinig scha. Vanaf de grens is een groep Duitse soldaten te paard de grens overgestoken. Bij Greve komen ze het land binnen en via de
zandweg komen ze aan bij de opgeblazen brug. Dan galopperen ze snel in zuidelijke richting.
Vader zit ook in het verzet. Zus Jo fietst regelmatig naar Zwartemeer, naar boer Hoving, die ten noorden van Scholte Albers woont aan de
westzijde van het kanaal. Jo heeft dan een lege linnen zak met een doos erin bij zich. Bij Hoving krijgt ze rogge en bonen in de zak om
vervolgens weer terug naar huis te fietsen. Jo is zich er niet bewust van dat ze in de doos soms een pistool vervoert. Eens wordt ze
gecontroleerd door Duitse soldaten. Ze heeft geluk. De doos is leeg. Geen pistool. Ook Hoving zit in het verzet en geeft onderduikers
onderdak.
Spelen
Het veld en de buurt zijn kaal, maar achter café Wilken is een opvallend stuk eikenbos. Theun noemt Wilken de fietsenkoning.
Waarschijnlijk bedoelt hij Geert Wilken. Geert Wilken moet wel veel gefietst hebben in die tijd.
Theun speelt in het veld in het gebied naar de grens. Aan het zandpad naar de Limietweg woont op het veen aan de noordkant ene familie
Hendrik Smit. Hier heeft Theun geen omgang mee. Aan de andere kant wonen twee families Wachtmeester. In het eerste huis woont zoon
Jannes Wachtmeester en in het tweede huis zoon Jan Wachtmeester, leeftijdgenoten van Theun. Hij mag niet in het huis van Jannes
Wachtmeester komen ‘zij hebben vlooien’. Ook de Wachtmeesters gaan naar de hervormde kerk en school (GS: Smit trouwens ook).
Het valt Theun op dat de Groninger schippers gehaast zijn en erg tekeer gaan. De schippers vervoeren met hun boten turf naar de fabrieken
of grote steden. Zij moeten dan door het Verlengde Oosterdiep, door Barger Compas. Soms gaat de Brug niet snel genoeg open. Op dat
moment krijgt de brugwachter een volle scheldpartij over zich heen. Bij het passeren van de Brug heeft de brugwachter een klomp aan de
lijn van een vishengel en doet de schipper een cent erin. Ook in latere jaren moet de Brug voor de nodige problemen gezorgd hebben bij het
open- en dichtgaan. Kennelijk is de reparatie na het opblazen ervan bij het begin van de oorlog nooit goed gelukt.
Schaatsen doen de Van Zanden’s ook. Zij schaatsen op ‘houtjes’ en rechtuit naar voren, terwijl de Groninger boeren juist in de breedte aan
het zwieren zijn.
Veel jongens zijn vrij in de winter. Werkloze mannen vermaken zich met ‘kaainbakkn’. Nu nog hoort Theun het typische ‘tjoeken’ van de
zelf gebikte stenen over het ijs.
Op een dag moet vader op de fiets naar Emmen om zijn loon te halen. Theun staat bij de Brug en wil mevrouw De Jonge helpen met het
openen ervan. Zijn rechter been raakt geklemd tussen brug en wal. Dokter Hoenders uit Zwartemeer komt dan met de motor om hem te
verzorgen.
Bij Pragt staat ook de brandweerpomp. Regelmatig breken aan het riviertje de Runde brandjes uit. Niet voor niets heet dit gebied het
Smeulveen en heeft ook de boerderij van Koopman, later Van der Wal en nu Berend Mencke de naam Smeulveen. Hier in het veen aan de
Runde smeult altijd het vuur ondergronds door. Als dan het vuur aan de oppervlakte komt breekt er echt brand uit. Pragt moet dan uitrukken
met zijn pomp.
Tegenover bakker Jonker (Verlengde Oosterdiep 111) ligt een zijwijk (wijk 28, nu woont hier Johan Lingenaar) en ten noorden hiervan is
een zandhoop. Oeverzwaluwen nestelen erin en kinderen uit de buurt proberen de nesten leeg te halen. In het kanaal ligt een turfschip
‘skûtsje’ uit Franeker. Het schip ligt hier tijdelijk om turf te laden. Twee kinderen van dit Friese gezin spelen ook in het zand. Ze heten
Fokke en Ike. Op een onverwacht moment geeft het meisje Ike Theun een zoen op de wang. Zomaar!
Het zijn armoedige tijden in Barger-Compascuum. Ooit heeft Theun zijn jas laten hangen in school. Dan is ook de jas verdwenen. Een
jongen van Jalving, die aan de noordkant van de school woont, heeft zijn jas meegenomen. Armoede.
‘Vader had dan wel vast werk maar ook vaste armoede’, zo noemt echtgenoot Jeanne het.
Theun krijgt op de Nederlands hervormde school les van juf Alie Minie Aten uit Emmer-Erfscheidenveen. Twee klassenfoto’s van de eerste
en tweede klas zijn er uit die tijd. Juffrouw Aten verhuist later naar Indonesië.
Zijn vriend is Jans Visser, zoon van de vervener Visser uit Barger-Compascuum. Jans ontmoet hij ook weer op het Lyceum-gymnasium in
Emmen. Jans wordt later dominee. Schuin tegenover de school woont ene boerenfamilie Koopman. Dochter Trui kent hij van school. Deze
familie emigreert later. In de boerderij- met bijnaam Smeulveen- komt nadien een familie Van der Wal, nu Berend Mencke.
Barger Compas is Gronings en Zwartemeer meer Drents. Barger Compas zegt ‘bain’n’ en ‘aine’ en Zwartemeer ‘bien’n’ en ‘iene’. De
taalgrens ligt tussen ‘Bokke’ Geert Langes (Verlengde Oosterdiep oz 205) in het noorden en Bé Prins in het zuiden, meent Theun.
In Zwartemeer gaat Theun naar de
‘School met den Bijbel Zwartemeer’.
Hij staat op de laatste rij, helemaal
links. Voorlaatste rij, helemaal links is
meester Jonker en in het midden staat
(met snor) meester Schipper. Links
achter meester Schipper staat met
zeeltjes Titi Hoeksema en derde rij,
zesde meisje van links en eveneens met
zeeltjes is haar zus Renie Hoeksema.
2/4
Ga naar de volgende pagina