Ten westen van Santing; 5167 brugwachtershuis van Frans Kuik, 1614 nu slagerij Grouwe, eerder slager Heine Kuik en groenteman Jan
Slagter en electro Ben Gustin. Waarschijnlijk met pand van Hartman met schuin erachter zijn houtstek. 1216 is de openbare school met
meestershuis. Ernaast is Conen, eerder hulppostkantoor van Hendrik Smit. Tussen Smit en meestershuis liep de Runde, zegt mw Van Veen-
Smit, dochter (zie noot 6). 1692 Harm Santing en 1691 is bakker Jans Vos.
18. Afbeelding van de meesterswoning van de openbare lagere
school aan het Van Echtenskanaal zz, nu Eemslandweg.
Waarschijnlijk zijn het de bewoners die voor het huis poseren. Ik
schat de foto rond 1910. Links de school en het pand van
Hartman (houtstek?), later fietsenmaker Brüning. Naderhand is
de school een instructiebad (alle kinderen van Zwartemeer en
Barger-Compascuum hebben hier zwemles gehad van
badmeester Valke). Nu staan hier woningen (foto; Roelof
Boelens)
Noot 1. Dr. J. Visscher schrijft in 1940 erover in zijn ‘Emmen en
Zuidoost Drente’. ‘Een geografische monografie’ is de bijtiteling.
Blz. 114; Omstreeks 1860 vestigden zich kolonisten langs het
veenbeekje de Runde. Langs den (oude taal) linker en rechter rand
van het Rundedal waren eerst veenwegen aangelegd. Aan beide
zijden van deze wegen verrezen woningen der kolonisten……
Langs de Runde, die haar oorsprong had in het Zwartemeer,
drongen deze kolonisten nog iets verder zuidelijker door en
vestigden zich ook langs den met gras begroeiden westkant van het
Zwartemeer. De eerste kolonisten, die zich langs dit meer vestigden, kwamen uit Barger-Compascuum. Resten van den ouden veenweg, die
juist langs den westkant van het meer liep, waren in 1928 nog waar te nemen, terwijl enkele jaren geleden hier en daar een berkenboschje nog
aan de vroegere standplaats van een boerderijtje herinnerde.
Tot zover Jan Visscher in 1940.
Noot 2. Afbeelding 3. Detail van de kaart Compascuum +/- 1880-1900 is opgenomen in de Collectie Broer Berens op de website van Pauline
Berens. De kaart is van de hand van haar vader J.B. (Broer) Berens. De streek ten noorden van het latere Van Echtenskanaal behoorde tot het
Compascuum. Berens situeert helemaal in het zuiden en ten westen van de Runde ‘Vos l. Santing’. Ook beschrijft hij de familie Santing en een
familie Vos in zijn map over families uit Barger-Compascuum 1873-1900 (Berens, 2010). Santing is koopman, winkelier en caféhouder.
Mogelijk wordt met Vos de persoon Roelof Vos (1855-1938) bedoeld. Hij komt van Smilde, zijn oudste kinderen zijn geboren in Nieuw
Amsterdam, de jongsten, na 1889 in Zwartemeer. Van beroep is hij evenals Hindrik Santing winkelier-caféhouder. Was de winkel en café een
gezamenlijke onderneming? Mogelijk bouwt deze familie rond 1900 ook het pand dat later Café Santing is en komt bakker Jans Vos uit deze
familie. Hij, Jans Vos verplaatst later zijn bakkerij naar Eemslandweg 42, het huis aan de Klazienaveenkant van het monumentale pand van
Santing (Herman Gerth). Of betreft het een andere familie Vos?
In ‘Land op de schop’, blz 34 op de kaart 12 ‘Plaatseigenaren van het Veenschap Barger-Compascuum-grens rond 1932’ wordt als eigenaar
van plaats 1332 met woning J. Vos Rzn genoemd.
Noot 3. Berens noemt de volgende namen: H.H. Scholte Albers, J. Wübben, G.H. Lubbers, Luttel, Klingenberg-Lubbers, Groenewold, A. van
der Spoel, A. Smit, J.G. Fischer, J.A. Ameln, H.Jos. Robben, Peters-Broekman, J.H. Gebbeken, B. Schoo, J.K. Heine, A. en H. Heidotting, C.
Schulting, Meiering, Vos l en Santing.
Willem Arling (1936-2008) schijft op zijn bekende kaart, opgetekend in 1971, nog Einhaus, Jan Niezing, Duinkerken, Posthuma, Arling, Bok
Geert Langes, Snieder Bernard, Hahnen Wilm Specken, Joop Borgman en Stoet Anne Smeman (Steenhuis, 145 jaar Bargercompascuum, blz.
30-33).
Mans Bergsma (1919) noemt nog meer familienamen; Karssing, Bergsma, Knol, Egbers, Ringewöle, Doldersum, De Groot, Berens (Douzn)
en Bruinsma (zie Steenhuis, Land op de schop, blz 71, hoofdstuk 8. De streek achter de Klaas de Langesluis).
De latere caféhouder Albert Smit en postkantoorhouder Hendrik Smit zijn zonen van Albert Smit en Anna van der Spoel.
Noot 4. JB. Kuis schrijft in 1973 zijn ‘Honderd jaar St. Josefparochie Barger-Compascuum 1873-1973’. In zijn jaartallenoverzicht vanaf
pagina 10 noemt hij: 1917. De weg naar Klazienaveen naar grens bestraat. 1921. Het Verlengde Oosterdiep is gereed. 1923. De weg langs het
Verlengde Oosterdiep wordt bestraat. 1952. Feestelijke heropening van de 61/2 meter brede asfaltweg langs het Verlengde Oosterdiep (31
juni). 1955. Op 2 september wordt de verharding van de Limietweg feestelijk gevierd (GS, waarschijnlijk die van de Barrièreweg ook).
Noot 5. Zie ook afb. 16. Jan Visscher, afkomstig uit Nieuw Amsterdam, schrijft in 1931 zijn academische proefschrift ‘ter verkrijging van den
graad van doctor in de wis- en natuurkunde’ aan de universiteit van Utrecht ‘Das Hochmoor von Südost-Drente’. Op blz. 77 is een Skizze von
Zwarte Meer und Umgebung weergegeven. Een pad komt ten zuiden van het meer vanuit Duitsland en maakt een ruime boog over de
westrand van het meer in noordelijke richting. Hier gaat de weg, nabij het meer, over de westoever van de Runde verder in noordelijke
richting.
Geert Duinkerken (1924) kan zich herinneren dat in de tijd dat hij de christelijke lagere school aan het Van Echtenskanaal nz bezoekt een pad
loopt ten westen van de Runde in noordelijke richting. De weg heeft de naam de Dreef. Dit zegt Duinkerken in 2013 als hij geïnterviewd
wordt over de inrichting en bewoning van de streek aan de Westra’s wijk (Steenhuis, Land op de schop, blz. 183).
Bekend is dat op de oostoever van de Runde een pad (Schoolweg) over het bovenveen liep naar het toenmalige centrum van het noordelijker
gelegen Barger-Compascuum. Waarschijnlijk heeft deze weg aansluiting op de weg over de eerste houten brug over het Van Echtenskanaal. De
Runde wordt dan dus ergens overgestoken. Willem Arling plaatst een brug over de Runde bij de huizen van Scholte Albers, Duinkerken en
Postuma. Maar hij tekent geen weg aan de westkant van het riviertje naar het Van Echtenskanaal (Steenhuis, 145 jaar Bargercompascuum, blz.
30-33).
Vanaf 1868 staat in het oude centrum van Barger-Compascuum op de kruising van de Schoolweg (anderen noemen Veenweg) met de Postweg
behalve het café van Jan Berend Wilken en het kerkje ook een houten openbare school. Deze heeft gestaan tegenover de huidige schuurkerk in
het Veenpark achter de huizen aan de Postweg 72 (Heidotting) en ernaast 68 (Joop Suelmann) (Steenhuis, Land op de schop, blz. 42).
Ook kinderen uit Zwartemeer bezoeken in de jaren tot 1897 deze school. Op de lijst van schoolgaande kinderen die de openbare lagere school
in Barger-Compascuum bezoeken en opgemaakt door meester H. de Vries in 1894 staan de namen van Harm, Albert, Dientje en Jacob Santing
(zie Collectie Broer Berens). In 1897 is de school in Klazienaveen gereed en gaan de kinderen uit Zwartemeer hier naar toe. De afstand was
even groot maar de weg beter begaanbaar. In 1905 wordt de eerste openbare school in Zwartemeer ingericht. Het gebouw staat aan het Van
Echtenskanaal zz en doet tot 1959 dienst. Dan is het een gymzaal en instructiebad (Van Dijk, 2001, zie ook afb. 18).
Noot 6. Tussen het huis van Moorlag-Adema op nummer 26 en Germs op 25 is de latere monding van het riviertje de Runde in het Van
Echtenskanaal. Een stuw op de noordwal van het kanaal herinnert aan deze waterverbinding (zie afb. 6). Officieel ging de Runde onder het
kanaal door. Maar waar?
Herman Lubbers interviewde voor ‘Zwartemeer, 125 jaar jong’ mw van Veen-Smit, de dochter van postkantoorhouder Hendrik Smit. Zij kan
zich de Runde nog herinneren. Het was een smalle sloot dat liep tussen het huis van schoolhoofd Temme en het postkantoor op nummer 45.
Nu is hier de transportfirma Conen gevestigd.
Van Dijk (2001) laat op blz. 11, foto 8 het pand van G. Hartman zien. Op 20 februari 1906 begint de eigenaar (uit Dedemsvaart) een
kruidenierswinkel met manufacturen en later met houtstek. Een advertentie uit die tijd moet vermeld hebben dat het pand aan de rivier de
Runde stond naast de openbare lagere school. Na een brand bouwt Brüning op deze plek zijn smederij ‘smit Bruning’ en fietsenwinkel.
Echter in hetzelfde boek spreekt de schrijver zich tegen. Op blz. 6 wordt een plattegrond van het huidige Zwartemeer weergegeven met op de
achtergrond de contouren van het Zwarte Meer van 1886 en van 1902. De Runde komt vanuit het noorden, gaat op de scheiding van het land
van Germs en Moorlag in zuidwaartse richting. Achter de boerderij van Moorlag maakt het water een boog in oostelijke richting, kruist de
Zuidervaart net boven de monding ervan in het Van Echtenskanaal, loopt achter de Nederlands hervormde kerk en buigt dan af in zuidwaartse
richting. Vervolgens gaat het onder het Van Echtenskanaal door en vindt nog voor de Dorpshuiswijk zijn aansluiting in het meer. Hoe was het
nu echt? Of spreken we over verschillende periodes, andere jaren?
(Zie ook Casparie, 2008 en Raven, 2010)
6/8
Ga naar de volgende pagina