- Joan. Hij is in 1810 in Neuversen geboren. Hij overlijdt in Nederland ‘im Holländischen’ en trouwt drie keer. Eerst in 1835 in Wesuwe met Anna Helena Brockmann (1808 Meer-1846 Meer), dan met Maria Adelheid Leisdon (1802 Meer-1875 Valtherveen) en in 1876 in Odoorn met Wemellina Meijering (1837 Emmen-1926 Sellingerbeetse). Joan’s zoon Johann Henrich (1841 Meer-1880 Valthermond) huwt in 1869 in Twist met Maria Catharina Wevers (1842 Neuringe-1910 EC). Zij zijn de ouders van Hermann Heinrich Hölscher, die in 1849 trouwt met Wilhelmina Catharina Stuurman, weduwe Bos en die door Roef Feringa HH Holscher ‘Pot Hinnerk’ genoemd wordt, zie RF-10. - Johann Hermann (1813 Gr Fullen). Hij trouwt in 1838 in Wesuwe met Maria Anna Hugo. - Jacob, geboren in 1815 in Gross Fullen. Hij trouwt in 1859 met Maria Margaretha Brockmann (1820 Meer-1867 Meer). - Anna Margaretha (1818 Wesuwe-1841 Meer). - Bernard Henrich (1821 Wesuwe-1894 BC). In 1844 is hij in Wesuwe getrouwd met Maria Adelheid Falke (1821 Rtwist- 1903 BC). Zij zijn direct bij Hebelermeer de grens overgestoken en wonen in Nederland-Zwartemeer pal aan de grens in de buurt van de beide grenspalen 161 en 162 en de Martelssloot. Zij vormen een grote schare Hölscher-kinderen die zich over de grensregio uitspreidt. Dochter Anna Margaretha trouwt met Joseph Speller, zie 30, Maria Elisabeth met de kanaalgraver Lambert Peters, Anna Helena met Bernard Georg Kuhl. Dit zijn de voorouders van de familie Kuhl op Grensweg 1 en van de familie Kühl aan Barrièreweg 10, beide in Zwartemeer. Maria Gesina met Johan Koert, Maria Catharina met Johann Hermann Robben en later Johann Hermann Wessels en jongste dochter Maria Tecla met de molenaar Johan Heinrich Hüsers (zie RF-13). Zoon Bernard Heinrich trouwt met Anna Aleida Blom en zij wonen aan de Limietweg-zuid bij Willem Scholte en de houten school. Zoon Johann Bernard is bekend om zijn klompenmaken. Eerst trouwt hij met Maria Elisabeth Zaan en in 1893 met Maria Adelheid Pranger (zie: http://www.achterdebreedesloot.nl/emmer_compascuum_p3.htm) - Joseph, in 1823 geboren, trouwt in 1849 met Maria Gertrud Decker (1818 Schwberg-1851 Meer) - Christina, in 1824  in Wesuwe. Ze trouwt in 1852 in Dalen met Rudolf Hermannus Lammers. - Theodor (1826 Versen- 1871 Hmeer). Hij trouwt in 1869 in Wesuwe met Maria Elisabeth Falke (1823 Meer-1895 Hmeer). Lemmermann noemt als zigeunergezinnen Hölscher, Hugo, Backs, Evers, Köhne, Kessens, Schomaker, Klöne, Eilers, Wendeln, Rast, Lindemann, Classen en Nortmann. In groepen trekken deze mensen door het Emsland, zonder vaste verblijfplaats. Ze leven van bedelen, scharen- en messenslijpen, handel in én repareren van potten en pannen ‘ketellappers’. Velen van hen hebben een opvallend donkere huid, zwarte haren en bruine ogen. Ze hebben hun eigen cultuur en gewoontes. Nergens zijn ze welkom en gewenst. Kinderen uit deze families trouwen met elkaar, zodat ze eng met elkaar verweven blijven. En hiermee hun cultuur niet open. Het zijn families die in de loop der jaren naar de randen van het Duitse bewoonde wereld zijn gedreven. Uiteindelijk vinden ze hun vaste woonplaatsen in het uiterste westen van het Emsland, linksemsisch dus ten westen van de Ems. Het armoedige veengebied dat grenst aan het Bourtanger Moeras en Nederland: Twist en Hebelermeer. Vandaaruit migreren veel gezinnen rond 1860-1870 naar de Drentse Zuidoosthoek. Noot 15. Herman Berken en Lies Hüsers verhuizen rond 1925 naar Limburg, Voerendaal, naar de mijnen. Mogelijk wonen ze tot dan toe in het ouderlijke huis van Herman, in het huis van Olde Barke, zie RF-13. In 1919 zijn ze getrouwd in Emmen. In Barger Compas worden de oudste kinderen Thecla/Thea (1916-2009), Lies (1920-1968) en Hendrik (1924-1944) geboren. Hans (1925-1938), Marietje (1926-?) en Marie (1930- 2012) in Voerendaal. Lenie (1931) en Annie (1934) in Heerlen. Het gezin komt in april van 1937 terug. Moeder is dan zwanger van jongste dochter Catrien. Twee maanden erop wordt ze geboren. Het gezin woont dan in één van de huizen in het overgangsgebied van de Limietweg naar de Zwartenbergerweg. Het noodlot slaat toe in 1938. Tiener zoon Hans raakt bij het oversteken van een draaibrug over de Steenhuiswijk te water en verdrinkt. Kort erop verhuizen ze naar tegenover, naar het huis, houten barak van Rieks Nieman en tante Lene Berken. In 1941 wordt jongste zoon Hans in dit huis geboren, aldus dochter Catrien. Als in de winter van 1941 de huizen in De Stikker gereed zijn, verhuist de familie naar De Stikker 12, het hoekhuis met de Torenstraat. Ze wonen in een helft van een dubbele woning. Naast hen woont de familie Simon Huigen. Vader Herman wordt in 1942 te werk gesteld bij de Duitse spoorwegen. Hij is daar in de kost, samen met meer Nederlandse jongens. Hij wordt ziek en komt in het ziekenhuis. Tussen kerst en nieuwjaar wil hij naar huis. Hij is door de ziekte verzwakt maar pakt toch zijn koffers. Op het station moet hij op een onoplettend moment onder een trein gekomen zijn. Hij overlijdt. Het is dan 28 december 1938. In Hannover wordt hij begraven en later herbegraven op het Nederlandse ereveld, deel van het Friefhof a/d Seelhorst in dezelfde stad. Als de oorlog afgelopen is trouwt Lies Hüsers in juni 1945 met Pieter Alkema (1906 BC-1995 BC). Lies staat mooi op de foto in ‘Barger Compas 150 jaar op dreef’, blz 41. Maar ook Pieter als vrijwilliger in het Veenmuseum bij de groep Stoppeldansers op blz 84. Lies Hüsers is dochter van Johann Heinrich Hüsers (1845 Hmeer-1918 Zmeer) en Maria Thecla Hölscher (1864 Hmeer-1906 Zmeer). Hij kent het molenaarsvak en is molenaar op de molen van Roswinkel, Nw Dordrecht en Barger-Compascuum. Hij wordt ‘Muller Hendrik’ genoemd en verhuist later naar Zwartemeer. Hij trouwt eerst met Anna Elisabeth Exel (1854 Altenberge-1892 Zmeer). Dit huwelijk is niet door de Burgerlijke Stand erkend. De kinderen heten Exel. Is hij ook nog molenaar geweest op de molen van Hebelermeer bij de grens? In 1893 trouwt hij in Emmen met Maria Thecla Hölscher. Thecla is jongste dochter van Bernard Heinrich Hölscher (1821Wesuwe-1894 BC) en Maria Adelheid Falke (1821 Twist-1903 BC?) en zus van klompenmaker Aole Berend Hölscher, Hinnek Holscher die woont bij Willem Scholte, Lene Hölscher, getrouwd met Bernard Georg Kuhl, woonachtig aan de Grensweg 1, Lies Hölscher, getrouwd met Lambert Herman Peters, ouders van iemker Harm Peters, en Griet Hölscher, getrouwd met Joseph Speller van de Oude Zwarteweg 3. Meerdere kinderen wonen aan de Nederlandse kant in het grensgebied tussen Zwartemeer en Hebelermeer, bij Grenspaal 161 en 162. Als Lies 11 jaar is overlijdt moeder en zorgt zij voor het gezin. Ze heeft een broer en twee zussen, zo zegt Catrien Berken. Anno 2016 komt de naam Hüsers veel voor in de Duitse grensdorpen Haren, Rütenbrock, Fehndorf, Wesuwe, Hebelermeer en Schöninghsdorf en de Nederlandse grensdorpen Emmer-Compascuum, Barger-Compascuum, Zwartemeer en Klazienaveen. In de meeste gevallen is er verwantschap. Noot 16. Ibeltje Kuipers (1897 Odoorn-1965 EC) is in 1897 in Odoorn geboren. Ze trouwt in 1926 met Bernard Robben (1895 Odorp-1967 EC), die in 1895 in Oranjedorp is geboren. Bernard heeft als bijnaam ‘Buul’ Berend. Hij is zoon van Bernard Heinrich Robben (1850 Lindloh- 1914 Emmen) en Aaffien Moes (1854-1919) en kleinzoon van Johann Heinrich Robben en Anna Catharina Wester. Aaffien Moes is dochter van Willem Moes (1822 Smilde-1875 Nw Adam) en Jantje, Jantien, Jans Buil Brouwer (1820 Leek-1891 Boveld). Buil verklaart mogelijk de bijnaam Bernard ‘Buul’ Berend. Bernard Heinrich Robben en Aaffien Moes trouwen in 1892 in Emmen. Aaffien bevalt in 1877 van zoon Willem en in 1890 van dochter Helena (1890-1918). De kinderen hebben als achternaam Moes. De moeder was dus niet wettelijk getrouwd. In 1893 wordt Aaffien Robben (1893-1962) geboren. Zij trouwt in 1925 in Klazienaveen met Willem Jagt. Als laatste kind is bekend Bernard Robben, ‘onze’ Buul Berend Robben. Hij trouwt met Ibeltje Kuipers. Lange tijd wonen zij in het Hebelermeerse Compascuum, zie: http://achterdebreedesloot.nl/145-jaar- bc/09.pdf. Later wonen zij in het Zwartenberger Compascuum. In 1967 overlijdt Bernard Robben. Hij is aangesloten bij de grote begrafenisvereniging van Barger-Compascuum en Stiene Kiers legt hem af, volgens ooggetuigen uit die tijd. Ibeltje Kuipers is een zachtaardige vrouw, wordt gezegd. Er wordt wel veel alcohol genuttigd. Opvallend is ook dat zij niet fietst maar vaak bij haar dochter achterop zit. Vermoedelijk heeft deze familie Bernard Heinrich Robben en Aaffien Moes ook nog gewoond achter de Breede Sloot in de buurt van Borgmann en Greve. Aan de grens, daar waar de verlengde Postweg de Limietweg kruist. Broer Berens meent dit. Mans Egbers tekent hier op zijn kaart een familie Moes. Mans is neef van Jentina Egbers, getrouwd met Johannes Robben (1909 Emmen-1996 Zmeer), oudste zoon van Willem Robben en Grietje de Vries (1888 Emmen-1966 Klveen). Hij weet het uit eerste hand. Ook meent dit Leendert Robben (1929), die ik rond 2010 op dagzorg Heerendordt te Nieuw Dordrecht gesproken heb. Hij is jongste zoon van Willem Robben en Grietje de Vries. ‘Mijn jongste jeugd was aan de Breede Sloot in Barger-Compascuum en als twee jarige jongen zijn mijn ouders verhuisd naar een nieuw huurhuis aan de Kloostermanswijk wz 26 in Klazienaveen’, zo zegt hij. Tot op het laatst is hij hier blijven wonen. Bijzonder aan Leendert is dat hij in Meppen, Duitsland is geboren. Broer Berens noemt als bewoners van Zwartenberg nog: Jannink Johann Bernard Jannink (1866 Twist-Fehndorf) en Elisabeth Schulting (1872 BC- Fehndorf) hebben rond 1890 een tijd in Barger- Compascuum gewoond, later ook in Emmer-Compascuum aan de Bredesloot. Zij trouwen in 1890 hier. Ze zijn van de Bredesloot naar Fehndorf verhuisd, waar rond de Eerste Wereldoorlog de vervening begint. Het verhaal gaat dat tijdens de Eerste Wereldoorlog de hele familie aan TBC is gestorven, op de oudste dochter na. Zij, Anna Helena Janning (1891-1979 BC)) trouwt in 1911 met Rudolf Heijnen (1890 Wmond- 1979 BC). Nadat dit echtpaar enkele jaren in Limburg is geweest, krijgt Heijnen werk als voorman in de vervening in Barger-Compascuum. Hij koopt twee hemen aan het Verlengde Oosterdiep. Hier bouwen ze in 1939 hun huis op Verlengde Oosterdiep oz 82. Naast hen op nummer 83 bouwt later schoonzoon meester E. van Vliet (1908-1979), onderwijzer aan de St. Theresiaschool en getrouwd met Anna Elisabeth Heijnen (1915-1986). Kemper Op 23-4-1907 overlijdt Johann Hermann Kemper. Hij woont dan op het Zwartenberger Compascuum. Hij trouwt twee keer. Zijn eerste vrouw is Adelheid Blanke (1830) ze overlijdt in 1859. Dan trouwt hij met Margaretha Koop (1831) uit Niederlangen. Ze wonen eerst in Dankern. Later aan de Schoolweg-noord op plaats 26, daar waar nadien Zwake, Gerard Lubbers en Minne Veringa wonen. Via de Maatschappij komt Kemper te wonen aan de grens. Bij hen verblijft Anna Maria Kemper-Felix, geboren in 1795 in Altharen. Zij overlijdt in 1869. Margaretha Kemper-Koops overlijdt in 1895. Mogelijk is de ondergrond van de woning in het Schwartenberger Compascuum eigendom van Johann Heinrich Teiken, woonachtig in Schwartenberg en getrouwd met de tweede dochter van Kemper, Anna Angela (1855). 14/14   Ga terug naar het begin