Skip to main content

Noten/Anmerkungen

  1. Maarten Luther is een Duits protestante theoloog en reformator. Hij leefde in het voormalige Oost Duitsland. Hij was geboren als katholiek in 1483 en overleden als protestant in 1546.
  2. Herman Posthumus, Op zoek naar grenspalen (Assen 2010), pg. 7.
  3. Roelof Schuiling, Handleiding behorende bij ‘Wandplaat XVII Vervening in Emmer-Compascuum’ uit de serie Nederlandsche Landschappen (Groningen 1918).
  4. Erwin H. Karel, Grenzen in Drenthe (Assen 2000), pg. 3.
  5. Bauer Heinrich Blanke, Emsländische Moorkoloniën im Kreise Meppen (Osnabrück 1938), pg. 11.
  6. Dr. Jan Visscher, Emmen en Zuidoost Drente (Utrecht 1940), pg. 37.
  7. HJ Versfelt. Toegang tot het Noorden 1 Nieuwe Drentse Volksalmanak (NDVA) 2012, pg. 51-96.
  8. Het is elk jaar op 28 augustus groot feest in de stad Groningen. Dan wordt feestelijk herdacht dat Bernard van Galen de stad niet heeft kunnen veroveren, ondanks de vele bommen die hij op de stad afvuurde. Groningen viert dit feit met een grote kermis op de Grote Markt en alle kroegen gaan tot diep in de nacht open. Het is een mooie gelegenheid voor de vele nieuwe studenten om kennis te maken met deze studentenstad in het noorden.
  9. Er heerst grote onrust in grote delen van Europa in de eerste helft van de 17de eeuw. Een machtsstrijd is gaande tussen de grote mogendheden van het continent: Frankrijk, Spanje, Oostenrijk, Bohemen, Denemarken, Münster en Zweden. Ook wordt er hevig gestreden om het geloof, de religie. Het oude geloof het katholicisme is tanende en het protestantisme komt op. Deze oorlogen, tussen soldatentroepen van de verschillende landen, worden uitgevochten op het platteland van Noordwest Duitsland. De legers doorkruisen het platteland en gaan plunderend, brand stichtend, moordend en rovend door de dorpen en de streek. Deze, voor de lokale bevolking uitputtende strijd, krijgt de naam Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Een oorlog die de laatste dertig jaar betekent van een in geheel Europa uitgevochten Tachtigjarige Oorlog. Met het einde ervan komt betrekkelijke rust in dit deel van Europa. Uiteindelijk vallen er twaalf miljoen slachtoffers en betreft het een groot aantal landen. Dick Harrison spreekt op de site Historiek.net van de allereerste wereldoorlog. https://historiek.net/de-dertigjarige-oorlog-1618-1648-de-allereerste-wereldoorlog/80052. Echt rustig is het nooit geweest. Zo is er weer opleving van strijd in genoemd gebied tijdens de Zevenjarige oorlog (1756-1763). (GS: Heinz Menke (1935 Rütenmoor-2016 Rütenbrock) zei me dat deze Zevenjarige oorlog voor veel Duitsers van het zand de aanleiding is om te verhuizen naar de koloniën aan de westgrens van het Münsterland).
    Kennelijk waren de machtsverhoudingen in West-Europa nog niet definitief bepaald. Het platteland van Noordwest Duitsland heeft erg geleden onder de verschillende oorlogen. Armoede, pest en hongersnood valt het land ten deel. Zie ook Dr. Christof Spannhoff ‘Unruhige Zeiten im Tecklenburger Land’ in het blad USE Landlüü 2023/4, pg. 20-28. Dit zorgt ervoor dat het volk op ‘drift’ ging. Naar Amerika, naar de grotere steden, en eind achttiende eeuw naar de nieuwe koloniën ten westen van de Eems.
  10. Bernd Robben/Helmut Lensing, Wenn der Bauer pfeift, dann müssen die Heuerleute kommen (Haselünne 2014).
  11. Bisschop Maximilian Franz is Maximilian Frans van Oostenrijk (1756 Wenen-1801 Wenen). Hij is aartsbisschop van Oostenrijk, van 1780 tot 1801 grootmeester van de Duitse Orde en van 1784 tot 1801 aartsbisschop van Keulen en bisschop van Münster (wikipedia).
  12. J.B. Diepenbrock, Geschichte des vormaligen münsterschen Amtes Meppen oder des jetzigen hannoverischen Herzogthums Arenberg-Meppen (Münster 1838), pg. 591.
    Johann Bernard Diepenbrock (1796 Everswinkel bei Warendorf-1884 Lingen) is geboren in Everswinkel-Warendorf dat ligt ten oosten van Münster. In Münster studeert hij filosofie en theologie. In 1819 krijgt hij in Meppen een aanstelling als pedagoog en wordt ook datzelfde jaar tot katholiek priester gewijd. Tot 1845 blijft hij leraar aan het gymnasium in Meppen. In zijn leven gaat hij strijd aan tegen de drankzucht onder de bevolking. Vanaf 1830 doet hij historisch onderzoek van Meppen en omgeving. Hij valt op door zijn diepgaande bronnenonderzoek en begrijpelijke schrijfstijl. In 1838 verschijnt het 786 pagina’s tellende, hiervoor genoemde standaardwerk over Meppen en omgeving. Na 1845 wordt hij priester in Quakenbrück en nog later in Lingen. Daar doet hij onder andere geestelijke begeleiding van gevangenen, organiseert een kleuterschool voor kinderen van spoorwegpersoneel en is oprichter van het Bonifatiusziekenhuis. Hij blijft zich inzetten voor de geestelijke gezondheid van zijn medeburgers, ook in de tijd dat het land overgenomen wordt door het niet katholieke Pruisen. Hij valt op door zijn grote inzet voor anderen en bescheidenheid. Tijdens zijn 50 jarige priesterjubileum in 1869 verleent de filosofische faculteit van Münster hem de eredoctoraat titel. Nagenoeg alle regionale geschiedschrijvers over het Emsland vinden in zijn werk een belangrijke bron. Zie ook het bestand op deze website Het grensgebied in boeken en publicaties N/D.
  13. Gregor G. Santel ‘Hesepertwist en Rühlertwist’ in Horst. H. Bechluft, 200 Jahre Moorkolonien Twist (Twist  1986), pg. 21-28. Santel geeft aan dat het om een persoonsverwisseling gaat. Deze Hermann Eilers moet zijn Gerd Bekel (1745 Dalum-1795 Klein Hesepe), die inwoont in het ouderlijk gezin van zijn echtgenoot Anna Maria Eilers (1738 Gross Hesepe-1911 Picardie). Nadat hun onderkomen een aantal keren geruimd was in de zomer van 1780 zijn zij de eerst genoemde kolonisten die zich in juli 1784 vestigen in Hesepertwist. De naam Bekel komt veel voor in de beide dorpen Hesepe.
  14. J.B. Diepenbrock, zie 12, pg. 593.
  15. Wim Visscher in Kroniek september 2008, pg. 28.
  16. Horst Bechtluft, ‘Der alte ‘Twist’ zwischen Drenthe und Emsland. Zur Geschichte eines besonderen Grenzgebietes in den Jahren von 1556 bis 1824’ in Emsländische Geschichte 16, 2009, pg. 111-125.
  17. Van Zwartenberg wordt gericht op de olmen. Waarschijnlijk gaat het om bomen op de provinciegrens, daar waar nu fietspad de Rütenbrocker Markenweg ligt. Bekend onder de lokale bevolking is dat aan beide kanten van deze weg, van eerder Wortelboer/Wösten naar Rütenbrock, dikke hoge bomen (olmen zijn iepen) stonden.
  18. Meester Gerrits zegt op ’t Haarhuys. Ook de Semslinie was gericht op ’t Huis ter Haar. In het document Extract uit het Generaal-Proces-Verbaal van het Abornement der Grensscheiding tusschen de Koninkrijken der Nederlanden en Hanover uit 1825 staat geschreven ‘Van den steen aan het Monnike Moor (GS: oude nummer 5) loopt de grens in regte lijn op den Toren van het Klooster Ter Apel, naar den ouden grenssteen nö 6’. Dus op de toren van het klooster van Ter Apel en niet op ’t Huis ter Haar. Kijken we op de kaart dan is de lijn vanaf de provinciegrens op Barnflair onmiskenbaar gericht op de toren van het klooster van Ter Apel.
  19. Vanaf GP 162 gaat de grens in een kleine correctie naar het westen recht in noordelijke richting, zo vertelde Herman Posthumus mij en is ook te lezen in het in noot 18 aangehaalde document uit 1825. Op Google Maps is deze afwijking niet te zien.
  20. Christof Haverkamp ‘Das Meppener Grenztractat von 1824’ in Emsland Jahrbuch (EJB) 2012, pg. 39.
  21. Horst H. Bechtluft Die Historie vom Twist (Meppen/Ems 1977), pg. 75.
  22. Zie publicatie in de Provinciale Drentsche en Asser Courant (PDAC) van 4 januari 1933 en nogmaals door Gerard Kolker in de Kroniek van juli 2002. In de publicatie in de Kroniek staat op pg 3. ‘Twintig jaar later echter, den 11 oktober 1784, werd te Münster een geheim traktaat gesloten, dat van het vorige geheel afweek en oorzaak werd van jarenlange geschillen.[…]. Van de marke van Roswinkel werd een gedeelte, ter grootte van omstreeks 475 bunder, aan de Münstersche gemeenten Altharen, Ober- en Niederlangen in vollen eigendom gegeven.[…]. De ingezetenden van Roswinkel werden voor de onteigening van hun gronden schadeloos gesteld en ontvingen een bedrag in evenredigheid van de toenmalige waarde van de gronden’. Wie heeft de Roswinkelers betaald? De Nederlandse overheid, de Duitse of beide, of de Duitse boeren? Niet duidelijk.
  23. Christof Haverkamp ‘Das Meppener Grenztraktat von 1824’ in EJB 2012, pg. 44
  24. Bauer Heinrich Blanke, Emsländische Moorkoloniën im Kreise Meppen (Osnabrück 1938), pg. 38. Een vierup is een oppervlakte van 25 stappen bij 100 stappen, geschat een kwart hectare grond.
  25. De telling is van 1824. Op dat moment is het naburige Duitsland deel van het koninkrijk Hannover. Hannover begint bij Losser en daar staat Grenspaal 1. In noordelijke richting wordt omhoog genummerd. De oude Steen 1 bij Nieuw Schoonebeek wordt Grenspaal 156. De nummering loopt door tot 203 op de Dollarddijk.
  26. Wel mogen gebouwen opgericht worden die aan de landbouw gelinkt zijn. Er mag geen beroep in uitgeoefend worden, behalve smid, kleermaker, meubelmaker of timmerman en soortgelijke bedrijven, waarmee geen handel verbonden is, mits van beide kanten een vergunning is afgegeven. De gebouwen mogen niet op de grens staan en de loop van de grens moet steeds duidelijk zichtbaar zijn. Om te voorkomen dat er sluikhandel ontstaat mag per gezin aan sterke drank (meer dan 50 % alcohol) een halve liter (Nederlandse kan) in voorraad zijn, aan minder sterke drank (beneden 50 % alcohol) een liter per ziel, kinderen beneden 18 jaar niet meegeteld en aan wijn 3 liter. Verder mag aan voorraad in het huis zijn, per ziel 1 kilogram zeep, zout en suiker en per gezin 1 kilogram thee.
  27. Na de Tweede Wereldoorlog houdt de Nederlandse regering zich hier niet aan. Ze doet een beroep op artikel 3 van het Besluit Vijandelijk Vermogen van 20 oktober 1944. Waarmee de landerijen, die de traktaatboeren van Neurhede, Schwartenberg, Lindloh, Rütenbrock en Hebelermeer in Nederland hebben liggen, met het inwerking treden van dit besluit van rechtswege in eigendom overgaan aan de Staat der Nederlanden. Het Münsterscheveld komt (deels) in Nederlands bezit en wordt niet teruggegeven. Dit zet tot op vandaag nog kwaad bloed. De boeren van Hebelermeer kopen hun eigen grond in Nederland terug, nadat direct na de oorlog vanuit Nederland geen interesse is voor de grond. ‘Er groeide alleen bente en rusken en er was geen hoofdkanaal om op Nederlandse wijze de grond af te graven’ hoorde ik een Nederlandse boer zeggen.
  28. De weg in Hebelermeer dwars op de grens in oostelijke richting heet de Meinteweg. Sinds eind 2023 staat dit bord hier. De naamgeving is interessant. Links, vanaf de grens gezien, van de weg liggen de plaatsen die behoren tot de boerderijen van de noordelijker gelegen Hebelermeer (strasse). Dit zijn de verdeelde plaatsen. Rechts ervan liggen de plaatsen die vroeger een soort van gemeenschappelijk markegebied was. Dit zijn de onverdeelde plaatsen. Deze lopen door tot de snelweg A37 en toen deze er nog niet lag, tot het Hoogeveen Kanal. Boeren van Hebelermeer lieten hier hun schapen grazen. Gemeenschappelijk bezit, een ander woord hiervoor is het mooie oude woord ‘Meinte’. Hier is ons woord gemeente weer van afgeleid.
  29. Grenspaal 164 staat daar waar de akkers van de Lindloher boeren eindigen. Een weg staat hier haaks op. Deze weg scheidt de noordelijker gelegen verdeelde akkers van de zuidelijker gelegen onverdeelde akkers. Laatst genoemde akkers zullen eerder gemeenschappelijk gebruikte markegronden geweest zijn. Zie de analogie met de weg in Hebelermeer, beschreven in noot 28. Daar waar de gezamenlijke schaapskudde daags zijn ronde deed. Ook deze weg had de naam Meinteweg kunnen hebben.
  30. R. Roelfs is Rudolf Rolfes uit het geslacht Jürgengeels. Zij zijn ‘ver terug’ mijn voorouders aan moeders kant.
  31. F.A. ‘Anton’ Dijck. Nooit uitgegeven document ‘Feitelijkheden langs de grens in 1861’, geschreven als voorbereiding op ‘Feitelijkheden aan onze oostelijke grenzen’, NDVA, 1978.
  32. Gerard Steenhuis, Land op de schop, (Barger-Compascuum 2013), pg. 17.
  33. Herman Posthumus, Grenspaal 160-I in Waardeel 3, 2002, pg. 13.
  34. B.J. Finke, ‘De stichting van de schansen in Zuidoost-Drenthe’ in Kroniek december 2014 pg. 16-25.
  35. Dr. Jan Visscher, Emmen en Zuidoost-Drente (Utrecht 1940), pg. 42. De Unie van Utrecht is het verbond van de zeven provincies die in 1579 gesloten is en de basis is van het ontstaan van Nederland. Het zijn de provincies Groningen, Friesland, Holland, Zeeland, Utrecht (inclusief Drenthe), Gelre en Overijssel
  36. H.J. Versfelt. Toegang tot het Noorden 1 NDVA 2012, pg. 56.
  37. Idem.
  38. Dr. Jan Visscher, Emmen en Zuidoost-Drente (Utrecht 1940), pg. 42.
  39. H.J. Versfelt. Toegang tot het Noorden 1 NDVA 2012, pg. 52.
  40. Broer Berens, Barger-Compascuüm (Nijmegen, 2012) https://fjmblom.home.xs4all.nl/berens_bargercompascuum_ISBN_978-94-6190-818-6.pdf
  41. Dr. Jan Visscher, Emmen en Zuidoost-Drente (Utrecht 1940), pg. 42.
  42. Jaartallen uit de drie boekjes van H.T. Buiskool, Zuidoost-Drente op weg naar een nieuwe toekomst I, II en III (Assen 1950, 1953 en 1956).
  43. Veel in het nieuws anno 2025 zijn de volgende thema’s: Oekraïne, stikstofoverschot, de wolf, migratie, woningbouw en invoerbelasting.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Leave a Reply