Skip to main content

Pagina 8

Elf tussenpalen in het Bargerveen
Sinds 1866 valt het Duitse deel onder Pruisen. Het land stelt een driejarig zware dienstplicht in. De officier van Justitie van Drenthe voorziet moeilijkheden. Hij schrijft in september 1866 de burgemeesters van Coevorden, Dalen en Emmen aan. ‘Nu door de ontbinding van den Duitschen Bond het Cartel van 10 Febr. 1831 heeft opgehouden van kracht te zijn (GS: Hannover is geannexeerd door Pruisen), behoort te worden gewaakt dat onze grensprovinciën niet een toevluchtsoord worden van Pruisische dienstpligtigen, die zich aan de krijgsdienst wenschen te onttrekken’. Naar aanleiding van een schrijven van de minister van Justitie staat hij erop dat er streng toezicht wordt gehouden. ‘Vooral behoort te worden gezorgd dat dergelijke vreemdelingen zich niet op de grenzen vestigen’. De officier wenst op de hoogte te worden gehouden als Pruisische beambten ‘op ons grondgebied deserteurs komen opsporen. Waar dit mogt plaatsvinden zal ik daarvan steeds gaarne onmiddellijk worden onderrigt’.

Pruisen verhoogt de invoerrechten (ook een politiek punt in 2025) en hierdoor wordt het smokkelen interessanter. In de eerste jaren jenever en zout naar Nederland en tabak en koffie naar Duitsland. Mede daardoor raakt aan beide kanten van de grens de streek tussen Schöninghsdorf en Zwartemeer bewoond. Op 11 mei 1878 stuurt Gedeputeerde Staten van Drenthe aan B en W van Emmen een verzoek tot informatie. Het is Gedeputeerde Staten ten gehore gekomen dat in het Ambt Meppen tegenover de gemeente Emmen sedert de laatste vier jaren verscheidene woningen zouden zijn gebouwd, onmiddellijk langs de grens, en binnen de afstand van 376 meter, zonder vergunning. Op de plaats staat een bord met de naam ‘Schöninghsdorf’ erop. Naast opgave van de plaats en aantal aan de kant van Pruisen, vragen de Staten ook om informatie over de situatie aan Nederlandse kant ‘welke woningen zijn er gesticht in de gemeente Emmen op minder dan 376 meter van de grens, tusschen de Martelsgracht en de grens der gemeente Dalen’. Ook heeft de schrijver nog een hint ‘Wil de opneming maar doen in burgerkleeding en kom na afloop direct naar Emmen, waar gij dan den nacht blijven kunt. Zeer vroeg te gaan zal wenschelijk zijn wegens den veenrook (GS: boekweitland branden). ’t Beste zal zijn dat gij den vorigen dag naar Compascuum gaat en daar den nacht blijft’.

13. Grenspaal 160-I (foto: GS)

De grens wordt van beide kanten gecontroleerd. Grensbewakers zijn bewapend en gebruiken als ertoe aanleiding is ook het geweer. Zij mogen, of het nu Nederlandse douaniers zijn of Pruisische Zöllner, in het buitenland niet schieten. Kennis van de loop van de exacte grens is dus essentieel. Van paal 160 tot 161 is het acht kilometer. Daartussen plaatst men in 1902 elf tussenpalen. Omdat de ondergrond, hier in het latere Bargerveen, zeer drassig is worden de stenen voorzien van een stevige fundering. De grensstenen bestaan uit vier eiken palen, tot diep in de grond geslagen, daarop liggen in het vierkant bielsen, daar bovenop metselt men met rode Groninger baksteen een stevige stenen voet. Uiteindelijk steekt een ingemetselde Bentheimer zandstenen paal er bovenuit. Aan Nederlandse kant staat geschreven N en aan Pruisische kant P. Grenspaal 160-I heeft een monumentale status33. Zie afbeelding 13. Je kan je afvragen hoe deze zware palen hier in het drassige veen geplaatst zijn. Naderhand worden meer tussenpalen geplaatst.

Münster contra de Republiek
Dr. Michael Haverkamp (1957), directeur van het Emsland Moormuseum in Geeste-Hesepe, schrijft over de vastlegging van de grens in de jaren halverwege de 18de eeuw. Zie Binnenkolonisierung, Moorkultivierung und Torfwirtschaft im Emsland unter besonderer Berücksichtigung des südlichen Bourtanger Moores-Entwicklungslinien und Forschungsstand (Hannover 2011), pg. 261. De bisschop van Munster sticht 14 koloniën in het markegebied van de zanddorpen op de westoever van de Ems. Dit markegebied ligt in westelijke richting, in de richting van de Republiek. Hiermee zet de Bisschop een teken dat het gaat om land dat toebehoort aan Münster. De Münsteranen zijn alert en zien dat kanalen vanuit Groningen: het Stadskanaal én vanuit Overijssel: de Dedems- en Hoogeveensevaart in de richting van hun westgrens gegraven worden.  De nieuwe koloniën krijgen, zoals hiervoor geschreven, namen die verwijzen naar hun moederdorpen. De bisschop geeft geen ruimte aan twijfel. Nog een signaal van Münster is de stichting van de kolonie Schwartenberg pal aan de grens en kilometers lang evenwijdig eraan, van Munnekemoer tot aan de Schwartenberg. De huizen en boerderijen van de zeventien kolonieplaatsen (Plaatze 37 tot en met 54) van Schwartenberg staan op nog geen vijftig meter vanaf de grens aan de Schwartenberger Strasse. Wonen doen de kolonisten op Münsterse grond, daar betalen ze ook belasting, maar hun akkers liggen achter hun hoeves, naast elkaar, op grond van de Republiek tot soms over de Runde.

14. Grenspaal 165 op de Zwartenberg (foto: GS)

 

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Leave a Reply