Skip to main content

Pagina 2

Bourtanger Moeras
We hebben het over het Bourtanger Moeras. Het moeras, ook Bourtangerveen genoemd, dat ontstaan is na de laatste ijstijd vanaf ongeveer tienduizend jaar geleden. Het klimaat in dit deel van Europa wordt op dat moment warmer, er valt meer regen en het grondwaterpeil stijgt. In de vallei tussen de Hondsrug in het westen en de Hümmling in het oosten vormt zich veen. Verantwoordelijk voor deze aangroei is het veenmosplantje (sphagnum). De natuurlijke bodem- en klimaatomstandigheden zijn optimaal voor dit plantje. Sphagnum wortelt zich niet in de ondergrond maar voedt zich met regenwater en stoffen uit de lucht. Er ontstaat een natte, zure en zuurstofloze omgeving, waarbij afgestorven plantenresten nauwelijks verteren. Veenmossen sterven van onderen af en maken aan de bovenkant in natte en nevelig-vochtige omstandigheden nieuw geelgroen blad aan. Ze groeien dicht opeen in tapijten of kussens en zuigen zich vol met water. Veenmossen zijn in staat tot veertig maal hun eigen gewicht aan water vast te houden. Roelof Schuiling3 legt in 1918 een en ander uit. Doordat in het Atlantische kustgebied van de Noord-Duitse Laagvlakte het klimaat bepaald wordt door langdurige bewolking, neerslag, dauw, mist en nevel groeit juist in dat gebied het veenmosplantje welig. Hij wijst erop dat vooral nevel de ideale omstandigheid creëert voor aangroei van sphagnum. Niet voor niets liggen, rond 1900, van de Zuiderzee (nu IJsselmeer) tot aan de Elbe grote en uitgebreide moerassen en hoogvenen.

Kaart 2. Het Bourtanger Moeras (wikipedia)

Kaart 2. Het Bourtanger Moeras (wikipedia)

Het Bourtanger Moeras heeft de vorm van een grote V, zie kaart 2. Een grote V, waarbij de inkt in de onderste punt van de V is uitgelopen. Het diepste, meest zuidelijke punt ligt bij het Duitse Bentheim-Lingen. Hier verdwijnt de harde steenonderlaag vanuit het zuidoostelijk gelegen centaal Duitse Hoogland in de diepte. De linker poot behelst het oerstroomdal van de Hunze die doorloopt tot aan de stad Groningen en in het westen begrensd wordt door de Drentse Hondsrug. De rechter poot wordt gevormd door het stroomdal van de rivier de Eems die noordelijk eindigt daar waar Oost Friesland overgaat in de Dollard. Een uitgestrekt gebied dat wel honderdduizend hectare groot is. Het grootste deel ligt in Nederland, het andere deel in Duitsland. In de middeleeuwen vormt de strook tussen Twist en Dollard landschappelijk gezien een eenheid4. Moeras, te nat om te betreden, te droog om te bevaren. Aan de randen wonen nog mensen, verder is het onbewoond en nagenoeg ontoegankelijk. Maar door de erfenis van Karel de Grote zien we dwars door het moeras een scheiding lopen. In het oosten geldt tot Napoleon, rond 1803, de macht van de bisschop van Münster en in het westen, tot het einde van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), die van de bisschop van Utrecht. In 1815 bepaalt het Wener Congres dat de grens tussen het koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Hannover door het Bourtanger Moeras loopt. Over het algemeen maakt niemand zich druk over de precieze loop van de grensscheiding. Geen klager, geen rechter.

Het land is overgelaten aan de natuur. Moerasvogels hebben het natte land in bezit genomen. Kievieten, ganzen, zwanen, ooievaren, reigers en eenden vinden er hun foerage en broedplaats. Slangen, adders, salamanders, bunzingen, wezels en otters hebben alle ruimte. Op de drogere stukken leven vossen en hazen, schrijft Blanke5. Roelof Schuiling noemt korhoen, das, heihagedis, heikikker, knoflookpad en hermelijn, maar ook goudplevier, wulp, watersnip, tureluur, grutto, kemphaan, meerkoet en waterhoentje. Jan Visscher6 meent dat hazen, konijnen en patrijzen (akkerhoen) het voornaamste jachtwild vormen. De Drentse patrijs, veenhaas en veenadder verschillen van hun soortgenoten doordat ze als aanpassing aan de zwarte veenbodem iets donkerder van kleur zijn. Grotere hoefdieren komen er niet voor, daarvoor is de ondergrond te onvast en te sompig. Zelfs voor de jacht is het veen geen geschikt gebied. En wil de jager toch het moeras in dan moet hij trippen onderdoen of zware hoge laarzen (stevels). Van de insecten komt de nachtpauwoogvlinder er veel voor, naast de grote geel-zwart gestreepte zijdevlieg en bij de veenputten waterjuffers. Aldus Jan Visscher. Mogelijk leefde de wolf er, eveneens een politiek onderwerp in 202543.

2. De eerste en de laatste steen aan de oostgrens van de gemeente Emmen met Duitsland. Van Twist- Nieuw Schoonebeek in het zuiden tot Rütenbrock-Ter Apel in het noorden. Links is Steen 1, nu Grenspaal 156 (foto: Horst Heinrich Bechtluft in EL-Koerier am Sonntag, 1 august 2021. Rechts is de vervanger van Steen 5, nu Grenspaal 168 (foto: GS)

Natuurlijke verdedigingslinie
In de middeleeuwen en gedurende de Tachtigjarige Oorlog vormt het Bourtanger Moeras een natuurlijke verdedigingslinie tussen het huidige Nederland en Duitsland. Er heerst welvaart in het landje aan de Noordzee. Steden, liggend aan de monding van de grote rivieren, ontwikkelen zich tot stapelplaatsen en handelscentra. De Nederlanders, altijd al gewend te leven óp en mét de zee, bevaren de grote wereldzeeën. Zij stichten in 1602 de VOC en in 1621 de WIC. Ze halen per schip goederen uit oost en west, brengen het naar de Hollandse handelssteden, van waaruit over de rivieren het achterland: Nederland, Duitsland, België bediend wordt. Handel is geld verdienen. Rijkdom is macht. De Nederlanders zijn trots op wat ze zijn. Liberaal en eigenzinnig, ze laten zich niets zeggen. Ook op het gebied van geloof varen ze hun eigen koers. Ze wijzen de Spaanse katholieke koning Philips de Tweede de deur. Niet de paus die zetelt in het verre Italië wordt gevolgd. De Nederlanders volgen de lijn van Luther en Calvijn. Het protestantisme viert hoogtij in de Lage Landen. Het land stapt, na de Tachtigjarige Oorlog, uit het Heilige Roomse Duitse keizerrijk en voor het eerst in Europa wordt een republiek gesticht. De buurlanden; Engeland, Frankrijk en ook meerdere Duitse staten, zien met jaloerse ogen de welvaart in het trotse Nederland. Het liefst willen ze het landje onder hun macht scharen. Het land invallen over de zee is kansloos. De zee aan de west- en noordkust vormt een natuurlijke begrenzing. Ook heeft de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in die tijd een machtige zeevloot. De rivieren in het zuiden vormen een natuurlijke barrière. Nee, echt kwetsbaar is het land aan zijn oostgrens. In het noorden, ten oosten van het Fries-Groningerland, Westerwolde, Drenthe en Overijssel ligt het Bourtanger Moeras. Het scheidt de noordelijke Nederlanden van hun Duitse oosterburen. Op twee plaatsen is de moeraslinie doorgankelijk: in het noorden bij Bourtange en zuidelijker bij Coevorden. Maar het moeras kent meer zwakke plekken. De Nederlanden; de Republiek versterkt deze linie met de aanleg van schansen: Oude Schans, Fort Bourtange, Emmer Schans, de stad Coevorden wordt omgebouwd tot vesting en de Ommerschans7. Ook legt men leidijken aan om het moeraswater vast te houden.

Het moeras heet onbegaanbaar en ontoegankelijk, maar in werkelijkheid is dit niet het geval. Na het einde van de Tachtigjarige Oorlog raakt de linie in verval en nog geen dertig jaar later (1665 en Rampjaar 1672) neemt de Münsterse Bisschop Christoph Bernard van Galen een weg door de linie om de stad Groningen te belegeren. De Stadjers verdedigen met succes hun stad en de bisschop, die de naam ‘Bommen Berend’8 krijgt, trekt zich zonder overwinning terug. Voor de Republiek is het Bourtanger Moeras van essentieel belang als natuurlijke verdedigingslinie.

Roep om boerenland
Aan de oostkant van het Bourtanger Moeras spelen andere zaken. Het land van de bisschop van Münster verkeert in grote armoede9 én is overbevolkt. Er is een groeiende groep arme bezitloze arbeiders, huurders, heuerleute die op zoek is naar grond om een boerenexistentie op te bouwen. De oudste zoon kan blijven op de ouderlijke boerderij, hij erft de boerderij. Ongetrouwde zussen (Magd) of broers (Onkel) werken als huishoudster of knecht op dezelfde boerderij. Ze kunnen bij het eten aanschuiven, hebben ’s avonds een plek rondom het haardvuur en in de nacht een slaapplaats onder het dak. Een enkele broer of zus vindt woonruimte in één van de huurhuizen die bij de boerderij staan. Soms is dit een schuurruimte of bakhuis die omgebouwd is tot woonruimte. De man is huurder, ‘heuermann’, hij bewerkt voor zichzelf een aantal hectares grond, maar bovenal is hij én zijn vrouw én kinderen in dienst bij de oudste broer. ‘Als die fluit moet hij komen’10. Andere broers en zussen vinden op andere boerderijen een partner. Vaak is er sprake van uithuwelijken. Om de armoede te ontlopen gaan jongens in de zomermaanden op pad naar Holland om er te werken als grasmaaier, veengraver of turfsteker. Weer andere Hollandgängers trekken verder om in één van de grote steden aan de Nederlandse westkust werk te vinden in de haven, als visser of zelfs in de walvisvaart. Enkelen vestigen zich (definitief) als zelfstandige en beginnen een bedrijf: kledingzaak, galanterie, café of hotel. Toen al was migratie aan de orde. Migratie zoals in 2025 bovenaan op de politieke agenda staat43. Eerst probeert de bisschop van Münster de boeren van de ten oosten van de Eems gelegen zanddorpen op de Hümmling, in het Osnabrücker- en Lingenerland te bewegen een deel van hun markegebied af te staan. Dit stuit op erg veel weerstand. Geen enkele boer wil zijn heide- en veengronden in ‘het veld’ afstaan. Dit extensief gebruikt weideland is nodig om het aantal schapen op peil te houden. Schapen die zorgen voor de broodnodige mest. Dan valt het oog van bisschop Maximilian Franz11 op de tot nu toe ontoegankelijke streek in het uiterste westen van zijn bisdom. Daar waar ‘ergens verderop’ de grens met Nederland is, op de overgang van het zand naar het moerasgebied. Altijd dacht men dat bewoning van dit natte moerasoppervlakte onmogelijk was. De meningen worden herzien.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Leave a Reply