Pagina 5
341 plaatsen in 14 dorpen
In 1788 worden veertien kolonies gesticht. De beide luitenanten Hermann Flensberg en Conrad Bartel doen de landmetingen, ze kennen de streek. Ze meten de plaatsen uit en helpen bij het toewijzen van de plaatsen. Om de plaatsen wordt door de nieuwkomers, de kolonisten geloot. 14 dorpen, 341 plaatsen, in totaal 12.589 vierup24 grond. Het Münsters grensgebied, tegenover Emmen, krijgt zijn eerste dorpen en bevolking. De nieuwe dorpen worden genoemd naar hun oorspronkelijke moederdorpen. Zoals Neudersum, Neurhede, Neuversen en Neuwesuwe (later Hebelermeer genoemd), zodat de Nederlanden toch echt begrijpen dat dit om Münsters grondgebied gaat. Na de Franse tijd, dus na 1815, behoort het gebied tot het koninkrijk Hannover. Het fenomeen tol/zoll doet zijn intrede. Personen en goederen mogen niet zomaar de grens over. Soms moet invoerbelasting43 betaald worden. De omstandigheden zijn veranderd en nieuwe regels zijn nodig.

6. De grens passeert de Europaweg tussen Twist en Nieuw Schoonebeek. De eerste boerderijen aan Duitse kant zijn van de familie Roling op adres Zitterdell 2 en Lögering op 4. Aan de andere kant van de straat staat Grenspaal 159 (foto: GS)
Dat drie broers uit een Harener schippersfamilie Tholen elk een kolonieplaats aan de grens toegewezen kregen, twee naast elkaar op Schwartenberg en tien jaar later één bij het Hebeler meer, kan niet berusten op toeval. De toewijzing van de verschillende plaatsen vanaf 1788 was in opdracht van de bisschop van Münster in handen van een commissie, ondersteund door de beide luitenanten Flensberg en Conrad (Blanke p.38). Beide laatsten hebben de kavels uitgemeten, uitgezet en ook geholpen bij de toewijzingen aan de betreffende kolonisten. Geschreven werd dat het toewijzen gebeurde op basis van verloting. In geval van de drie jongens Tholen lijkt me dit niet het geval. De familie Tholen moet er bij deze commissie op aangedrongen hebben dat zij juist eigenaar zouden worden van de kavels aan de grens, aan de veenwegen vanuit Nederland. De natuurlijke omstandigheden om daar te wonen en om daar een boerenbedrijf te beginnen was optimaal. Niet voor niets gingen de beide veenwegen, de Veenweg naar Schwartenberg en de Veenweg naar Colonie Hebeler Meer, hierlangs. De grond was goed begaanbaar en Schwartenberg was een zandhoogte, met droge ondergrond zodat daar goed een huis-boerderij gebouwd kon worden. In Hebelermeer ging de veenweg ook over het hoogste land uit de omtrek. De noordelijke oever van het meer was ruim een meter hoger dan de zuidelijke oever en het land rondom. Daarnaast hadden de jongens Tholen een zakelijk argument om deze plaatsen te willen bezetten. Ze wilden daar een Wirtschaft-Schenklokaal beginnen. Dit moeten ze in hun achterhoofd gehad hebben.
Tractaat van Meppen
Uiteindelijk in 1824 schrijven beide landen het Traktaat van Meppen, een reglement dat tot de dag van vandaag opgaat. In principe blijft de grenslijn van 1764/1784 de scheidslijn. Tussen Twist en Nieuw Schoonebeek wordt deze aangepast waarbij de Hanneken Boo Duits blijft en de Hekmans Boo Nederlands. Het gemeenschappelijk gebruikte weidegebied in de Twist wordt verdeeld over de verschillende gebruikers. En een groot aantal nieuwe palen krijgt een plek. De dertien reeds eerder geplaatste grenspalen worden opgenomen in de nieuwe veel uitgebreidere serie. Men maakt onderscheid tussen hoofdpalen en tussenpalen. Tussenpalen worden daar geplaatst waar de afstand tussen de hoofdpalen te groot is. De palen van 1824 zijn eveneens van Bentheimer zandsteen, maar hebben geen dikke kop. De hoofdpalen krijgen de inscriptie Ao 1824, zie afbeelding 2. Alle palen, ook die van 1784, krijgen de inscriptie H voor Hannover en N voor Nederland. Ze worden doorlopend genummerd25. Later zijn metalen schildjes geplaatst op de zuidkant van de palen en geven het nummer weer.
Nieuw is dat op een afstand van 376 meter (is 100 Rijnlandse roede) vanaf de grens aan beide kanten niet gebouwd mag worden, zie afbeelding 7. In een traktaat tussen beide landen van 1868 laat men deze eis deels los26. Ook wordt geregeld dat de afwatering die eigenlijk natuurlijk naar het westen gaat (Ruiten Aa) zijn loop moet krijgen in oostelijke richting. Dus afwateren op de Eems. En de regel wordt gesteld dat bezit dat eenmaal toegekend is aan een eigenaar, onafhankelijk of het bezit in eigen land staat of in het buurland, in handen blijft van deze eigenaar27.

7. Artikel 5 van het Traktaat van Meppen waarin wordt beschreven dat binnen 376 Nederlandse ellen en 7 palmen (dus iets meer dan 376 meter) beide kanten van de grens niet mag worden bebouwd (bron: Herman Posthumus)