Pagina 9
Conclusie. Wie komt er het beste uit de strijd?
Op de Ubbenbargh staat de grenssteen, dit lijkt historisch rechtvaardig. Zuidelijk is de grens getrokken vanaf een aan het Duitse Twist grenzend punt van de Schoonebeeker Aa. Dit lijkt het midden te zijn van de eis van de Nederlanden (: richten op Wietmarschen) en die van Munster (: de Runde of de Aa). Het grootste deel van de Martelssloot, met erin de sluis, komt in Nederlandse handen. Dit punt op de Martelssloot ligt op de rechte lijn vanaf de Twist in noordelijke richting naar Zwartenberg. Vanaf de Zwartenberg, GP 165 maakt de grenslijn een kleine hoek naar het oosten en niet een haakse bocht in de richting van de Runde. Dit is in 1764 voor de boeren van Langen en Altharen een tegenvaller. Zij dachten dat de grens bij de Runde lag. Ze meenden hier historisch aanspraak op te kunnen maken, en gezien de geschiedenis niet geheel onterecht. Nederland krijgt hier zijn zin. Waarom gaan de Münsterse onderhandelaars hier overstag? Hebben ze dan toch haast? Wil de bisschop het onderhandelingsproces niet vertragen en snel overgaan tot uitgave van nieuwe percelen voor de kolonisten? Als we verder naar het noorden kijken, moeten de landmeters uitkomen bij Bourtange. Een hoekige en bochtige grenslijn is moeilijk te controleren door grenswachters. Dit kan een reden zijn om de grens vanaf Zwartenberg rechtdoor met een lange boog naar het noorden te trekken. Tot dan toe heeft Nederland het niet slecht gedaan.

15. Grenspaal 166 achter het huis aan de Schwartenberger Strasse 62 (foto: GS)
Maar helemaal lekker zit het toch niet in de tijd tussen 1764 en 1784. Er blijven onenigheden. In een ‘geheim’ traktaat van 11 oktober 1784 staan de Roswinkeler boeren hun Munsterscheveld af aan Munsterse boeren. Deze grond wordt privaat bezit van de boeren van Nieder- en Oberlangen en van Altharen. De Republiek levert toch weer grond in. Dit houdt ruim honderdvijftig jaar aan. De Tweede Wereldoorlog maakt hier een eind aan. In 1944 besluit de Nederlandse Staat Duits vermogen in Nederland te confisqueren. Aan de Schwartenberger Strasse in Duitsland en Hoofdkanaal in Nederland wordt hier nog vaak over gesproken.
Noordelijker is er een kleine correctie tot Barnflair, verder noordelijk wijkt de lijn nog meer naar het oosten uit. Dit om de plaats Bourtange binnen grondgebied van de Republiek te houden.
Wat is er gebeurd met het moeras?
De militaire overheid van de Nederlanden streeft er eeuwen naar de moeraslinie aan de buitenkant van het rijk intact te houden en waar nodig deze met schansen te versterken. In september en oktober 1665 helpt de lokale bevolking uit meerdere Zuidoost Drentse kerspelen bij het aanleggen en versterken van de plaatselijke schansen34. Het mag niet baten. In 1665 en in het Rampjaar, 1672 weten de soldaten van de vorstbisschop van Galen het moeras te passeren. In de jaren erna eist de Unie van Utrecht dat de moerassige toestand van de oostelijke grenslijn bestendigd is. Pas dan mogen de provincies Gelre, Utrecht (inclusief Drenthe) en Overijssel, als vijfde, zesde en zevende provincie, opnieuw toetreden tot de Republiek35. In 1687 en 1688 leggen soldaten, om te voorkomen dat het moeraswater wegloopt, van Hasselt tot in Westerwolde, een dubbel stelsel van leidijken aan in een lengte van 226 kilometer36.
De strategische rol van het moeras als natuurlijke verdedigingslinie neemt in latere jaren alleen maar af. Aan de randen van het moeras neemt van beide kanten de bewoning toe. Boeren uit de omringende dorpen trekken het moeras in, graven rivierbeddingen uit, kanaliseren beekjes, slechten zanddammen en leidijken zodat het moeraswater in beweging komt en wegvloeit. Zij willen land voor hun boekweitteelt en weideland voor hun vee. Het land wordt droger, klinkt in en uit het natte moeras ontstaat een verland veenlandschap. Veen dat als het maar droog genoeg is, geschikt is voor boekweitteelt en weide. De Nederlandse overheid verbiedt de lokale bevolking de leidijken door te steken en de venen te gebruiken voor boekweitteelt, maar ziet met de tijd in dat deze beoogde natte grenslinie zijn verdedigende functie voor het land verliest. Midden achttiende eeuw wordt op basis van gewijzigde inzichten in een deel van het gebied toestemming gegeven boekweit te verbouwen37. In de grensconvenant van 1784 wordt een bepaling opgenomen dat het verboden is aan beide kanten van de grens vaste zandwegen aan te leggen38. Uit 1841 geldt het verbod aan Hebelermeerse boeren om op ‘t Compascuum nieuw boekweitland aan te maken. Zie afbeelding 10, Bekanntmachung. In de negentiende eeuw heft men de verdedigingslinie op39. Er geldt tot nu toe in de grensregio een verbod op ‘Woningen met stookplaatsen’, maar bij verhuur van boekweitgrond in 1864 in Compascuum wordt bedongen dat de plaats voor 1 mei 1865 wordt bewoond40. In een traktaat afgesloten in 1868 met Pruisen worden de belemmeringen voor de ontwikkeling van het gebied opgeheven41.
Een ommekeer is zichtbaar. Het natte moeras wordt toegankelijk en bewoonbaar gebied. Het zijn vooral boekweitboeren uit het Emsland die zich in het Nederlandse grensgebied permanent vestigen. Vijftig jaar tot ruim een eeuw na de stichting in 1788 van de veertien koloniën aan de Duitse kant ontstaan de dorpen aan de Nederlandse kant van de grens: Nieuw Schoonebeek en de Maten rond 1815, Barger-Compascuum in 1866, Zwartemeer in 1871, Münsterscheveld in 1875, Emmer-Compascuum in 1879 en Weiteveen begin 20ste eeuw42. De bevolking is voor het merendeel oorspronkelijk Duits.
Het Nederlandse argument om het moeras nat te houden ter voorkoming van invallen uit het oosten, wordt in Duitsland, onder mijn geschiedenisvrienden niet gezien. Ook de Nederlandse politiek om de Martelssloot in eigen handen te krijgen, is nieuw voor hen.