Pagina 6
De linie, zie kaart 1
De situatie sinds 1824 is als volgt. De oostgrens van het koninkrijk der Nederlanden met het koninkrijk Hannover, dus tussen het huidige Nederland en Duitsland, begint daar waar bij Nieuw Schoonebeek de Nieuwe Sloot afwatert in het Schoonebeeker Diep. De uit 1784 daterende Steen 1 staat op dit meest zuidelijke punt en krijgt het nieuwe nummer Grenspaal (GP) 156, zie afbeelding 2. Dit is het zuidelijke drielandenpunt. Bijzonder; de steen heeft ongeveer vijfentwintig jaar de voortuin van een huis in Meppen gesierd. Sinds 2005 staat ze weer op haar oude plek. Dan gaat de grens een drietal kilometers met dezelfde sloot in noordoostelijke richting. Hier staat tot 2006 de oude Steen 2, die in dat jaar een plek krijgt in het Moormuseum in Gross Hesepe. Nu staat hier GP 157. De lijn gaat kort in noordelijke richting, GP 158, en dan enkele tientallen meter naar het westen. Hier zijn we aangekomen op de kruising van de grens met de latere Europaweg, GP 159, zie afbeelding 6. Twintig kilometer trekt de grens in noordwaartse richting, naar de Zwartenberg, zie afbeelding 14. 360 meter noordelijker van GP 159, op de overgang van de voormalige gemeente Schoonebeek naar de gemeente Emmen, komt GP 160. Hier begint het Bargerveen. Pas een kleine negen kilometer noordelijker is de volgende steen. Grenspaal 161 staat net ten zuiden van de Martelssloot. Een weg uit oostelijke richting loopt op dit punt haaks op de grenssloot. Deze weg heeft sinds eind 2023 de mooie toepasselijke naam ‘Meinteweg’28, zie afbeelding 8.

8. Sinds eind 2023 staat dit straatnaambord aan de grens ten zuiden van Hebelermeer. De naam verwijst naar eerder door de gemeenschap ‘Meinte’ gezamenlijk gebruikte gronden. Zie noot 28 (foto: GS)
Daar waar de weg Hebelermeer de grenslijn raakt, bij de Martelssloot, staat de 260 jaar oude Steen 3, nu GP 162, zie afbeelding 9. Ruim een kilometer noordelijker buigt de Grüntalstrasse af bij de grens, hier staat GP 163. Dan volgt een lang stuk in noordelijke richting. We laten het dorp Barger-Compascuum links liggen en komen aan in het Lindloher gebied. Daar waar de akkerplaatsen van de boeren van Lindloh eindigen staat GP 164.29 Een halve kilometer noordelijker zien we het landschap een beetje klimmen. Op de Zwartenberg ‘De Bargh’ staat het oude nummer Steen 4, nu GP 165, zie afbeelding 14. De grenslijn maakt een hoek naar het oosten. Achter het huis Schwartenberger Strasse 62 (afbeelding 11: Hinter Ahlers Plaatze en afbeelding 15) staat GP 166. Om het Zöllnerhuis, buiten de grens, staan in een rechthoek GP 166-II tot en met GP 166-V. Ten noorden van de vervallen ‘Denkmalschutz’-boerderij op nummer Schwartenberger Strasse 44 staat GP 166-IX en ten noorden de boerderij van Düthmann op Schwartenberger Strasse nummer 36 (afbeelding 11: Hinter Müllers Plaatze) staat GP 167-I. Op het meest oostelijke punt zijn we aangekomen op de grens van de provincie Drenthe met Groningen. Hier, op Munnekemoer, staat het oude nummer Steen 5, nu GP 168, zie afbeelding 2.
Dat wat ik nu verder schrijf valt buiten het onderwerp van dit artikel, toch wil ik het even noemen. Vanaf de oude steen 5, nu GP 168 buigt de grens af met een kleine hoek in westelijke richting om twee kilometer verderop aan te komen in Barnflair. Dan zijn we terechtgekomen op terrein van de gemeente Westerwolde. Hier staat het oude nummer Steen 6, nu GP 170. In noordelijke richting helt de grenslijn met een boog naar het oosten en loopt door tot aan het water van de Dollard.
Grenspalen aan de gemeentelijke oostgrens op een rijtje
Uit 1764 dateren de volgende 5 grenspalen: Steen 1- GP 156 (zie afb. 2), Steen 2- GP 157, Steen 3- GP 162 (afb. 9), Steen 4- GP 165 (afb. 14) en Steen 5-GP 168 (afb. 2).
Uit 1824 zijn de volgende 15 grenspalen: GP 158, 159 (afb. 6), 160, 161, 163, 163-II (afb. 3), 163-III, 164, 166 (afb.15), 166-II t/m 166-V, 166-IX en 167-I. In 1902 zijn nog 11 geplaatst: GP 160-I (afb. 13). Alle andere niet genoemde palen zijn van latere tijd.
De grens in 1824 uitgeschreven
Herman Posthumus stuurde me nog een bijzonder document met de naam ‘Extract uit het Generaal-Proces-Verbaal van het Abornement der Grensscheiding tusschen de Koningrijken der Nederlanden en Hanover’, gedateerd 12 september 1825. Het is een schriftelijke weergave van de gang langs de grenslijn, vastgelegd in het Tractaat van Meppen van juli 1824, door vertegenwoordigers van beide landen. Het document is ondertekend op 12 september 1825 door de Nederlander J. Hoeke (niet goed leesbaar), de eerste Luitenant Ingenieur belast met het Abornement der Nederlandsch Hannoversche Grenzen en de Hannoveraan J. Luttermann, Ingenieur Captain ‘mit der besteinung der grenze beauftragt’.
Het document beschrijft eerst het zuidelijke deel van de grens ten oosten van Coevorden vanaf GP 113 tot en met de palen langs de Schoonebeeker Aa tot GP 156. Daarna komen de voor ons relevante palen aan de gemeentelijke oostgrens aan bod. Grenspaal 156 is de scheidssteen tussen de provincie Drenthe, de Graafschap Bentheim en de Kreis Meppen. Het is Steen 1 van het oude convenant uit 1764. De drie palen 157, 158 en 159 zijn in verband met de zeer moerassige ondergrond op roosters geplaatst, maar dit geldt ook voor de stenen GP 163 en 164.Ten noorden van GP 159 gaat de lijn over zeer diep en nat moeras tussen de Nederlandse gemeente van Zuid- en Noordbarge en de Hannoversche gemeente van Hesepe, Rühle en Vüllen. De lijn loopt naar de oude Steen 3, westelijk en niet ver van het huis van Decker, aan het zogenaamde Kanaal van Martels, ‘het welk het Nederlandse Zwarte Meer met het Hannoverse Hebelder Meer verenigt’. De steen was scheef in het moeras verzonken. Men heeft hem weer op de palen gezet en met nummer 162 voorzien. Vanaf GP 162 maakt de grens een kleine hoek naar het westen en gaat in noordelijke richting over zeer diepe en natte moerasgrond westelijk voorbij het Hebelder Meer en de landerij van de Hannoverse Colonist Insel Casper of Casper Tole. De lijn gaat in noordelijke richting naar de oude steen 4, op Zwartenberg, nabij het huis van Colonist Tole. Hier werd de paal voorzien van nummer 165. Dan maakt de grens een hoek naar het oosten en loopt ten oosten van het op Nederlands grondgebied gelegen privaat eigendom van Alten Haren en Langen en ten westen van de Lindloher Colonisten H. Thole, Ellermann, Grup (Griep?), Heller, Müller, Adelung (Arling?), Sneider, H. Wuisten, voorts om de tuinen van H.B. Wuisten en G. Hooge, verder in rechte lijn langs Heitels, Nögels, Römer, Wuisten, Deter, Schmitz, Niehaus, Büter, Kramer, Linterman, Heyne, Heye, W. Müller, J.H. Müller, G. Amel, B. Grommel en W. Grommels tuinen op de oude Steen 5. Deze steen aan het Monneke Moor was van zijn paal afgevallen en lag op de grond. Men richtte de steen op en voorzag het van nummer 168. Vanaf deze steen, die tevens scheidsteen is van bovengemeld privat eigendom van Alten Haren en Langen, gaat de grens in rechte lijn gericht op de toren van het Klooster van Ter Apel en loopt ten westen van het huis van colonist R. Roelfs30 in Rütenbrock naar de oude grenssteen 6. De schrijver meldt dat de steen op Barnflair de scheidssteen is tussen de provincie Drenthe en Groningen en Kreis Meppen (dit lijkt mij niet correct, dit moet toch zijn Steen 5). Men voorzag de steen van nummer 170.