Pagina 4
De exacte ligging van de grens bepaald in 1764
Het zal dan nog twee eeuwen duren voordat de scheiding tussen beide landen definitief is. Niet vanuit het Bentheimse Wietmarschen wordt gericht, maar verder westelijker vanuit een punt uit het Emslandse Twist. Door deze aanpassing doorsnijdt de ‘Limietlinie’ de Martelssloot, zodat 2/3 deel ervan aan de Nederlanden valt, inclusief de hiervoor genoemde sluis. En vanaf hier neemt de grens een kleine hoek naar het westen19. De Republiek krijgt de waterbeheersing in deze grensstreek in eigen handen. In 1734 zijn de eerste besprekingen, maar de Republiek ratificeert niet, zet niet de handtekening. In de herfst van 1764 sluiten beide landen een grensconvenant, eerst in Mainz en later in Münster. De Münsterse minister Franz von Fürstenberg sluit met de Nederlandse vertegenwoordigers een overeenkomst20. De grens is vastgelegd, maar alle stenen kunnen nog niet geplaatst worden. Over de Twist, de eerste beide stenen is onenigheid, evenals bij Steen 11, bij Bourtange. In de eerste jaren na 1764 worden de eerste palen geplaatst vanaf de Martelssloot tot aan de grens met Ost Friesland21. Na nogmaals overleg in 1784 worden ook de laatste drie geplaatst zodat dertien grenspalen nu definitief zijn. Ze staan van het drielandenpunt Münster, Bentheim en de Nederlanden, bij Nieuw Schoonebeek tot het drielandenpunt tussen Münster, Ost Friesland en de Nederlanden, bij Bellingwolde. De eerste is Steen 1 en de laatste Steen 13. De stenen worden gezaagd en gekapt uit Bentheimer zandsteen. De kop vormt een ronde verdikking zodat de paal eruit ziet als een hamersteen. Aan de Münsterse kant beitelt men de letters EPM uit en aan de Hollandse kant de letters RBF. Het eerste staat voor Episcopatus Monasteriensis en betekent Bisdom Münster. Het tweede staat voor Respublica Belgica Foederata en betekent Republiek der Verenigde Nederlanden. Sommige schrijvers menen dat in 1824- bij het schrijven van het Traktaat van Meppen- de grenslijn is vastgelegd. Dit is fout. Het was al 82 jaren eerder in 1764. Voor dit artikel, gemeente Emmen, zijn de eerste vijf stenen relevant. Van Steen 1 bij Nieuw Schoonebeek tot en met Steen 5 op Munnekemoer.

4. Straatnaambord van Leutnant Hermann Flensberg in Twist. De man die in 1764 en 1784 de grens vastlegt (foto: GS)
Toch nog twisten
De landsgrens is dan wel bepaald en stenen-palen geplaatst, maar de grenstwisten blijven onverminderd doorgaan. Zeker ook in het zuidelijke gebied bij de eerste twee palen. Dit weide- en grasland bij de Schoonebeker Aa is een compascua: boeren uit meerdere streken Rühle, Hesepe, Scheerhorn, Ringe en Schoonebeek gebruiken het gebied om hun vee te laten grazen. Het gebruiken van de grond gebeurt door elkaar en twisterijen houden aan. Daarnaast zijn er constant onenigheden, noordelijker, tussen de boeren van Versen en Wesuwe met die van de Bargermarke, en die van Altharen en Langen met de boeren van de Emmermarke en Roswinkel. In het convenant van 1764 was strikt gedefinieerd dat de streek ten oosten van de linie behoorde tot Münster en die ten westen ervan tot Drenthe. En dat op het Drentse land geen sprake was van een Compascuum; een gezamenlijke weide. Twintig jaar later komt aanvulling op het convenant. Het gaat om een ‘geheim traktaat’, en wordt afgesloten in Münster op 11 oktober 1784. Nu wordt de vorige bepaling gedeeltelijk herroepen. De Münsteranen mogen weer gebruik maken van het Compascuum in het gebied tussen de oude grensstenen 3 en 4 tot aan de Runde. Dus van de Martelssloot tot aan de Zwartenberg, nu het huidige Barger- en Emmer-Compascuum. Echter niet op gronden die door de Drenten, de markegenoten van Noord- en Zuidbarge en die van Emmen en Westenesch, gebruikt worden (of bedoeld zijn) voor de boekweitteelt. En de Drenten, op hun beurt, mogen boekweit telen in dit zelfde gebied tot honderd roeden vanaf de Limietlinie. Deze aanpassing in het traktaat wordt een bron van geschil. Daarnaast moeten de Roswinkeler boeren het gebied van de oude stenen 4 tot 5, van de Zwartenberg tot de provinciegrens, tot aan de Runde aan de boeren van Ober- en Niederlangen en Altharen afstaan. Het gaat om het Münsterscheveld in een grootte van 475 hectare. De Roswinkelers krijgen hiervoor een vergoeding22, terwijl de boeren uit de Barger- en Emmermarke geen cent schadevergoeding krijgen. Als vier jaar later de nieuwe dorpen Schwartenberg en Hebelermeer ontstaan gaan de compascuale weiderechten over op deze kolonisten. Beide dorpen breiden zich in de loop der jaren uit en steeds meer vee wordt naar de Runde gedreven. Het is gedaan met de idyllische rust bij het riviertje de Runde (Duitsers zeggen de Aa of Ahe) in het Barger- en Emmer-Compascuum en bij het Zwarte Meer. Op 25 oktober 1785 wordt in Rhede de GRAENZ SCHEIDINGS CARTE vastgelegd en door beide landen ondertekend. Voor Münster tekenen de eerder genoemde landmeters Hermann Flensberg (münsterscher Infanterie Lieutenant) en Conrad Bartel (münsterscher Artillerie Lieutenant) en voor de Republiek de ingenieurs R. Rummerink en D. van Lier23. De beide eerst genoemde personen zullen we ook nog tegenkomen bij de uitmeting van de plaatsen in de nieuwe koloniën.

5. De GRAENZ SCHEIDINGS CARTE ondertekend in Rhede in 1785 door vertegenwoordigers van de Republiek der Verenigde Nederlanden en van het Hochstift Münster. Drie jaar later worden de kolonieplaatsen verdeeld
Letterlijke tekst: Graenz Scheidungs Carte. Zwischen dem Hochstift Münster einerseits und der Republiek der vereinigten Niederlanden am Westerwoldinger Lande und der Landschaft Drenthe anderseits aufgenommen auf Befehl seiner Kurfürstlichen Durchlaucht zu Kölln als Bisschofen zu Münster und ihre hochmögenden der General Staaten der vereinigten Niederlanden in gefolge der Conventiën von 1764 und 1784 von uns unterschrieben 1785. Die Territorial Grenzen sind mit einer blauen und jene des privats Eigentums mit einer rechten Linie Bemerkt. Von dieser Carte sind heute Zwei gleichförmige Exemplaren unterschreiben und beiderseits eins übergeben. Rhede den 25 oktober 1785. R. Rummerink Hollandische Major Ingenieur. D. van Lier Hollandische Extra Ingenieur. C. Bartel münsterischer Artillerie Lieutenant H. Flensberg münsterischer Infanterie Lieutenant.